Einde aan Amerikaanse nachtmerrie

Ad Heesbeen

De Drentse monteur Edward Kleine (40) kwam afgelopen week na tien jaar gevangenisstraf in Alabama (VS) vervroegd vrij. Kleine was veroordeeld tot dertig jaar cel nadat hij in beschonken toestand een voetganger doodreed. Het boek Lockdown van de Alphense journalist Jeroen Langelaar bracht na jarenlang vruchteloos procederen schot in de vrijlating.

Op medelijden zat Edward Kleine uit het Drentse Zuidwolde nooit te wachten. Hij was zelf degene die op dinsdag 18 mei 2005 de keuze maakte na een avond stappen onder invloed van alcohol achter het stuur te stappen.

Kleine, als monteur uitgezonden naar het diepe zuiden van de VS, woonde op een minuutje rijden van de bar, maar omdat een collega zonder vervoer zat, besloot de Nederlander een paar minuten om te rijden. Het werd de grootste fout die hij in zijn leven zou maken. Na amper zeventig meter op de doorgaande weg schepte hij een 22-jarige voetganger, die ter plekke overleed. Hoewel Kleine claimt dat hij de voetganger nooit heeft gezien, raakte hij in paniek en verlieten hij en zijn collega de plek van het ongeluk.

Na anderhalf jaar voorarrest wordt Kleine veroordeeld tot de maximale celstraf van dertig jaar – twintig jaar voor doodslag en tien jaar voor het verlaten van de plek van het ongeluk. Zijn collega, die ook wegliep na het ongeval, getuigde tegen hem en werd niet vervolgd.

Over de schuld van Kleine bestaat geen twijfel, maar de celstraf is zelfs voor Amerikaanse begrippen uitzonderlijk hoog. Talloze vergelijkbare zaken zijn afgehandeld met celstraffen van drie tot zes jaar. Er zijn bermbom leggende terroristen in de VS tot lagere straffen veroordeeld.

Maximale straf

Waarom kreeg Kleine de maximale straf? En hoe overleeft de Nederlander – die ondanks zijn stomme fout geen crimineel is – in een beschimmelde, lekkende gevangenis tussen gewelddadige gangs en corrupte cipiers?

Het waren deze vragen die Langelaar er drie jaar geleden toe aanzetten een boek te schrijven over deze omstreden zaak. Hij zocht Kleine op in zijn gevangenis, interviewde zijn ouders en broer in Drenthe, sprak met advocaten, bezocht de plek van het ongeluk en praatte met een reconstructie-expert over de feiten in de bewuste nacht.

Januari 2014 verscheen het boek Lockdown, waarin de hele zaak – van het ongeluk tot Kleines jarenlange opsluiting en de gevolgen daarvan voor hem en zijn familie – staat opgetekend.

De in het boek geschetste omstandigheden achter Amerikaanse tralies deden in Nederlandse media veel stof opwaaien. Een van de verontwaardigde lezers was Jacques Tichelaar, de commissaris van de Koning in Drenthe, die zich na het lezen van Lockdown besloot in te zetten voor zijn gevangen provinciegenoot in de VS.

Verwachtingen

De verwachtingen van de familie Kleine waren, na vele afwijzingen en teleurstellingen, niet hoog. En ook Langelaar zag er weinig heil in. Allemaal leuk en aardig, die aandacht voor het boek en de ophef over de zaak in Nederland, maar dat alles maakt in het grote Amerika toch echt geen indruk. En dat was ook zo. Ruim een jaar ging voorbij en het boek had Edward Kleine niet meer opgeleverd dan wat sympathie en stapels brieven uit Nederland. Tot vorige week.

Donderdagmiddag ging de telefoon. Een onbekend nummer. ,,Dag Jeroen, je spreekt met Jacques Tichelaar.’’ Hij stond in het provinciehuis in Assen op het punt een persconferentie te beleggen waarop het nieuws zou worden bekendgemaakt: Edward Kleine komt vervroegd vrij.

Niet dat de Amerikanen zich wat hadden aangetrokken van de reuring in het kleine Nederland. Maar Tichelaars lobbywerk bij ministeries en ambassades had ertoe geleid dat de Nederlandse overheid de Amerikaanse autoriteiten ervan kon overtuigen dat Kleine goede begeleiding zou krijgen bij eventuele vrijlating – een absolute voorwaarde voor vervroegde invrijheidsstelling. Daarnaast waren ook de nabestaanden van onschatbare waarde. Woensdag 3 juni lieten zij het Parole Board, de commissie voor voorwaardelijke invrijheidsstelling, weten dat ze na tien jaar in staat waren de Nederlandse dader te vergeven.

Ongemakkelijk

Tichelaar zei wat zoveel mensen hem de afgelopen week hebben gezegd: ,,Gefeliciteerd, Jeroen. Goed gedaan.’’ Hij vond het leuk om te horen, maar voelde zich er toch ongemakkelijk bij. ,,Ik ben journalist, geen mensenrechtenactivist. Hoewel de vrijlating van Edward Kleine mede een gevolg was van mijn boek, was het niet het doel van het boek.’’

Wat hij voor ogen had met Lockdown was de lezer, door de ogen van een Nederlandse hoofdrolspeler, een blik te bieden in de intrigerende wereld van overbevolkte en ondergefinancierde Amerikaanse gevangenissen. Dat Kleines straf buitengewoon hoog was en de vraagtekens die bij zijn rechtszaak werden geplaatst, maakte het verhaal uitzonderlijk en extra het vertellen waard – maar geen reden om het voor Kleine op te nemen.

,,De taak van de journalist is feiten presenteren, geen meningen. De lezer mag oordelen. Dat was mijn insteek en heb ik in het een boek een neutrale verteltrant aangehouden. Desalniettemin ben je voor zo’n boek anderhalf jaar met de zaak bezig en raak je er vanzelf enigszins emotioneel bij betrokken – je blijft immers mens. Edward Kleine is tien jaar geleden ontzettend stom geweest door met alcohol op achter het stuur te stappen. Daar moest hij voor worden gestraft. Dat vond hij zelf ook, net als zijn familie in het Drentse Zuidwolde. Maar niet voor dertig jaar.’’

Acht keer sprak Langelaar urenlang met Kleines ouders en jongere broer over zijn opsluiting en de gevolgen ervan voor een gezin. Wat toen pas goed duidelijk werd, was dat niet alleen hij als de dader, maar ook zijn familie werd gestraft. Dit had elk gezin in Nederland kunnen overkomen.

Schofferingen

Zeker 150.000 euro heeft de familie de afgelopen tien jaar moeten ophoesten voor advocatenkosten en tientallen reizen naar Amerika. Maar dat geld staat in geen enkele verhouding tot het verdriet, en de schofferingen die ze in de VS hebben moeten slikken – maanden van tevoren een vlucht boeken, afreizen naar de gevangenis en daar aan de deur, ondanks de afspraak, botweg worden geweigerd en onverrichterzake terug mogen keren naar Nederland. De familie Kleine heeft het allemaal meegemaakt.

Aan die Amerikaanse nachtmerrie komt nu, na tien jaar, een eind. En als hem wordt gevraagd of hij blij is dat zijn boek daaraan een bijdrage heeft geleverd, is zijn antwoord: ,,Ja. Stiekem toch wel.’’

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.