Lawaai is een sluipmoordenaar

Illustratie Jean Scheijen

Durk Geertsma

Fraai, stoer, hip? Dat is gehoorbescherming niet. Toch kan het op de werkvloer hard nodig zijn. „Door lawaai functioneren werknemers slechter en verliezen soms hun baan.”

,,Prachtig hé, die krekels, hoor je ze?” Nee, Ron Faber (46) hoorde er helemaal niets van deze zomer, tijdens de vakantie met zijn gezin in Frankrijk. Mevrouw Faber had het concert, dat typisch mediterrane zomergeluid, graag met haar man gedeeld. Het komt er niet meer van. Als gevolg van gehoorschade die Faber tijdens zijn werk opliep, vallen hoge tonen buiten zijn bereik.

Faber is motoragent bij het korps Zuid- Oost Friesland en zit het overgrote deel van zijn werktijd op de weg. Hij staat bloot aan nogal wat decibellen, veroorzaakt door windgeruis (vooral als met hogere snelheid wordt gereden) en de continue druk van het mobilofoonverkeer via de speaker in zijn helm. „Al rijdend krijgen we gesprekken van alle hulpdiensten mee. De hele dag geklets. Hard vooral, om boven verkeersgeluid en windgeruis uit te komen.”

De krekels waren een confrontatie, een paar weken daarvoor had Ron Faber tijdens de periodieke bedrijfsgezondheidscheck al ontdekt dat zijn gehoor in slechts twee jaar tijd sterk is afgenomen. „De terugval is dusdanig, dat ik ben doorverwezen naar de poli van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten in het AMC. Daar schrokken ze ook.”

Preventie

Voor zichzelf en voor collega’s maakt Faber zich nu sterk voor preventie. Hij kreeg het voor elkaar dat de helm voorzien wordt van filters met betere geluidsdemping; van 16 naar 20 decibel. En de in 2012 aangeschafte politiemotoren zijn inmiddels voorzien van bredere windschermen, waardoor de bestuurder minder last van ruis heeft.

Lawaai is een sluipmoordenaar, zegt Bas Sorgdrager van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. Hij kent de gevolgen van te veel lawaai. „Werknemers functioneren slechter, verliezen soms hun baan. De poli is het slotstuk van ellende, hier komen mensen met onherstelbare gehoorschade. De vraag ’hoe komt het nou’, of beter ’hoe voorkom ik schade’, wordt zelden gesteld.”

Een beroepsgroep die om lawaaidruk bekendstaat, is de bouwnijverheid, goed voor honderdduizenden medewerkers. Maar ook industrie, defensie, groenvoorziening, muziek en de vervoerssector zijn risicovol. Het dragen van gehoorbescherming is hier algemeen geaccepteerd. Minder bekend, maar minstens zo risicovol zijn beroepen met levend lawaai. Veeteelt (biggengekrijs) en kinderopvang (kindergekrijs) bijvoorbeeld. Maar ook werken in zwembaden, gymzalen en horeca levert risico op.

Arbobeleid

Lawaai op het werk is een vast item in de verplichte jaarlijkse risico-inventarisatie van bedrijven. Geluidsoverlast maakt deel uit van arbobeleid, maar iedereen met gehoorbescherming uitrusten, is volgens Sorgdrager en Ilke Jellema van de Nationale Hoorstichting te kort door de bocht. Zij pleiten voor maatregelen in de categorie bronbestrijding. Jellema: „Kan lawaai worden voorkomen, kun je werknemers beter afschermen? Is het mogelijk het aantal personen dat blootstaat aan lawaai te verminderen? Werkgevers vrezen dat aanpassingen kostbaar zijn, maar ook kleine ingrepen hebben veel effect. Creativiteit kan uitval onder werknemers voorkomen. Vaak wordt vergeten dat gehooraandoeningen indirect oorzaak zijn van het ontstaan van andere klachten, zoals overspannenheid. Horen doe je met je oren, maar als die minder functioneren, ook met je hersenen. Daarnaast zijn mensen met gehooraandoeningen vaker ziek, maar ook langer.”

Als individuele gehoorbescherming een oplossing is, horen werkgevers te weten dat goede bescherming verder gaat dan de bekende gele schuimdopjes. „Die werken wel, maar zitten niet lekker. Je krijgt de neiging ze na een tijdje weer uit te doen”, weet Jellema. „Iets duurder maar beter zijn op maat gemaakte doppen, otoplastieken. Die bevatten een filter waarmee je alleen de schadelijke geluiden kunt dempen. En ze gaan langer mee, dus hoeven uiteindelijk niet duurder te zijn.”

Sorgdrager: „Bij onderzoek onder 300.000 werknemers, ontdekte de arbeidsinspectie dat een derde gehoorbescherming niet of niet goed gebruikt. Niet uit onwil, maar omdat je met gehoorbeschermers niet goed kunt communiceren, waarschuwingsgeluiden niet opvangt of het productieproces niet kunt volgen. Dit resulteerde in de ontwikkeling van een nieuw soort dempingsfilter, waardoor omgevingsgeluid niet meer 100 procent wordt afgesloten.”

Sluipend

Niet alleen werkgevers zijn nonchalant, ook werknemers denken al snel: ’Mij overkomt het niet’. Jellema: „Het is een sluipend proces, het kan zijn dat gevolgen zich pas na vijf of tien jaar openbaren. Gehoorbescherming past niet altijd bij de bedrijfscultuur, soms vinden werknemers het niet stoer zichzelf te beschermen. Bescherming draag je niet voor je baas, dat doe je voor jezelf. Oren heb je ook in je vrije tijd nodig.”

Informatie

Meer informatie en een online-gehoortest staat op de website

www.hoorstichting.nl

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.