Adoptiekind boos op de wereld

Illustratie DPd

Ad Heesbeen

Adoptie is lang niet altijd een feest. Kinderen hechten zich moeilijk aan de nieuwe ouders, hebben in toenemende mate psychische problemen en een flink aantal ontspoort. Nazorg ontbreekt.

Bonnie en Clyde, oftewel Enise B. en Marco van der P., trekken twee weken rovend en schietend door Nederland en Duitsland. Ze deinzen ook niet terug voor een ontvoering. Na hun arrestatie blijkt, dat Van der P. al vanaf zijn veertiende misdrijven pleegt en als kind uit Brazilië is geadopteerd.

Hij is lang niet de enige bij wie een link is te leggen tussen adoptie en criminaliteit. In vergelijking met Nederlandse kinderen komen adoptiekinderen vier keer zo vaak in aanraking met politie en justitie, waarbij jongens uit Brazilië en Colombia de kroon spannen. Naast Marco van der P. staan momenteel nog twee uit Brazilië geadopteerde boers voor de rechter; zij worden verdacht van drie roofmoorden in Drenthe.

Adoptiekinderen volgen bovendien drie keer zo vaak speciaal onderwijs, worden zes keer zo vaak uit huis geplaatst en een kwart heeft professionele hulp nodig. Volgens een Zweeds onderzoek hebben adoptiekinderen uit Zuid-Amerika een vijf keer grotere kans om aan drugs verslaafd te raken en plegen ze drie keer zo vaak zelfmoord als andere kinderen.

,,Ik zie het allemaal voorbij komen, behalve zelfmoord’’, zegt Lyda Groot van de Landelijke Oudervereniging Gezinsproblematiek Adoptie (LOGA). ,,Bijna alle adoptiekinderen zijn boos op de wereld. Ze voelen zich alleen op de wereld en vinden dat je niemand kunt vertrouwen. Je ziet het niet aan ze, maar van binnen zijn ze allemaal onzeker. Gelukkig gaat het met de meesten goed, maar er is ook een behoorlijk aantal met problemen, die zich openbaren als ze in de puberteit komen en meestal zijn terug te voeren op hechtingsproblemen. Dat kunnen relatief kleine problemen zijn, zoals geen vrienden hebben, maar ook ernstige zoals als psychiatrische- en gedragsstoornissen, waardoor ze in de criminaliteit terecht komen. In extreme gevallen zijn het jongens zonder geweten. Door daar aandacht aan te schenken, kunnen ze in een vroeger stadium worden gesignaleerd en kan ook sneller hulp worden geboden.’’

Erik Jongman werkt ruim twintig jaar met adoptiekinderen in jeugdinstellingen. ,,Ze hebben niets te verliezen, zijn iedereen kwijt en hebben schijt aan alles’’, zegt hij. ,,Ik schrik soms van hun gigantische woede. In het begin van een therapie krijg je weleens het gevoel dat ze je willen vernietigen.’’

Emeritus hoogleraar adoptie René Hoksergen stelt dat kinderen er niet om vragen om te worden geadopteerd. Hij weet hoe ze kunnen worstelen met hun identiteit, met de vraag wie ze eigenlijk zijn, waarom ze zijn afgestaan, hoe anderen hen zien en waarom het allemaal zo is gegaan in hun leven.

Adoptie ontstond kort na de Tweede Wereldoorlog, omdat kinderen die wees waren geworden onderdak nodig hadden en dat kregen bij familieleden. Daarna kwam de adoptie op gang van ouders die dolgraag zielige, hongerende Afrikaanse kindjes wilden helpen die ze op televisie zien. Dat leidde tot 1599 adopties in 1980, een aantal dat nooit meer werd bereikt.

Handicap

In de loop van de jaren tachtig groeide het aantal stellen dat geen kinderen kon krijgen, maar door middel van adoptie dat geluk ook hoopte te vinden. Toen bleek dat voor dit doel zelfs kinderen werden ontvoerd en alleenstaande Koreaanse vrouwen werden gedwongen hun kind af te staan, zagen veel kandidaat-ouders af van adoptie. Tegen het eind van de vorige eeuw deed China kinderen in de aanbieding voor adoptie, maar dan wel kinderen die iets mankeerden, van een hazenlip tot een zware lichamelijke of psychische handicap.

Tot op de dag van vandaag komen de meeste geadopteerde kinderen uit China; 136 in 2013. De laatste jaren zijn er minder heteroseksuele stellen die een kind willen adopteren en meer homoseksuele partners. In de ogen van Hoksbergen is er veel ten goede veranderd vergeleken met ongeveer een halve eeuw geleden. Er wordt kritischer gekeken naar de motieven van kandidaat-ouders en hun geschiktheid, het belang van de biologische ouders en de gevolgen voor het geadopteerde kind.

Dat laat onverlet, dat ouders in toenemende mate een kind krijgen dat speciale zorg en begeleiding nodig heeft. Een groot deel van hen is verwaarloosd door de biologische ouders, die meestal verslaafd waren, psychische problemen hadden en zwak begaafd waren. Veelal is er ook sprake van seksueel misbruik.

Schade

Erik Jongman merkt op, dat dit niet per definitie betekent dat ze op latere leeftijd ontsporen. ,,De genetische aanleg speelt een belangrijke rol, maar de schade die het kind oploopt is ernstiger naarmate die vroeger is ontstaan. De kinderen die ik in mijn praktijk tegenkom, zijn al in hun eerste levensjaar ondervoed en totaal niet gekoesterd door hun ouders. Tot slot zijn het kinderen die jaren op straat hebben geleefd en zich niet kunnen aanpassen aan het leven dat de adoptieouders voor ogen staat.’’

De meeste adoptieouders zijn volgens Jongman betere opvoeders dan de gemiddelde ouder, maar het adoptiekind heeft niet hun genen terwijl hij of zij zich wel moet aanpassen. ,,Die kinderen cijferen zichzelf weg tot ze jong volwassen worden en dan komt de enorme clash tussen hoe ze werkelijk zijn en wie ze zouden moeten zijn. Dat gaat gepaard met hele heftige emoties. Niettemin komt het met veel van deze jongeren goed, mede omdat ze in het gezin sociale vaardigheden hebben geleerd. Een therapeut kan daar overigens wel bij helpen, maar die moet er dan wel verstand van hebben en niet schrikken van heftige emoties.’’

Hoksbergen voorziet de komende jaren meer excessen, omdat een aantal geadopteerde kinderen nu de leeftijd bereikt waarop ze ontdekken dat het leven niet heeft gebracht wat ze hadden gehoopt en er niemand is om ze te begeleiden.

Dat menig kind er (nog) slechter aan toe is dan gedacht, is een van de redenen waarom het aantal buitenlandse adopties de afgelopen tien jaar over de hele wereld stevig is afgenomen. In Nederland daalde het aantal gestaag van ruim 1300 in 2004 tot 401 vorig jaar. Werden er in 1996 nog 81 Braziliaanse kinderen geadopteerd, drie jaar geleden waren dat er nog maar drie.

Crisistijd

Voor de komende jaren verwacht de Stichting Adoptie Voorzieningen een geringe verdere daling, omdat er niet genoeg aspirant-ouders zijn en het aanbod afneemt omdat diverse landen hun binnenlandse adoptie meer bevorderen en beter regelen. Bovendien is de slagingskans bij IVF groter geworden en is, zeker in crisistijd, adoptie nogal duur. ,,Toch als snel 15.000 euro’’, zegt Lyda Groot. ,,En dan moet je nog maar hopen dat het goed afloopt.’’

Nazorg

Emeritus hoogleraar adoptie René Hoksbergen pleit al jarenlang voor meer nazorg voor adoptiegezinnen, omdat problemen dan eerder kunnen worden herkend en problematisch gedrag kan worden voorkomen. Momenteel krijgen ouders veel hulp vóór en tijdens de adoptie, maar stopt deze als het kind een jaar bij de adoptieouders woont. ,,Dan is het officieel jouw kind en heeft het geen stempel meer’’, zegt Lyda Groot van de Landelijke Oudervereniging Gezinsproblematiek Adoptie (LOGA). ,,In tegenstelling tot een pleegkind, dat altijd een pleegkind zal blijven en waarvoor je hulp kunt krijgen tot ze volwassen zijn.’’ De enige mogelijkheid is om tot drie jaar na aankomst van het kind een video te bestellen bij de Stichting Adoptievoorzieningen, waarop tips staan om de band met het kind te versterken en zijn of haar ontwikkeling te stimuleren.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.