Grand Prix in Zandvoort: ’Formule 1 was levensgevaarlijk’ [video]

Zandvoort

In Abu Dhabi wordt zondag de laatste Grand Prix van dit Formule 1-seizoen gereden. De sport is veel veiliger dan in de jaren tachtig, toen er voor het laatst in Zandvoort werd gereden. Maar dat de autosport een groot risico met zich blijft meebrengen, bleek vorige week maar weer tijdens een Formule 3-race in Macau.

Als de wens van circuit-eigenaar Prins Bernhard jr. uitkomt, rijden Max Verstappen en zijn concurrenten in 2020 over circuit Zandvoort. Voor de levens van de coureurs zal dan niet gevreesd hoeven worden. Hoe anders was dat tijdens de laatste Formule 1-races op Zandvoort in de vroege jaren tachtig.

Grand Prix in Zandvoort: ’Formule 1 was levensgevaarlijk’ [video]
De Franse coureur René Arnoux wordt in 1982 op het circuit van Zandvoort uit zijn wrak geholpen door onder anderen rescue marshall Frank van Rijswijk.
© Foto Noord-Hollands Archief

De banden vlogen letterlijk over de hoofden van het publiek toen de Franse coureur René Arnoux in 1982 op Zandvoort rechtdoor schoot bij de Tarzanbocht. Het gebeurde voor de neus van rescue marshall Frank van Rijswijk.

„Het chassis van de auto was doormidden. De vangrail was anderhalve meter ingedeukt. Hij schoot er zo recht overheen. Met vijf man hebben we hem uit de auto gehaald. Hij kwam er goed vanaf. Of ik vreesde voor zijn leven? Nee, zodra ik erbij was en de coureur leefde nog, dan wist ik: hij gaat niet meer achteruit.”

Niki Lauda

Van Rijswijk was vanaf eind jaren zeventig 27 jaar lang rescue marshall op circuit Zandvoort.

„In die tijd was Formule 1 nog een levensgevaarlijk spelletje. Gemiddeld genomen ging er elk jaar wel iemand dood. Daardoor waren de coureurs heel bewust bezig met hun veiligheid. Niki Lauda (de winnaar van de laatste Grote Prijs van Nederland in 1985, red.) bijvoorbeeld had al eens een ernstig ongeluk meegemaakt en gaf mij alle informatie over zijn auto. Bijvoorbeeld hoe de elektriciteit er afgehaald kon worden. Tegenwoordig is dat bij alle auto’s hetzelfde, maar destijds niet. Ik ging vaak twee weken voor de Grand Prix van Zandvoort naar de race in Zolder. Dan maakte ik een lijstje van hoe de helmen van de coureurs open en dicht gingen. Dat soort dingen wilde ik allemaal vooraf weten.”

Grand Prix in Zandvoort: ’Formule 1 was levensgevaarlijk’ [video]
René Arnoux vliegt de banden in tijdens de Grand Prix van Zandvoort 1982. Frank van Rijswijk was een van de marshalls die de Fransman uit de auto haalden.
© Foto Noordhollands Archief / United Photos De Boer

De verantwoordelijkheid van de marshalls was enorm. Zij waren degenen die een coureur na een crash opvingen. Van Rijswijk stond met de reddingswagen naast het circuit. De reddingswagens waren op acht verschillende plekken langs de baan geplaatst.

„Tegenwoordig wordt alles centraal aangestuurd maar wij moesten op eigen initiatief ingrijpen. Als er iets gebeurde, dan ging je. Er was ook geen safety car. Coureurs wisten dat en hielden er rekening mee. Het waren professionals. Een amateur zou in paniek raken, maar zij wisten hoe ze daar mee omgingen.”

Boterhammen

Ondanks dat het werk van Van Rijswijk van levensbelang voor de coureurs kon zijn, was het geheel vrijwillig. „Dat is eigenlijk wel bizar. Er gaan miljoenen euro’s in die sport om, maar ik deed het voor twee boterhammen en een eitje.”

Grand Prix in Zandvoort: ’Formule 1 was levensgevaarlijk’ [video]

Ook voor het publiek was de Grand Prix begin jaren tachtig een totaal andere ervaring. Je wurmde je aan de achterkant van het circuit nog onder de hekken door. Droeg geen oorbeschermers omdat het jankende geluid van de bolides minstens zo lekker was als de zoete prikkelende geur van de verstookte brandstof.

’Ik ben naar de Grand Prix op Zandvoort’, zei je op een mooie zomerdag en je was vervolgens de hele dag heerlijk onbereikbaar. Wie een beetje goed gebekt was, praatte zichzelf de pitsstraat in en stond oog in oog met legendarische rijders als Ayrton Senna en Alain Prost.

Dwangbuis

Op zondag 25 augustus 1985 meldde coureur Jan Lammers zich in het mediacentrum in Hilversum om er commentaar te geven bij de live-beelden van de Grote Prijs van Nederland. In 1982 was er een einde gekomen aan zijn drie jaren in de Formule 1. Tot zijn grote spijt.

„Natuurlijk had ik in 1985 nog in de Formule 1 willen racen. Dat was mijn passie. Dus toen ik in de televisiestudio de directe beelden zag, voelde het als een avondje uit met Pamela Anderson terwijl je in een dwangbuis zit.”

Grand Prix in Zandvoort: ’Formule 1 was levensgevaarlijk’ [video]

Wat had hij graag aan het einde van de race compleet gesloopt uit zijn bolide gestapt. Zeiknat van het zweet, blaren op zijn handen en een murw gebeukte nek. Het was 33 jaar geleden geen sinecure om met een Formule 1-auto over het asfalt te denderen. Zeker niet over dat van het loodzware duinencircuit aan de Noord-Hollandse kust, zo vertelt Lammers.

„In die jaren was het rijden van een Formule 1-race een slooppartij. Er was geen stuurbekrachtiging. Je moest telkens ontkoppelen. Je schakelde met een pook. Veel coureurs tapeten hun handen in. Maar blaren kreeg je toch. En dan je hoofd... Van ondersteuning van je nek was nauwelijks sprake. Je kop vloog alle kanten op. Aan het einde van een race was de fysieke beperking meer van invloed op het resultaat dan de kwaliteit van je auto.”

Voedingsdeskundigen

Terwijl de hedendaagse Formule 1-coureur het lichamelijk minder zwaar heeft, is hij vele malen fitter dan de meeste van zijn collega’s uit de jaren tachtig. Lammers: „Ze hebben personal trainers. Ze werken met voedingsdeskundigen. Alle fysieke data worden geanalyseerd. Als een rijder na een race uit zijn wagen stapt, lijkt het net of hij een paar uur in de bibliotheek heeft gezeten.”

Minder zware omstandigheden. Fitter en ook nog eens vele jaren jonger. Zie hier de moderne Formule 1-coureur. „In mijn tijd kwam je maar zelden tegen dat een rijder heel jong begon met karten. Daarbij moest je alles zelf uitvogelen. Niemand hielp je met de ideale lijnen.”

In vergelijking met het verleden is de racerij dus een stuk klinischer geworden. De romantiek is voor een groot gedeelte verdwenen. In de tijd van Lammers reden er cowboys rond die flirtten met de dood. Op vele manieren. „Ik zie nog zo Patrick Depailler voor me. Vlak voor een race nam hij nog snel een enorme haal van zijn Gauloises-sigaret. Hij trok zijn balaclava over zijn hoofd en zette zijn helm op. Dan pas blies hij de rook uit. Dat beeld zal ik nooit meer vergeten.”

Lammers heeft vertrouwen in de terugkeer van Formule 1 in Zandvoort. „Het wordt geen inkoppertje. Een kwestie van de juiste instanties in werking krijgen. Maar als de overheid niet meedoet, komt-ie er ook niet in Assen.”

Meer nieuws uit Sport Regionaal

Keuze van de redactie