Oeroud magisch sprookje

Hanneke van den Berg

Fantasy en SF-schrijfster Ursula Le Guin (1929) heeft in de VS een prestigieuze oeuvreprijs ontvangen. Reden voor De Boekerij om haar bekendste trilogie als bundel uit te geven, met een fraai, met runen versierd omslag.

Le Guin heeft veel schrijvers geïnspireerd, ook J.K Rowling wier Zweinstein lijkt op het Huis van Roke, het magiërscollege van Le Guin. Alleen is de magie van Le Guin blijven steken bij tovenaars met spreuken en sprekende draken, en zijn de huidige fantasy-auteurs dynamischer en veel hedendaagser.

Wat ze gemeen hebben, en wat Le Guin onderstreept, is de strijd tussen licht en duister en dat de wereld niet uit balans mag raken door geknoei. De schrijfstijl van Le Guin doet gedateerd en statig aan, maar daardoor krijgt het boek wel het karakter van een oeroud, magisch sprookje. In deel één komt geitenhoeder Ged (12) op de toverschool van Roke.

Overmoedig roept hij een schepsel uit het dodenrijk op, waar hij levenslang aan vast zit en mee af moet rekenen. Ook wijzen doen dus domme dingen. Deel twee bevindt zich ondergronds in de tombes van de Naamlozen, goden die geen licht verdragen. Hun Hogepriesteres wordt door Ged gered uit de klauwen van Godkoningsdienaren.

In het slotdeel dreigt de magie te verdwijnen en het duister de overhand te krijgen. Ged is nu Archimagus geworden; hij bevaart de Aardzee, een uitgestrekte eilandengroep, om het evenwicht te herstellen.

Fantasy

Ursula Le Guin: Aardzee. Vert. Frits Oomes.

Uitg. De Boekerij, € 24,99.  

Drie sterren

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.