Ruc-o-la-la

Kees van der Linden

Campanië, voorjaar 1983. Aan de Baai van Sorrento maak ik kennis met de Italiaanse keuken. Vooral die vreemde bladeren in de sla die een beetje op paardenstekken lijken, zijn een ontdekking. Wat zijn dát?

Ik prik ze op mijn vork, bestudeer ze eindeloos en bestel elke avond opnieuw een salade in de hoop dat het smakelijk blad erin zit verwerkt.

Inmiddels weet ik wat ik toen zo lekker vond. Dat was nou Rucola, tegenwoordig ook in de Nederlandse keuken heel algemeen. Gelukkig maar, want het was in de vaderlandse groentewinkels vroeger huilen met de pet op. Ik kan me althans nog de tijd heugen dat zelfs paprika, aubergine en taugé een hoog 'o-la-la-gehalte' hadden, zeg maar malle fratsen voor snobs.

Alleen is er gaandeweg die opmars van de Rucola in dit land iets misgegaan. Bij de eerste kennismaking dertig jaar geleden in Italië was het blad lichtgroen, zacht van smaak, teer en vrij breed, en dus niet, zoals het nu in de supermarkten ligt, donkergroen, nogal bitter, taai en smal. Waarschijnlijk is er wat aan gesleuteld, opdat de zaak langer houdbaar blijft. Maar dat is de smaak niet ten goede gekomen.

Maar nou vond ik onlangs bij Marqt aan de Gedempte Oude gracht die goede oude Rucola van toen weer. Van biologische teelt, maar als het een bespoten product was geweest, had ik het ook best gevonden. Van harte aanbevolen.

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.