Oerhyacint

Foto DPD

Nanska van de Laar

In Limmen ligt de Hortus Bulborum, een levend museum dat de geschiedenis laat zien van de bloembollencultuur in Holland. De stichter, Pieter Boschman was hoofd van de Openbare Lagere School in Limmen, toen al het belangrijkste centrum van wat bloembollentelers uit de klassieke Bollenstreek - tussen Haarlem en Leiden in Zuid-Holland - ’De Noord’ noemen.

Inmiddels wordt de historische zuidelijke Bollenstreek steeds meer volgebouwd en heeft de bloembollenteelt zich over heel Nederland verspreid. En De Noord is nu belangrijker dan Lisse of Hillegom.

Het wezenlijke belang van een levende collectie bloembollen ligt in de informatieve waarde, als cultuurmonument en levend naslagwerk. Je ziet er de evolutie van klein en sierlijk naar groot en lomp. Neem de hyacinten: de oudere variëteiten, zoals ’Hera’, hebben sierlijke, losse bloeiwijzen. Ze lijken nog op de wilde hyacint, terwijl de moderne hybriden, zoals ’Pink Pearl’ en ’Gipsy Queen’, compact zijn, met stengels als hockeykuiten. Het toppunt van gekunstelde lelijkheid is de gevuldbloemige hyacint, waarvan er in Nederland nog zo’n 10 soorten geteeld worden; de gloriedagen van de dubbelbloemige hyacint zijn al eeuwen voorbij. Zet nooit zo’n topzware hyacint op een hyacintenglas; dat eindigt onherroepelijk met scherven.

Wilde plant

Ook bij tulpen en narcissen kun je de ontwikkeling naar ’groter is mooier’ volgen, als je in Limmen langs de levende tijdbalken loopt. Maar er is een tegenbeweging, want er komt steeds meer vraag naar planten met een natuurlijke uitstraling. In plaats van voor dik en groot kiezen we steeds vaker voor klein en rank. Kwekers spelen daarop in en hebben hyacintenrassen ontwikkeld die er weer bijna uitzien zoals de wilde plant: minder bloemen aan ranke stengels. ’Festival hyacinten’ worden deze rassen genoemd, met namen als ’Pink Festival’, ’White Festival’, enzovoort. Ook de multiflora hyacint, met meer bloemstengels, en met tussenruimte tussen de bloemen past bij de groeiende vraag naar oorspronkelijkheid. Het grappige feit doet zich voor dat je die ranke oerhyacinten helemaal niet speciaal hoeft te kopen; als je zo’n gewone topzware hyacint, die in iedere supermarkt te koop is, niet na de bloei in de groene kliko mikt, maar in de tuin plant, of - als je geen tuin hebt - in de berm van de weg, of in het gemeenteplantsoen, dan zul je zien dat die hyacint het volgende jaar vanzelf als oerhyacint terugkomt, met rankere stengels en minder bloemen. Dat zou je contra-evolutie kunnen noemen: terug naar het wilde model. Je kunt in de Hortus Bulborum gewoon genieten van kleuren en geuren, maar een onverbeterlijke moralist als ik moet altijd overal een les aan vastknopen. En mijn les is deze: het verbeteren van wilde planten is in veel gevallen een vorm van arrogantie. Er valt niks te verbeteren. Maar ga vooral zelf kijken en trek je eigen conclusie. Dat kan tot half mei.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.