Premium

’Ja, toen kwamen de tranen’

’Ja, toen kwamen de tranen’
Floris Wortelboer: ,,Bij de hervatting van de competitie in maart wil ik er staan.”
© Foto Orange Pictures/Ron van Dijk
Amsterdam

Maandagavond 29 oktober, Valencia. Tijdens een trainingsstage van de Nederlandse hockeyheren raakt Floris Wortelboer (22), veertig caps inmiddels, opnieuw geblesseerd aan de linkerschouder.

Opnieuw, want vijf weken daarvoor, in de competitiewedstrijd tegen Tilburg, overkwam hem dat de eerste keer. Wortelboer, die via Teteringen, Push en Den Bosch vorig seizoen bij Bloemendaal belandde en daar inmiddels een waardevolle vaste kracht is, kon op dat moment nog niet nadenken over de gevolgen. „De ondraaglijke pijn overheerste.”

Wat gebeurde er nadat je uitviel?

„Achteraf is dat zowel schrijnend als hilarisch. Eerst werd geprobeerd de schouder weer in de kom te krijgen. Men kreeg het niet voor elkaar en ik moest naar het ziekenhuis. Een aanwezige ambulance verleende geen medewerking. Die was voor noodgevallen en dat was ik niet, was de uitleg. Een Spanjaard heeft mij en de teamarts naar het ziekenhuis gereden. De man had die dag zijn schakelauto verruild voor een automaat. Daar kon hij nog niet goed mee omgaan, dus de rit was een ware hel. Ik knalde drie keer bijna tegen de voorruit. Bij het ziekenhuis aangekomen kreeg de man de kofferbak niet meer open. Daarin lag de koffer van onze teamarts en het was voor het duo nog een heel gedoe om die uit de auto te krijgen. Ondertussen stond ik in mijn korte broek en hempie kou te lijden en pijn te hebben.”

En toen?

„Uiteindelijk zijn we toch in het ziekenhuis beland en op zeker moment sjorden artsen en verpleegkundigen aan mijn arm. Onze teamarts hield zich logischerwijs afzijdig. Ik kon mijn arm amper strekken, maar dat belette een arts niet om hem alle kanten op te bewegen. Ik kreeg ook een spuit om de spieren te verslappen en de pijn te verminderen. Van dat laatste merkte ik maar bar weinig en voor mijn gevoel duurde het allemaal een eeuwigheid. Uiteindelijk lukte het, met nog twee man extra, om de schouder weer in de kom te manoeuvreren.”

Wanneer werd voor jou wel duidelijk wat de gevolgen waren?

„Na alle commotie in het ziekenhuis zei onze teamarts dat het er niet best uitzag. Op dat moment kwam keihard bij mij binnen wat dat precies betekende.” De altijd positieve en opgewekte Wortel, zoals hij bij veel mensen bekend staat, slikt even iets weg en de ogen glinsteren. „Weer intensief revalideren, een tijd niet spelen en niet naar het WK in India. Ja, toen kwamen de tranen.”

De volgende dag vloog je terug naar Nederland. Hoe vergaat het je nu hier?

„Ik woon in Amsterdam met drie ploeggenoten van Bloemendaal en ben daar iedere dag bezig met mijn herstel. Optrainen van de schouder, kracht- en conditie training, valtraining. Want bij de hervatting van de competitie in maart wil ik er staan. En als de schouder goed blijft het EK, de Pro League en, verder weg, de Olympische Spelen in Tokio. En ik pak mijn studie aan de Johan Cruijff Academie weer op, die stond op een laag pitje. Natuurlijk, ik heb het er nog moeilijk mee dat ik niet in India ben. Ik gun de jongens daar het allerhoogste, maar had er zelf ook anderhalf jaar keihard voor gewerkt om erbij te zijn.”

Het WK is begonnen. Kun je ’gewoon’ naar wedstrijden van Oranje kijken?

„Ach ja, dat lukt wel. Zaterdag, toen Nederland met 7-0 van Maleisië won, was ik bij mijn ouders. Zij zouden ook naar India gaan, om mij te zien spelen en het land te ervaren. Ze zijn niet gegaan. Voor hen is dit ook heel teleurstellend. Waarbij ze het voor mij het ergst vinden, hoor.”

De joviale lach, een eigenschap die iedereen ook van hem kent, breekt ondanks alle misère weer door. „Nu kunnen we er op de bank voor de televisie voor elkaar zijn, ook fijn!.”

Meer nieuws uit Sport Regionaal

Meest gelezen