Eeuwige strijd tegen haat

Etty Hillesum

Ad Heesbeen

Als jongen van negen schoof Klaas Smelik (63) van tijd tot tijd heimelijk het laatje in het kastje onder het bureau van zijn vader open. Hij keek dan in een van de elf schoolschriftjes beschreven met inkt, hier en daar ook met potlood, in een vrijwel onleesbaar handschrift. ,,S. Dat kon ik lezen en dat sprong er uit. Ik dacht dat het om mijn vader ging, dat het een afkorting van zijn achternaam was.’’

Het bleek een vergissing, maar een begrijpelijke; Smeliks vader, ook Klaas geheten, had in 1936 een korte ’zeer vurige relatie’ met Etty Hillesum, de schrijfster van de oorlogsdagboeken uit 1941 en 1942. Voordat zij op 29-jarige leeftijd in het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau stierf, had de Joodse vrouw haar belevenissen en diepste gedachten toevertrouwd aan dit, inmiddels broos wordende, papier.

Vele jaren na zijn vader raakt ook Smelik junior gefascineerd door Hillesum. ,,Ik bekeek haar cahiers als er niemand in de buurt was. Ik durfde er anders niet aan te komen. Haar schriftjes waren magisch voor mij, maar ook wel luguber want het ging om gedachten die waren opgeschreven door iemand die kort daarna in Auschwitz was vermoord. Het was alsof je in een graf aan het graven was.’’

Op zondag 8 maart 1941 begint Hillesum aan haar bewaarde notities, een van de latere schriftjes is verloren gegaan. ’Vooruit dan maar!’, zijn de eerste woorden, waarmee ze aangeeft dat het haar moeite kost haar geremdheid opzij te zetten om zich te gaan uitdrukken op ’onnozel lijntjespapier’. Ze stapt echter vlot over haar schroom en schaamte heen. Vrijwel dagelijks, af en toe meerdere keren per dag, vult ze de schriftjes aan, tot op dinsdag 13 oktober 1942.

Erotisch

In eerste instantie zijn Hillesums pennenvruchten erop gericht los te komen van de chaos en gekte in het gezin waarin ze is opgegroeid, waardoor ze een ’verstopte ziel’ had zoals ze het zelf noemde. Ze schrijft verder openlijk over haar erotische gevoelens voor oudere mannen en maakt gewag van de steelse affaires die ze heeft terwijl ze samenwoont met de vele jaren oudere Han, die ze ook wel ’Pa Han’ noemt. Hoewel om haar heen de ontberingen en gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog plaatsgrijpen, maakt Hillesum daar in haar oorlogsdagboeken

nauwelijks melding van. Ze spiegelt het oorlogsgeweld veel meer aan haar eigen belevingswereld. Ze werpt vragen op als: Hoe terecht is het de Duitse bezetter te haten, zolang we zelf ook haat koesteren? En waarom doen mensen elkaar dit aan?

De diepgang van haar spirituele zoektocht begeestert honderd jaar na haar geboorte miljoenen lezers wereldwijd. Vooral in Frankrijk en Italië is Hillesum enorm populair, maar ook in eigen land staat de Joodse schrijfster de komende tijd begin 2014 centraal in menig boek, toneelstuk en conferentie. Ze beïnvloedt, precies zoals zij dat wilde, postuum levens en carrières.

Ook al kreeg Smelik de oorlogsverhalen met de paplepel ingegoten, het was niet de hoofdreden dat hij al jaren werkt als hoogleraar Hebreeuws en jodendom aan de universiteit van Gent. ,,Dat heeft te maken met een voorval dat typerend was voor Etty Hillesum en dat mijn vader mij reeds als kind vertelde, erbij zeggend dat hij dit nooit heeft kunnen verwerken. Het ging om de weigering van Etty onder te duiken, omdat zij het lot van haar volk wilde delen.’’

Uitroeien

Vanaf dat moment wist Smelik dat hij meer aan de weet wilde komen over het lot van het Joodse volk, en waarom Hitler het koste wat het kost wilde uitroeien. Smelik was aanvankelijk te jong om zich te realiseren dat de ’familiare band’ met Hillesum hem met een bijzondere taak zou uitrusten; het verbreiden van haar gedachtegoed. Een diepe wens die zij in haar dagboeken had opgetekend: ,,Ik zou lang willen leven, om het later alles tóch nog eens te kunnen uitleggen. En als me dat niet vergund is, welnu, dan zal een ander het doen. En dan zal een ander mijn leven verder leven, daar waar het mijne is afgebroken. Daarom moet ik het zo goed en zo volledig en zo overtuigd mogelijk leven tot de laatste ademtocht,  zodat diegene die na mij komt niet opnieuw hoeft te beginnen en het niet meer zo moeilijk heeft. Is dat ook niet iets doen voor het nageslacht?’’

De missie van Hillesum haar kennis, inzichten en ervaring met zoveel mogelijk mensen te delen, strandde aanvankelijk. Een buurvrouw had de dagboeken direct na de oorlog naar Klaas Smeliks vader gebracht, maar die slaagde er niet in ze gepubliceerd te krijgen. Smelik junior moet er nu om lachen, om al die redenen die de uitgeverijen ter motivering van hun weigering hadden bedacht. ,,Haar dagboeken en de twee brieven die zij vanuit kamp Westerbork schreef zouden te filosofisch zijn.’’

De echte reden was dat Nederland niet zat te wachten op clementie voor de Duitse bezetter. ’’Als Duitsland in de jaren vijftig een voetbalwedstrijd won, werden in Zandvoort bij alle Duitse auto’s de banden lek gestoken. De haat leefde toen heel sterk. Verder wilde men graag horen over de gruwelijkheden van de oorlog, maar die staan niet in Hillesums dagboeken.’’

Zwarte periode

Pas in 1981 slaagt Klaas Smelik er in een deel van Hillesums teksten verspreid te krijgen en vijftien jaar later richt hij in Gent het Etty Hillesum Onderzoekscentrum op. Inmiddels is het tijd geworden de generatie die geen persoonlijke band heeft met de Tweede Wereldoorlog en geen specifieke kennis over deze zwarte periode aan te spreken. Smelik komt daarom met een nieuw boek ’Ik zou lang willen leven’, speciaal voor 16 tot 18-jarigen. De hoogleraar is verantwoordelijk voor de even hoofdstukken, kinder- en jeugdboekenschrijfster Janny van der Molen (45) stelde de oneven hoofdstukken samen.

Van der Molen, die afstudeerde op Etty Hillesum, is exemplarisch voor de grote groep mensen op wie Hillesums oeuvre een grote impact heeft gehad. Zij las ’Het verstoorde leven’, het eerste boek met een selectie van teksten van Hillesum, op haar achttiende op aanraden van een vriendin. ,,Geen ander boek heeft sindsdien mijn leven zo op zijn kop gezet als de dagboeken van Etty Hillesum.’’

Van der Molen, afkomstig uit een klein Fries dorp, was in die periode net naar Utrecht verhuisd en op haar eerste dag in de Domstad verliefd geraakt. ,,Ik was in emotionele zin een beetje de weg kwijt en daarom geïnteresseerd in hoe Etty met dat gevoel omging. Zij schreef dat zij de man op wie zij verliefd was, haar therapeut Julius Spier, wilde hebben. Maar ze wist dat dat niet kon. Kunnen we die liefde niet omzetten naar een liefde zonder dat hebben, vroeg zij zich af. Misschien wel naar een liefde voor alle mensen. En dan vroeg zij zich vervolgens af; hoe zit dat met de bezetter, kan ik die wel liefhebben eigenlijk? Ik ben opgevoed met pasklare antwoorden, Etty Hillesum leerde mij  leven met vragen.’’

De schrijfster voelt zich sindsdien geroepen de woorden van Hillesum waarmee zij wilde bijdragen aan een betere wereld na de oorlog, door te geven. ,,Hillesum wilde niet haten, ook al haatten anderen haar. Zij weigerde een indeling te maken in goede en slechte mensen. Was zij eigenlijk zo veel beter dan een Duitse soldaat? Zij laat ons zien dat er geen klip en klare antwoorden zijn op de grote levensvragen waar uitgerekend jong volwassenen in onze verharde samenleving tegen aanlopen. Hooguit dat die antwoorden, als die er al zijn, in jezelf zitten.’’

Janny van der Molen en Klaas Smelik, Ik zou lang willen leven; over de dagboeken en brieven van Etty Hillesum,  1941-1943, uitgeverij Balans, € 17,50.

Paspoort

Etty Hillesum wordt op 15 januari 1914 geboren in Middelburg. Als ze 10 is, verhuist ze met haar ouders naar Deventer. Op 18-jarige leeftijd gaat Hillesum naar Amsterdam voor een studie rechten en daarna Slavische talen.

In 1936 heeft Hillesum een korte relatie met de oud-zeeman en schrijver Klaas Smelik. Ze woont later samen met Han, maar raakt verliefd op haar therapeut Julius Spier. De 54 jarige Joodse ex-bankier werkt in Amsterdam als handleeskundige en psychotherapeut en zet Hillesum aan tot het schrijven van haar dagboeken, waarin hij, aangeduid als S., veelvuldig voorkomt. In 1942 besluit Hillesum bij de Joodse Raad in Amsterdam te gaan werken, maar verruilt haar baan voor een taak als maatschappelijk werkster in kamp Westerbork. Op haar 29e komt ze om in Auschwitz-Birkenau.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.