IJmuidenaar maakt debuut in Champions League van het kickboksen [video]

IJmuiden

Als hij zijn hoofd leeg wil maken, gaat kickbokser Jos van Belzen wandelen met zijn hond, een pitbull. Of hij klimt op zijn motor, een heuse Harley Davidson, en maakt een ritje door mooie delen van Nederland. „Ik hou er van om in de natuur te zijn, dat geeft rust en ontspant.”

Vrijdag vecht hij bij Glory in Utrecht tegen Percy de Maeyer. „Nee, ik weet niks van hem, interesseert me ook niet.” De Belg kan zijn borst nat maken, want Van Belzen heeft snode plannen. „Ondanks dat ik hem niet ken voel ik geen enkele angst of spanning. Hij kan doen wat hij wil en ik zal respect voor hem tonen.”

De serieuze toon in zijn stem maakt plaats voor een volle lach. „Maar, hij gaat wel zitten, ja.” ’Gaan zitten’ staat voor neergeslagen worden en niet verder kunnen…

Tekst gaat verder na video.

Punten

Glory is in het kickboksen, zeg maar, wat PDC is bij het darten en de Champions League in het voetbal: het niveau waarop je je kunt tonen en waar internationaal aanzien (en ooit wellicht een aanzienlijke zak duiten) te verdienen valt.

De 1,83 meter lange Van Belzen, die in de beveiliging werkt en in IJmuiden woont, traint al maandenlang minimaal één, soms twee keer per dag hard voor het belangrijke gevecht op het zogenoemde Contender-toernooi. Daar krijgt de winnaar ook punten die nodig zijn om in de toekomst te mogen vechten op een World Championship-toernooi.

Op de dag van het interview is hij nog iets te zwaar voor zijn klasse, de lichtgewicht-divisie. „Ik weeg nu vierenzeventig kilo en moet afvallen naar zeventig. Dat betekent hard trainen, veel water drinken, salades eten en suiker laten staan. Ja, mijn moeder houdt hier rekening mee als ze kookt en er is geen snoep in huis.”

Hij was een jaar of vijf, toen hij kennis maakte met karate. Die sport beoefende hij zes jaar, in de tussentijd ontdekte hij het kickboksen. „Ik vond dat eigenlijk veel leuker dan karate.” Die sport viel af en hij richtte zich helemaal op de vechtsport die nu een groot deel van zijn leven bepaalt. „Maar ik kan het goed loslaten, hoor. Als ik ’s avonds mijn bed in stap, ben ik er helemaal niet mee bezig. Nee, ik droom ook niet over successen. Of misschien soms toch wel. Want wereldkampioen worden lijkt me wel wat. Als ik dan toch moet dromen, dan maar daarover”, zegt de IJmuidenaar.

Zijn talent werd gezien en Hans Nijman nam hem in 2006 als trainer onder zijn hoede. „Aan hem heb ik veel te danken.” Nijman overleed in 2014, een verlies dat Van Belzen tot op de dag van vandaag energie geeft als hij de ring in stapt. „Ik vecht altijd voor hem.” De glinstering in de ogen en de haperende stem zijn veelzeggend.

Geïnspireerd knokken deed hij onder meer ook tijdens een WFL Lightweight-toernooi, waar hij won van Romano Duin. Ook stond hij niet lang geleden in de ring in China. „Ik had nog nooit in een vliegtuig gezeten, maar het was supergaaf allemaal.”

Waar hij voorheen nog wel eens opgefokt aan een gevecht begon, is hij tegenwoordig de rust zelve. „Ik heb veel vertrouwen en ben erg zelfverzekerd. Daarom lukt het me om de druk er op te houden en mijn tegenstander te blijven opzoeken.”

Zijn lange reach is daarbij een handig wapen, toch?. „Klopt. Maar ik moet evengoed wel bij de les blijven. Want kleinere tegenstanders knokken zich daar zomaar onderuit.” Hij heeft wel weer zin in een aansprekende wedstrijd voor veel publiek. „Ik ga er in Utrecht helemaal voor. Maar, als ik voor drie man in een schuur moet boksen, geef ik ook alles.”

Meer nieuws uit Sport