De lessen van Candy Dulfer

Jan Vriend
Amsterdam

Candy Dulfer leerde van het leven. Van haar ouders, van Prince, van haar man en van haar collega’s van de Ladies of Soul. „De Toppers kunnen nog wat van ons leren.”

Je was thuis het enige kind. Wat zijn de belangrijkste lessen die je van de ouders leerde?

„Dat je keihard moet werken en oog moet hebben voor de mensen om je heen. Mijn vader werkte overdag als autoverkoper en gaf ’s avonds concerten als saxofonist. Mijn moeder was vroeger huisvrouw en manusje van alles. Ze kon op één dag een paar stoelen bekleden, de buurvrouw knippen, een paar bejaarden in het dorp helpen en een stel zwerfhonden opvangen. Eigenlijk kan ze alles. Inmiddels is ze al ruim dertig jaar mijn manager.”

„Mijn ouders drongen me nooit iets op en vertelden me nooit wat ik moest doen, maar ze lieten me zien hoe je iets moest doen. Ze gaven me het voorbeeld om actief te zijn en veel energie te geven. Als je energie uitstraalt, ontmoet je leuke mensen en krijg je daar ook veel energie voor terug.”

„Zonder er veel woorden aan vuil te maken, waarschuwde mijn vader me ook voor de valkuilen van de showbizz. Zo legde hij me uit dat populariteit altijd in golven gaat: de ene keer vindt het publiek je geweldig, na een tijdje keert zich dat weer tegen je en daarna willen ze je toch weer zien. Ook leerde hij me een beetje zakelijk te zijn en tegelijk vriendelijk met mensen om te gaan.”

„Van mijn moeder leerde ik om met moeilijke mensen om te gaan. Ze komt uit een horecafamilie. Daarom is ze het van huis uit gewend om op een charmante manier veel voor elkaar te krijgen. Ze is soms heel streng, maar tegelijk heel vriendelijk. Ze is 74 jaar, ziet er geweldig uit en is ijzersterk. Samen vliegen we overal heen.”

Je trad op met grote namen als Prince, Madonna, Dave Stewart, Van Morrison en Beyoncé. Wat leerde je van die wereldsterren?

„Voor een muzikant die aan de top wil komen en blijven, is het werk nooit af. Die moet doorwerken, doorrammen en nooit inzakken. Ook al ben je doodmoe, je moet positiviteit uitstralen. Als echte Nederlander kan ik goed klagen en zeuren, maar van die Amerikanen heb ik geleerd dat je dan in een neerwaartse spiraal terechtkomt en dat je dan het publiek niet geeft wat het verdient. Grote artiesten houden het hoofd koel, zeuren niet en focussen zich op hun muziek.”

„Ik heb ook wel gezien hoe het niet moet. Dan heb ik het over artiesten met sterallures. Meestal zijn dat de mensen die heel jong beroemd zijn geworden en die niet de familie om zich heen hadden die ze met beide benen op de grond hield. Die zijn omringd met ja-knikkers. Daar word je een heel vervelend mens van. Ook al ben je nog zo lief van binnen.”

Je trouwde in 2014 met de Hongaarse voetbalcoach Bela Szenasi. Wat leerde je van hem?

„Ik ben geen échte voetvalfan, maar ik vind het fenomeen teamsport interessant. De coach van een elftal heeft veel raakvlakken met de leider van een band. Je staat allebei voor de uitdaging om een ploeg in topvorm te krijgen. Dat team moet op het juiste moment voor het publiek samenwerken en pieken.”

„Bela is veel mee geweest naar optredens en herkent die processen. Bij de jazz en de funkmuziek die ik speel, kun je als muzikanten niet alleen maar je eigen ding doen. Het is een breiwerk van draden dat bij elkaar moet komen. Om het goed te doen, moet je allemaal dezelfde energie en dezelfde instelling hebben. En daar ligt de lijn met het voetballen. Dus daarin begrijpen we elkaar.”

Je vormt samen met Trijntje Oosterhuis, Edsilia Rombley, Berget Lewis en Glennis Grace de ’Ladies of Soul’. In februari geven jullie voor het derde jaar achtereen concerten in de Ziggo Dome. Wat leerde je van je collega’s?

„Eigenlijk ben ik een enorme eenling. Met andere vrouwen werken vind ik soms lastig omdat ze best wel moeilijk kunnen doen. De ene keer zijn ze niet lekker, de andere keer zijn ze moe of hebben ze enorm veel aandacht nodig. Je moet zangeressen soms met fluwelen handschoenen aanpakken, anders schrikken ze en gaan ze huilen. Omdat ik veel met muzikanten werk, ben ik eigenlijk een halve man geworden. Dus niet zeiken, opschieten, lachen en weer doorgaan.”

„Maar met de vrouwen van de ’Ladies of Soul’ is dat anders. Wij tillen elkaar op. Het bijzondere is dat we allemaal onze eigen carrière hebben, waarin we allemaal eigen baas zijn. Dan is het te gek om te ontdekken dat je elkaar in deze fase van je loopbaan toch nog naar een hoger plan kunt trekken. We vullen elkaar echt aan, zonder last te hebben van botsende ego’s. Dat komt vast omdat we dat in ons leven allemaal al genoeg hebben meegemaakt in onze omgeving. Dan weet je allemaal dat je dat nóóit meer wilt.”

„Wij doen het heel bewust anders. Wij gunnen elkaar de beste nummers, wij helpen elkaar en houden het gezellig samen. We zijn ook elkaars grootste fans.”

„Iedereen in onze groep heeft zijn eigen kracht. Edsilia is het meest onzeker van de groep. Van tevoren roept ze altijd dat ze het veel te moeilijk vindt, maar bij concerten komt ze er juist altijd als beste uit omdat ze kan pieken op het juiste moment. Glennis kan in een kroeg of in een stadion staan, maar ze zingt áltijd fenomenaal. Berget heeft een kracht waar je van achterover slaat en Trijn kan zulke onverwachte dingen doen, die altijd fantastisch uitpakken.”

„Ik ben meer muzikant dan zangeres en ben daarom een handig doorgeefluik tussen de Ladies en orkestleider Tjeerd Oosterhuis. Wij kunnen goed met elkaar overweg en zijn allebei enorm eigenwijs. Hij kan soms streng en kortaf zijn, maar ik snap dat, want ik ben net zo’n streber als hij.”

„Wat we inmiddels ook leerden is hoe moeilijk het is om te dansen op het podium. We zijn er misschien wel een beetje te oud voor. Tenminste: ik dan. Of niet geschikt. De arme choreograaf doet zijn best, maar hij krijgt weinig eer van zijn werk. We zijn nu eenmaal gericht op de muziek en niet op de bewegingen.”

De ’Ladies of Soul’ worden ook wel ’de vrouwelijke Toppers’ genoemd. Wat kunnen die andere Toppers van jullie leren?

„Dat ze zich niet als diva’s moeten gedragen. Dat je ego niet ten koste mag gaan van anderen. En dat ruzie maken energie kost.” Met een glimlach: „Laat dat een wijze les zijn voor die jongens.”

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.