Aanpak van zout water bij sluizen IJmuiden

Aanpak van zout water bij sluizen IJmuiden
© Foto
IJmuiden

Rijkswaterstaat gaat het zoutprobleem bij de sluizen in IJmuiden drastisch aanpakken. Dat is nodig omdat door de nieuwe sluis er meer zout water in het Noordzeekanaal komt. Zeker in een droge zomer levert dat grote schade op zoals in de Bollenstreek.

Afgelopen zomer heeft Rijkswaterstaat al alle zeilen moeten bijzetten. Bij de Noordersluis in IJmuiden en in het Amsterdam-Rijnkanaal ter hoogte van Diemen werden zogeheten bellenschermen gelegd om het oprukkende brakke water tegen te houden.

Ook werden de sluizen minder geopend, ging de sluis in Spaarndam voor de recreatievaart dicht en werd de Leidsevaart in Haarlem afgedamd om te voorkomen dat zilt water via het Spaarne en de Leidsevaart naar de Bollenstreek stroomde.

Normaal gesproken wordt het zoute zeewater teruggedrongen door het water dat vanaf het Amsterdam-Rijnkanaal en het IJsselmeer naar IJmuiden stroomt. Maar ook dan is er al een zogeheten zoutlek. Immers bij iedere sluisopening komt zout water naar binnen en al helemaal wanneer het zeewaterniveau hoger is dan in het kanaal.

Het zoutgehalte stijgt sinds 1990 door een toename van het aantal schuttingen. Tot aan de Oranjesluizen in Amsterdam is dat meetbaar. Met de opening van de nieuwe grotere zeesluis in 2022 wordt dat probleem veel groter.

Bollenstreek

Door het zilte water zijn inmiddels specifieke planten langs het kanaal te vinden, maar de nadelen zijn groter. Zo zijn er innamepunten voor drinkwater en gebruiken bedrijven zoals Tata, Nuon en Crown van Gelder kanaalwater voor hun productie en voor koeling. Zout water is funest voor de installaties.

Ook boeren zijn niet blij met zout grondwater en in de Bollenstreek al helemaal niet. Niet voor niets wordt het al zilte water uit Haarlemmermeer bij voorkeur via Halfweg op het Noordzeekanaal geloosd. Met de opening van de nieuwe sluis wordt de zouttoevoer zo groot, dat in een droge zomer de schade in de Bollenstreek kan oplopen tot twee miljoen euro.

De oplossing die Rijkswaterstaat al in 2016 bedacht en inmiddels verder heeft uitgewerkt, heet selectieve onttrekking. Selectief, omdat zoveel mogelijk zout water naar zee teruggaat. Als locatie is het Binnenspuikanaal in IJmuiden gekozen.

Dat is een doodlopend kanaal naast de Noordersluis, met aan het eind van het kanaal een dam met daarin een spuisluis. Wanneer het kanaalwater hoger staat dan de Noordzee, gaan de spuisluizen open en stroomt het overtollige water weg. In 1975 is ook een gemaal geplaatst, zodat altijd water kan worden afgevoerd.

Aanpak van zout water bij sluizen IJmuiden

De truc zelf bestaat uit het afsluiten van het Binnenspuikanaal met een wand. Alleen staat die wand niet op de bodem, maar blijft er aan de onderzijde juist ruimte over: een soort brievenbus. Zout water is namelijk zwaarder dan zoet water, zakt zodoende naar de bodem en stroomt dan via de brievenbus het Binnenspuikanaal in.

Daar gaat het via de spuisluis of het gemaal terug naar zee. Om het effect van die brievenbus zo groot mogelijk te laten zijn, wordt de bodem onder de brievenbus met enkele meters uitgediept.

Verdiepen

Een klein probleem met de afsluiting van het Binnenspuikanaal is nog wel dat er ook zeven woonschepen liggen en onderhoudsschepen daar moeten afmeren. Daarom komt in de wand nog een deur die zo nodig open kan.

Met aanleg van de wand en de verdieping van de bodem wordt volgend jaar begonnen, zodat het systeem al functioneert op het moment dat de nieuwe sluis twee jaar in gebruik wordt genomen. De bouwkosten liggen tussen de veertig en zestig miljoen euro. De aanbesteding moet nog worden gedaan.

Aanpak van zout water bij sluizen IJmuiden

De jaren daarna wordt nauwkeurig in de gaten gehouden of het Noordzeekanaal niet alsnog zouter wordt. Om miljoenenschade in de noordelijke Bollenstreek te voorkomen, moeten dan mogelijk alsnog maatregelen bij Spaarndam worden getroffen. Daarbij wordt gedacht aan een andere manier van schutten of zoutkerende deuren in Zijkanaal C, de verbinding tussen het Noordzeekanaal en het Spaarne.

Op dit moment zijn die maatregelen niet nodig, laat Rijkswaterstaat weten. ,,Met selectieve onttrekking nemen we maatregelen ‘bij de bron’. Uit modelberekeningen blijkt dat deze maatregel voldoende moet zijn om het extra zout weer af te voeren naar zee. Dit gaan we wel monitoren.’’

Meer nieuws uit IJmond