Guggenheim leent werken uit aan Cobra Museum

Foto DPD

Foto DPD

'Compositions’ van Willem de Kooning.Foto Cobra Museum

'Compositions’ van Willem de Kooning.Foto Cobra Museum

1 / 2
Hanneke van den Berg

Amstelveen’Tastebreakers’ noemde James Johnson Sweeney de abstracte kunstenaars die in de jaren vijftig de gevestigde smaak openbraken.

Na zijn aanstelling als directeur van het New Yorkse Salomon R. Guggenheim Museum in 1952 verzamelde hij hun werk met passie. Rothko, Pollock, De Kooning, Appel, Burri, Jorn - kunstenaars die wij nu erkennen als de reuzen van de twintigste eeuw. Nu hangen 51 van die topstukken uit de Guggenheim-collectie in het Cobra Museum.

Het gaat om kunst met een gezamenlijke verzekeringswaarde van een slordige honderd miljoen euro. Kunst die voor transport over twee Boeings werd verdeeld bij wijze van risicospreiding.

Hoe komen dit soort schatten van een machtige kunsttempel met dependances wereldwijd terecht in een middelgroot museum in Amstelveen?

„We hebben gewoon de stoute schoenen aangetrokken”, vertelt Katja Weitering, artistiek directeur van het Cobra Museum. „In 2012 hebben we de tentoonstelling over jaren vijftig-kunst in New York bezocht en namen onder andere de catalogus van ’Paris Central’ mee. Die tentoonstelling, die wij in 2009 hebben gemaakt, kun je beschouwen als de Europese evenknie van de Guggenheim-expositie. Het voelde aan als een tweeluik. Er was oorspronkelijk geen plan om de tentoonstelling te laten reizen, maar puur op basis van de inhoud hebben de Amerikanen toegezegd. Twee jaar lang hebben we er keihard aan gewerkt. Dit is het allergrootste dat we ooit gedaan hebben.”

De tentoonstelling in het Cobra Museum is de helft zo groot als het origineel. Maar het indikken en aanscherpen komt de geconcentreerde kracht ten goede, vindt Guggenheim-conservator Tracey Bashkoff, die samen met Weitering de selectie maakte. „De essentie blijft overeind. Het gaat erom te laten zien dat Sweeney, anders dan veel van zijn collega’s in Amerika, niet alleen abstract expressionisme uit eigen land aankocht, maar ook Europese informele kunst. De sleutelstukken zitten er allemaal in. Slechts een handvol van deze werken is ooit in Europa te zien geweest.”

Een directe link met het Cobra Museum is dat voormalig directeur Sweeney veel werk van Cobra-kunstenaars verzamelde. ’Two heads’ (1952), ook te zien in Amstelveen, is de eerste Karel Appel die hij kocht. In een vitrine ligt, naast het KLM-ticket van Sweeney’s twee weken durende reis door Europa, een brief van Appel aan de museumdirecteur. De kunstenaar komt meteen ter zake: hij wil best twintigduizend francs van de prijs afdoen, maar verlangt desalniettemin een miljoen.

Wie bij de zilverkleurige Dubuffet staat, heeft uitzicht op de collage van juten en linnen van Alberto Burri met daarachter een glimp van de kleurenexplosie van Sam Francis. Bij vrijwel iedere bocht is de zichtlijn anders en wacht een verrassing.

„Deze kunst zal nu niet meer dezelfde schok teweegbrengen als in de jaren vijftig, maar ze blijft fris en levendig”, vindt Bashkoff, die zegt ook zelf nog iedere dag verrast te worden. „In het museum spelen we vaak het spelletje ’wat is je favoriete werk?’ Gisteren dacht ik nog dat het die vroege Rothko was. Maar vanochtend werd ik wakker met de Dubuffet in mijn hoofd. Morgen is het vast weer anders.”

Expositie

De tentoonstelling ’From the Guggenheim Collection to the Cobra Museum. International Abstraction 1949-1960’ is van 5 april t/m 31 augustus te zien in het Cobra Museum in Amstelveen. Meer informatie: Info: www.cobra-museum.nl

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.