Premium

Schaarste dierenartsen is schrijnend: ’Het is me een keer bijna te veel geworden’

Schaarste dierenartsen is schrijnend: ’Het is me een keer bijna te veel geworden’
Dierenarts Hans de Jong in zijn operatiekamer bezig met de castratie van een jonge kater.
© Foto jjfoto.nl/Jan Jong
Heiloo

Vacatures die maandenlang open staan, collega’s met een burn-out; het water staat de dierenartsen aan de lippen.

Minoes keek in het donker niet uit bij het oversteken en ligt nu gewond aan de kant van de weg. Haar baasje belt in paniek de dierenarts. ’Voor spoedeisende hulp buiten openingstijden verzoeken wij u contact op te nemen met verwijskliniek Hugo in Zwanenburg’, luidt de boodschap. De eigen dierenarts verwijst naar de spoedkliniek een klein half uur verderop.

Met een gewonde kat in de auto een slordige 35 kilometer over de snelweg afleggen. Verre van ideaal, beaamt dierenarts Hans de Jong uit Heiloo. Maar het is de huidige realiteit. Zijn praktijk, J. de Jong Dierenartsen, waar hij fulltime werkt en nog twee parttime dierenartsen in dienst heeft, kan de diensten niet meer zelf opvangen.

Net als zo veel dierenartsenpraktijken die er niet meer in slagen zelf, of samen met collega-praktijken, de spoedhulp in avonduren en weekeinden in te vullen. Het is een van de direct merkbare gevolgen van het tekort aan dierenartsen.

De Jong: „We hebben jarenlang met acht praktijken in de regio gezamenlijk diensten gedraaid. Op een gegeven moment bood een grote praktijk aan alle diensten over te nemen, waar we dankbaar gebruik van maakten. Na een paar maanden bleek echter dat er daar onvoldoende dierenartsen beschikbaar waren voor de diensten en voor de overgebleven groep werd het te zwaar.”

Schaarste dierenartsen is schrijnend: ’Het is me een keer bijna te veel geworden’
Studenten van de Faculteit Diergeneeskunde kijken toe hoe hun docent bloed afneemt bij een hond.
© Foto Universiteit Utrecht

De afzonderlijke praktijken kregen de spoeddiensten dus weer op hun bord, maar niet iedereen wilde weer op dezelfde manier gaan samenwerken.

„Wij hebben toen een paar maanden extra diensten gedraaid en een zzp’er ingeschakeld. Maar dat was niet vol te houden. We kunnen niet anders dan onze klanten nu voor spoedhulp doorverwijzen naar Zwanenburg. Dit is vanuit Heiloo ongeveer 25 minuten rijden, dus het valt net binnen de wettelijk verplichte aanrijtijd van maximaal een half uur.”

De Jong (60) is al 35 jaar dierenarts. „Ik heb vaker periodes van schaarste meegemaakt, maar het is niet eerder zo schrijnend geweest als nu. Een voorbeeld: vier jaar geleden had ik een nieuwe dierenarts nodig en kon ik kiezen uit twintig sollicitanten. Begin vorig jaar verhuisde een van mijn dierenartsen en had ik dus opnieuw een vacature. Daar kwamen twee reacties op. Een van de twee haakte voortijdig af, de ander besloot als zzp’er aan de slag te gaan. Een nieuwe vacature, rond de zomer, leverde weer maar twee reacties op. Gelukkig zat daar een geschikte kandidaat bij die begin vorige maand is begonnen, maar het tekort is echt schokkend.”

Volgens De Jong realiseren veel jonge dierenartsen zich niet wat er allemaal bij het werken in een praktijk komt kijken. „Ze weten vaak niet van de emotionele lading die dit werk heeft. Je bent met levens bezig. Met het leven van het dier dat op je tafel ligt, maar ook met dat van het baasje. En die baasjes zijn in de loop der jaren veel mondiger en veeleisender geworden.”

Hij ziet steeds vaker dat collega’s met een burn-out thuis komen te zitten –’het is me ook een keer bijna te veel geworden’– en pleit voor preventie.

„Trainingen of cursussen tijdens de opleiding, zodat de studenten een indruk hebben van wat het inhoudt om dierenarts te zijn en een praktijk draaiende te houden. De weerbaarheid van jonge mensen lijkt afgenomen en dan is een beroep als dat van dierenarts heel mooi, maar ook zwaar.”

’Zorgen dat ze lol in het vak houden’

Een op de vier jonge dierenartsen besluit binnen vijf jaar na het afstuderen de dierenartsenpraktijk de rug toe te keren en iets anders te gaan doen.

Cijfers zijn er niet, maar het is gevoeglijk bekend dat veel dierenartsen kampen met stressklachten en burn-out. Tel daarbij op dat er steeds meer parttime willen werken en je ziet het tekort aan dierenartsen steeds groter worden. De beroepsvereniging zet dan ook alle zeilen bij.

Schaarste dierenartsen is schrijnend: ’Het is me een keer bijna te veel geworden’
Merel Langelaar.
© Foto Thomas Duiker

„Een serieus probleem”, aldus Merel Langelaar, voorzitter van beroepsvereniging KNMvD. Het verhaal gaat zelfs dat het aantal zelfdodingen onder dierenartsen toeneemt. „Dat zingt rond ja, de dierenartsenwereld is vrij klein. We kennen allemaal wel een collega die uit het leven is gestapt of hebben ervan gehoord. Zoiets maakt waanzinnig veel indruk.”

Nederland telt ongeveer vierduizend praktiserende dierenartsen. Langelaar: „Dit aantal neemt onder meer af doordat dierenartsen voor een andere werkkring kiezen, parttime gaan werken of zelfs stoppen met werken.”

Ze benadrukt wel dat dit niet een typisch Nederlands fenomeen is. „In andere landen is de problematiek vergelijkbaar. Het geldt ook niet alleen voor onze beroepsgroep. De wereld is veranderd, de maatschappij is complexer geworden en mensen worden anders gevormd.”

Kleine praktijken

Was het vroeger een vanzelfsprekendheid dat een dierenarts fulltime werkte en daarnaast ook nog diensten draaide, nu willen veel dierenartsen - zowel mannen als vrouwen - als ze beginnen al parttime werken.

„Bovendien zijn er steeds meer vrouwelijke dierenartsen en het is een gegeven dat vrouwen kinderen krijgen”, aldus Langelaar. „Als een dierenarts parttime gaat werken of uitvalt door zwangerschap, heb je ineens een tekort. Dat is in een grote praktijk nog wel op te vangen, maar met name voor kleine praktijken is dit vaak lastig.”

Daar komt nog bij dat het werk mentaal zwaar is. „Vooral in een kleine praktijk moet vaak gebikkeld worden en dan krijg je ook nog ’s avonds de diensttelefoon mee, die elk moment kan gaan”, zegt Langelaar. „Bovendien moet je in staat zijn een relatie op te bouwen met de eigenaar van een dier. Die moet het dier namelijk verder ’behandelen’. Als je niet met mensen kunt omgaan, krijg je het moeilijk. Beginners moeten dat leren, dat kun je niet vanzelf.”

Daarom houdt de KNMvD zich veel bezig met de ondersteuning van jonge dierenartsen. „Er zijn er nu te veel die het na een paar jaar in de praktijk voor gezien houden. We moeten zorgen dat ze lol in het vak houden”, aldus Langelaar.

„Studenten niet alleen voorzien van technische en inhoudelijke kennis, maar ze ook leren hoe ze stevig in het leven kunnen staan. Maar ook voor werkgevers is een belangrijke taak weggelegd. Zij moeten een nieuwe dierenarts goed begeleiden en ondersteunen. Om die reden hebben we een coachingsbank opgezet. Daarin koppelen we jonge, net afgestudeerde dierenartsen aan ouwe rotten in het vak.”

Ander initiatief is de prijs voor de ’Werkgever van het Jaar’ die het Platform Jonge Dierenartsen van de KNMvD heeft ingesteld. „Die gaat elk jaar naar een werkgever die goed is voor zijn personeel”, licht platformvoorzitter Ellen Deelen toe. „Jonge dierenartsen kunnen hun werkgever nomineren.”

De klachten over werkdruk, het toenemende aantal burn-outs en de daaraan gerelateerde terugloop uit de praktijken, noemt Deelen zorgwekkend, maar ook een ’wake-upcall’. „Wees zuinig op de mensen die je hebt. Je kunt beter een gelukkige parttimer in huis hebben, dan een fulltimer die het niet meer trekt.”

’Werkgevers moeten zelf ook aan de bak’

Een mogelijk generatieprobleem; jonge mensen ervaren werk over het algemeen zwaarder dan vroeger. Dit zegt onderwijsdirecteur Wim Kremer van de Faculteit Diergeneeskunde van Universiteit Utrecht. „Maar gelukkig spreek ik ook jonge dierenartsen die super gemotiveerd zijn en geen problemen ondervinden.”

Burn-out, parttimers, steeds meer vrouwelijke dierenartsen (85 procent van de studenten aan de faculteit is vrouw), hij kent de verhalen allemaal. „Maar ik denk liever niet alleen in oorzaken, maar ook in oplossingen. Want hoe je het ook wendt of keert; de bottom-line is dat er een tekort is aan dierenartsen.”

Andere studie

Een oplossing op korte termijn is het toelaten van studenten met een bachelor van opleidingen diergeneeskunde in het buitenland. Volgend studiejaar volgen zelfs studenten met een bachelor van een andere biomedische studie. „Dat is voor ons een heel grote stap, maar wij zien ook dat er nu iets gedaan moet worden.”

Daarnaast gaat de faculteit onderzoeken hoe het vak van dierenarts aantrekkelijker gemaakt kan worden. „Daarin is niet alleen een rol voor ons weggelegd, het is ook een taak van de werkgevers. Ik hoor te vaak een werkgever alleen maar zeggen dat hij of zij ’niemand kan krijgen’. Waar ligt dat dan aan? Dat moeten ze zich wel afvragen en ze zullen zelf ook aan de bak moeten. Er zijn namelijk ook praktijken waar het wel goed loopt.”

Randstad

Daarbij lijkt het geen rol te spelen of een praktijk zich in een buitengebied of in de Randstad bevindt. „Ik hoor van praktijken in de perifere gebieden waar het goed gaat en praktijken in de Randstad met problemen en andersom.”

Verder is het vooral wachten op cijfers en het goed begrijpen van de oorzaken, stelt hij. „Pas dan weten we hoe groot het tekort nu eigenlijk is en kunnen we het probleem oplossen.”

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.