’Carrière in de sport is dé droom van deze jongens’

Annet van Aarsen
Amsterdam

Dé droom is om te vertrekken, zegt Pape uit Dakar in Senegal, die profvoetballer wil worden. „Naar Europa om te spelen voor één van de grote teams. Barcelona, Real Madrid, Manchester United. Ja, vooral de Engelse competitie. In de wijk waar ik woonde, noemde iedereen mij Carlos Tévez. Ik wist niet eens wie dat was. Maar toen ik hem zag spelen op tv, wist ik het: ik wil naar Engeland.”

Mark Hann, die donderdag promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam met een studie naar aspirant-voetballers en aspirant-worstelaars, volgde Pape lange tijd op de voet. Net als Modou, een worstelaar die probeerde door te breken.

De promovendus sprak daarnaast met tientallen andere beoefenaars, trainers en promotors van de twee nationale sporten in het West-Afrikaanse land.

Hann’s studie is onderdeel van het Europese GLOBALSPORT-project, waarvoor deze week veel aandacht was tijdens een symposium van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschapen over Afrikaanse voetballers en uitbuiting.

Dans (bàkk genoemd in Wolof) voor de worstelwedstrijd.

De promovendus onderzocht de constructie van mannelijkheid in een veranderende stad, waar het steeds moeilijker is om zorg te dragen voor zijn gezin en daarmee op traditionele wijze mannelijkheid uit te dragen. Dakar gaat gebukt onder een voortdurende economische crisis en torenhoge werkloosheid.

Duizenden Senegalese jongeren uit vooral de armere sociale klassen zoeken daarom naar mogelijkheden om te verdienen aan hun atletisch potentieel, om op die manier sociaal en economische succesvol te worden.

Tegenpolen

De twee sporten lijken tegenpolen van elkaar: voetbal als modern en internationaal georiënteerd en het Senegalese worstelen (lutte avec frappe ofwel worstelen met stoten) als een sport die zich richt op traditionele waarden, doordrenkt van etnische idealen en magisch-religieuze praktijken.

Dromen van een voetbalcarrière, bij voorkeur in het buitenland.© Foto’s Mark Hann

Maar Hann ontdekte dat de weg, die sporters afleggen opvallend veel gelijkenissen vertoont. Of de jongens nu worstelen of voetballen, in beide gevallen vergt het najagen van hun droom zowel fysieke kracht als sociale offers. En ook de worstelaars willen graag naar het buitenland, in hun geval niet voor wedstrijden maar voor trainingskampen.

Hann beschrijft de voorbereidingen die worstelaar Modou treft als hij door een promotor wordt geselecteerd voor een gevecht.

Er komen afspraken bij verschillende marabouts aan te pas, religieuze leiders die zich behalve met Islam ook met mystiek en magie bezig houden. Modou moet onder andere een geit kopen om te offeren, voert allerlei rituelen uit en hangt verschillende ’gris gris’ om, amuletten die hem moeten beschermen.

De worstelaar was - zo schatte hij zelf in - ongeveer de helft van de 150.000 CFA die hij met het gevecht verdiende kwijt aan de voorbereidingen. Hij wint het gevecht gemakkelijk maar niemand in zijn kamp noemt de investering in bovennatuurlijk hulp als reden van de zege. Die maatregelen waren vooral bedoeld als bescherming tegen het boze oog en tegen boze tongen.

Trainen, drie keer per dag.

Geen succes

Ondanks zijn talenten en inspanningen redt Modou het uiteindelijk niet als worstelaar.

„Er zijn in Senegal misschien zo’n drieduizend worstelaars met een licentie en nog eens duizenden die zich heel serieus met de sport bezig houden. Maar een hele kleine groep - misschien een stuk of 40 - kan er van leven”, aldus Hann. Hij zag Modou naar Marokko vertrekken, waar de jonge Senegalees gepakt werd toen hij de Spaanse enclave Ceuta probeerde te bereiken. „Hij ging terug naar Dakar. Maar hij heeft het idee van een sportcarrière laten varen.”

Ook Pape heeft het niet gemaakt als (internationaal) voetballer. In plaats daarvan mikte hij op een basisplaats bij een van de tweede divisie-clubs in Dakar. In de laatste berichten die Hann kreeg, meldde Pape dat hij ging trouwen en - zes maanden daarna - dat hij vader was geworden van een zoontje.

Aan de hand van de ervaringen van de twee jongens, maar ook van andere sporters, beargumenteert Hann dat sport in Senegal een terrein is, waar een vorm van neoliberale subjectiviteit wordt gecreëerd.

Hoe het afliep met Pape en Modou, was eigenlijk voorspelbaar. „De meeste jonge sporters slagen er niet in hun doel te bereiken”, aldus Hann. „Maar het is voor hun dé droom, ze hebben niet veel andere kansen op succes. Er zijn simpelweg niet genoeg goede banen.”

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.