Mari Maris wil  met haar ’bijbel’ een basis geven

Foto: Bart de Ruiter

Hanneke van den Berg

Mari Maris. Die naam klinkt haast te mooi om echt te zijn. De voornaam van de auteur van ’De Groentebijbel’ is Maris. ,,Mijn achternaam, Hakkenberg Van Gaasbeek, heeft me nooit veel goeds gebracht. De uitgever wilde niet alleen mijn voornaam en toen werd het Mari Maris.’’

Vroeger was het haar doel om ooit een zomerhuisje in Frankrijk te kopen, maar toen ze een aantal jaren geleden in Noord-Frankrijk langs een oude bakkerij reed die te koop stond en het hek opendeed, wist ze dat ze haar plek gevonden had. Inmiddels is het braakliggende weiland omgetoverd tot een enorme moestuin. De groente die ze er verbouwt, verkoopt ze aan klanten die wekelijks een ’mandje’ komen halen, een soort groentetas, zoals wij dat van de biologische winkel kennen. ,,Dat was nog helemaal niet eenvoudig in het begin, want de Fransen zijn niet zo dol op groente. Het zijn echte vleeseters en voor hen is een aardappel ook gewoon groente.’’ Ook heeft ze een eigen restaurant dat ze twee tot drie dagen per week opent als er een groep reserveert.

Aanvankelijk wilde ze in Frankrijk de kost verdienen door collega-koks ervan te overtuigen dat zelfgeteelde groente echt veel en veel lekkerder is dan diepvriesprakjes. ,,Maar dat bleek niet eenvoudig. ’Het is hartstikke leuk hoor, wat je zegt en doet, maar dát gaan we niet doen’, zeiden ze. Toen stapte ik over op die groentemandjes en dat loopt erg lekker. Het is geen vetpot hoor, ik kan er geen extra personeel van aannemen, terwijl ik een tweede paar handen voor de moestuin prima zou kunnen gebruiken. Want een moestuin, zeker van die omvang, is een flinke klus. Van mijn moestuin kan ik per week tachtig man voeden.’’

De smaak van groente, van vers geteelde en geplukte groente, dat is toch de basis van alles van wat Maris momenteel doet. Daarom vond ze ook dat die Groentebijbel er moest komen. ,,Veel mensen kopen hun groente gesneden en wel in een zak in de supermarkt, maar die groente wordt vaak gewassen in een zak gedaan, waardoor het gaat broeien en helemaal niet meer lekker vers is. Ook heeft die groente er vaak een hele reis op zitten of het komt uit de kas en dan is de smaak ook veel minder. Ik weet zeker dat ieder blind proevend panel, hoe onervaren ook, vers geplukte groente uit een moestuin er meteen uit zou halen. Het is zoveel lekkerder dan al die andere alternatieven. Boerenkool moet je eten als het vers van het land komt, na de eerste nachtvorst. Wie nu boerenkool koopt in de supermarkt, eet groente die met allerlei trucs in een kas tot wasdom is gekomen. ’’

’De Groentebijbel - Van Aardappelpuree tot zuringsoufflé’’ is een heel praktisch kook- en leesboek geworden. Alle groente is op alfabetische volgorde gerangschikt. Elke groente begint met een korte uitleg over de oorsprong, in welk seizoen het lokaal te verkrijgen is, hoe je het moet snijden en verwerken en met welke kruiden of producten het goed te combineren is. Daarna volgt een aantal recepten met die groente. Elk recept is compact en duidelijk. ,,Sommige kookboekenschrijvers leggen een recept uit in drie pagina’s, dan raak ik altijd de weg kwijt. De meeste bereidingen kun je prima in een paar zinnen uitleggen. Dan zien mensen er ook niet zo tegenop om het te maken. Wat ik met dit boek wil, is mensen een basis geven, waarna ze zelf verder kunnen experimenteren. Dan heb ik mijn doel bereikt.’’

Mari Maris: Groentebijbel - Van aardappelpuree tot zuringsoufflé. Uitg. Carrera culinair, €29,90.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.