De nieuwe Pensioenwet is een regelrechte ramp

De nieuwe Pensioenwet is een regelrechte ramp

Geen werknemer krijgt ooit nog een gedeeltelijk, laat staan volledig geïndexeerd pensioen als het kabinet de voorgestelde strengere pensioenregels doorzet. Hetzelfde geldt voor de reeds gepensioneerden.

Het huidige pensioenstelsel werkt naar behoren, mits een aantal aanpassingen wordt doorgevoerd. De fondsen hebben de afgelopen decennia rendementen gemaakt tussen de 6 en 8 procent per jaar en in  2014 behaalden de grote fondsen zelfs rendementen tussen de 15 en 25 procent. Het totale vermogen groeide naar 1200 miljard euro.

De Franse econoom Thomas Piketty stelde vast dat wereldwijd het rendement op zeer grote vermogens ruim hoger is dan de economische groei. Dit kan een plausibele verklaring zijn dat pensioenfondsen een relatief veel beter rendement maken.

Verder afnemen

Het kabinet wil gedeeltelijke indexatie eerst toepassen bij een dekkingsgraad van minimaal 110 procent en volledige prijscompensatie vanaf 130 procent. Het staat nu al vast dat de dekkingsgraad van vele fondsen onder de 105 procent is gekomen. In de formule voor het vaststellen van de hoogte van de dekkingsgraad wordt de marktrente gebruikt (thans 2 procent).

Deze zal de komende jaren nog verder afnemen gelet op de door de ECB getroffen maatregelen en dat resulteert in een verdere daling van de hoogte van de dekkingsgraad. Indexering is daardoor voor de toekomst vrijwel uitgesloten.

Naar mijn mening is het fundamenteel onjuist nog langer vast te houden aan het systeem van marktconforme rente. Marktrente moet vervangen worden door rendement op beleggingen. Een factor van 4 of zelfs 5 procent is volledig verantwoord.

Vraagtekens

Het kabinet wil dat er een extra reserve wordt opgebouwd om tijden van slechte financiële markten beter het hoofd te kunnen bieden. Ik zet vraagtekens bij de noodzakelijkheid hiervan. Pensioenfondsen hebben al zo veel vet op de botten dat er een neiging tot ’obesitas’ ontstaat. In de jaren ’90 van de vorige eeuw was sprake van extreem hoge dekkingsgraden door hoge aandelenkoersen en hoge marktrentes met als gevolg hoge overschotten, die feitelijk gereserveerd hadden moeten worden voor slechtere tijden.

Het kabinet Lubbers, als grootste werkgever, dacht hier anders over en verlangde van het ABP een zeer groot bedrag om de eigen begroting op orde te krijgen. Dit had nooit mogen gebeuren. Het zou de overheid sieren dit bedrag terug te storten, maar dat is wishfull thinking. Er zijn meer dan 300 pensioenfondsen met elk zijn eigen organisatie en beleggingssysteem.

Te kostbaar

Dat is veel te kostbaar. Op termijn moeten we streven naar een groot nationaal pensioenfonds met een garantiestelling van de overheid. Een pensioenfonds heeft pas bestaansrecht als het voldoet aan de wet van de grote aantallen.

De premies moeten op actuariële wijze, rekening houdend met sterftekansen, worden vastgesteld. De jongeren betalen dan minder en de ouderen meer. Niet onvermeld mag blijven dat met name de grote fondsen prestatiebonussen toekennen aan ingehuurde vermogensbeheerders. In het jaar 2013 bedroeg dit 1,6 miljard euro, 600 miljoen meer dan in 2012.

Daar moet een eind aan gemaakt worden. De door het kabinet voorgestelde maatregelen zijn volkomen misplaatst. Er is nu al een koopkrachtverlies van ruim 9 procent en dat zal de komende jaren nog verder oplopen. Er zijn al voldoende maatregelen genomen in de vorm van een hogere pensioenleeftijd en versoberingen.

Gerard de Groot is gepensioneerd actuaris te Oudorp (Alkmaar)