Ashrams

Jan Franke

Ad Heesbeen

De weg van de moderne Israëlische metropool Tel Aviv naar de badplaats Eilat aan de Rode Zee voert ons, dwars door de gortdroge Negev-woestijn, langs enkele hoogtepunten uit de geschiedenis van de staat Israël. Nabij het plaatsje Sde Boker sleet David Ben-Gurion, de stichter van de zionistische staat, zijn laatste jaren in een afgelegen hut, verward en verbitterd over de uitkomst van zijn levensproject.

Dit is het land van de kibboetsen, waar een van Ben-Gurions dromen - het laten bloeien van de woestijn - nog in de praktijk wordt gebracht. Her en der staan halfverwoeste legerposten waar veldslagen tegen de Egyptenaren werden uitgevochten.

Maar aan het einde van deze beroemde weg, zo’n 90 kilometer van Eilat, doemt plots een vreemde, niet bepaald Israëlische afslag op: ’Desert Ashram to the left’, staat er. Ashram is de Indiase naam voor leefgemeenschap, en verwijst in Israël naar plekken waar mensen tot bezinning komen en allerlei veganistische diëten en cursussen op het gebied van yoga en zingeving volgen. De meisjes hebben bloemen in hun haar, de jongens dragen dreadlocks en sandalen. Alsof de jaren ’60 nooit zijn weggeweest.

Dat klopt, want onder een groeiende groep Israëlische jongeren wint het hippieleven en gedachtegoed aan populariteit. Overal in het land duiken dit soort ashrams op.  Avi (28), een gebronsde, stevig gebouwde Israëliër uit Tel Aviv die het tot majoor in het leger schopte en nu een aantal maanden in de ashram woont, legt uit. ,,We leven hier in een snelkookpan. Van kleins af aan hangt de militaire dienst boven ons hoofd en het is altijd oorlog. Daarom zoeken jongeren naar zingeving en ontsnapping. Dat vinden ze hier.”

Bijna alle bezoekers en bewoners van deze oase in de woestijn hebben hetzelfde verhaal. Na de ruim twee jaar durende dienstplicht - voor jongens en meisjes - maakten ze een lange reis naar India. Daar vonden ze, onder het genot van geestverruimende middelen een rust die thuis ontbreekt. Eenmaal terug kunnen ze maar moeilijk aarden in de harde, snelle Israëlische maatschappij, waar werkweken van zestig uur doodnormaal zijn en de middenklasse de eindjes echt aan elkaar moet knopen. Ieder jaar publiceren de kranten verhalen over Israëlische jongeren die tijdens hun reis door India aan de drugs raken en niet meer terug komen. Er zijn zelfs organisaties die proberen deze mensen onder lichte dwang naar Israël mee terug te nemen. Zij die wel terugkomen trekken de woestijn of de bergen in met gelijkgestemden. Zo ver mogelijk van de zenuwachtige grote steden beginnen ze pacifistische communes. Het doet ergens denken aan de laatste dagen van staatsman David Ben-Gurion. Verward en verbitterd over wat er van hun land is geworden.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.