Premium

Column Hannah van Wieringen: ’Japanse meisjes’

Column Hannah van Wieringen: ’Japanse meisjes’

Afgelopen vrijdag ging ik een klein beetje dood in het theater. Ik had het misschien kunnen weten, want ik ging naar een voorstelling die ’Japanse meisjes’ heette. Die was gemaakt door twee jongens, zo vertelde de flyer, die fan waren van Japanse meisjes. Maar ik had – een beetje dom – aan die mooie dichtbundel van Kira Wuck gedacht.

Zij is half Finse en zij noemde haar debuutbundel ’Finse meisjes’. In het titelgedicht dicht ze: ’Finse meisjes zeggen zelden gedag // maar zijn niet verlegen of arrogant // je hebt alleen een beitel nodig om dichtbij te komen.’

Terug naar die jongens en hun voorstelling. Ze waren nogal overtuigd van hun eigen schattigheid. En ze vonden het met name heel schattig van zichzelf dat ze Japanse meisjes leuk vonden. Het leek hun zelfs voldoende interessant voor een vol uur theater.

Ze lieten horen hoe zij dachten dat alle Japanse meisjes lachten. En ze oefenden zich in deze manier van lachen. Ze lieten zien hoe zij dachten dat alle Japanse meisjes eruit zagen en verkleedden zich vervolgens als zulke meisjes, wat ze zelf hartstikke grappig vonden en alweer schattig, want het waren kleren in pasteltinten.

Ondertussen klauwden mijn tenen zich in mijn schoenen krommer dan krom. Allemachtig, mocht er nu een Japanse vrouw of godbetert meisje in de zaal zitten, wat moet er door haar hoofd gaan?

Het beeld dat die jongens van Japanse vrouwen hadden leek me een mengeling van seksuele fantasie en exotisme, die je niet vaak dermate schaamteloos tegenkomt in de openbare ruimte. In de 19e eeuw was dit ’gewoner’ en hield men tentoonstellingen voor witte mensen waar zwarte mensen, maar vooral vrouwen, te zien waren als curiosum en als dieren tentoongesteld werden.

Deze jongens kunnen hun ideeën zelf nog zo onschuldig vinden, je gaat daar niet in je eentje over. Ook als je zelf denkt dat je iets goed bedoelt, kan het beledigend uitpakken. Het enige wat je hoeft te doen om dat te voorkomen is tijdens de repetities een Japanse vrouw/meisje uitnodigen en vragen wat zij ervan vindt. Is het leuk hoe ik je leuk vindt? Nee.

Als twee Japanse jongens zo’n voorstelling hadden gemaakt over Nederlandse meisjes en mij bij hun repetities gevraagd hadden, dan had ik uitgelegd dat ik in niks lijk op hun archetypes. Dat ik me niet specifiek Nederlands voel. Geen klederdracht draag of elke dag kaas sjouw. Dat ik van zwemmen in meertjes hou, van amandelkoekjes, druk pratende mensen en van politieke filosofie. Ik had me kortom laten zien als een individu.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.