Humor

Marja van Spaandonk

De drie K’s zitten aan tafel. K. één is de cliënte, K. twee is de vriendin van K. één en fungeert als notulist en K. drie ben ik zelf. K. één is met een duidelijke missie gekomen. Ze heeft een foto meegebracht van haar overleden echtgenoot en wil graag weten of hij over het gezin waakt.

Ze stelt een vraag die regelmatig terugkomt in de praktijk. Allemaal willen we graag een teken van onze geliefden die het aardse bestaan hebben verruild voor… wat eigenlijk? Gene zijde? Het zomerland? Het paradijs? De hemel? Of erger nog: de hel? We kunnen er allerlei benamingen voor bedenken, maar wat het precies is, zullen we zelf moeten ervaren.

Een mens bestaat uit energie. Het is de wetenschap die ons de zekerheid verschaft dat energie nooit verloren gaat. Dus kennelijk blijft er nog iets van ons over waarmee we eventueel contact kunnen maken. Mijn cliënte verlangt naar een teken van leven na zijn dood.

Zelf merkt ze niets van zijn aanwezigheid. Vanaf het fotopapier kijkt een olijke man mij aan en ik stel me op hem in. Direct krijg ik een vreemd benauwd gevoel ter hoogte van mijn keel.

Zijn vrouw vertelt dat dit klopt.

Drie jaar geleden heeft hij zelf zijn leven beëindigd. Hoe meer ik me instel op de entiteit, hoe donkerder het om mij heen wordt. Net zolang tot het besef komt, dat er licht ontbreekt. De geest maakt mij duidelijk dat zijn besluit vanuit het aller-diepste donker is genomen. Op dat moment is er voor hem maar één uitweg: op zoek gaan naar het licht.

Daar is hij tot zijn opluchting aangekomen. Voorzichtig kijk ik mijn cliënte aan. Haar overleden man brengt een theoretisch verhaal over zijn ervaring, maar wat doet dat met haar? Vaak wordt er aangenomen dat na suïcide de mens een soort ’hel’ te wachten staat. Het is de vraag nog maar of dit klopt. Voor deze entiteit in ieder geval niet. Hij maakt mij duidelijk niet het type te zijn die kaarsen dooft en via radio’s en televisies spookt.

Maar nu hij hier toch met de drie K’s te maken heeft, wil hij wel een teken van leven geven. Dus vormt hij met zijn handen een soort trechter en zegt: ’hallo, hallo, hier is de overleden man van K. één. Ik ben goed aangekomen, over’. Voor de twee K’s heel herkenbaar. Wij liggen alle drie in een deuk. Kennelijk gaat ook humor nooit verloren.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.