Plasterk draait het nieuwe jaar van start

Plasterk zwengelt receptie én draaiorgel aan.

Plasterk zwengelt receptie én draaiorgel aan.

Frenk Klein Arfman
Haarlem

De inspanning is zelfs met zijn rug naar het publiek gekeerd, van Ronald Plasterk af te lezen. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met een voorliefde voor draaiorgels, opende gisteren de nieuwjaarsreceptie van het Haarlemse draaiorgelmuseum.

Daarvoor was speciaal een ’zwaardraaiend’ gastorgel aangevoerd. ,,Nou, doe je jasje maar uit’’, lacht een draaiorgelman dan ook als Plasterk kort daarvoor naar het rad loopt. Maar het draaien gaat hem prima af. Zijn liefde voor het draaiorgel kent diverse oorzaken, legde hij de vele aanwezigen zojuist nog uit. ,,In de eerste plaats was het destijds schitterende technologie. Bovendien is het cultureel erfgoed. Een beeld dat thuishoort in het Nederlandse straatbeeld. Al zijn helaas slechts enkele draaiorgels nog op straat te zien.’’ Daarnaast vindt hij een link naar de participatiemaatschappij, vanwege de vele vrijwilligers die hun ziel en zaligheid stoppen in het behoud van de draaiorgels én het draaiorgelmuseum. En, zo sluit hij af: ,,Het draaiorgel was iets waar we sámen van genoten. Tegenwoordig leeft velen in een eigen wereld met oordopjes in. Allemaal luisterend naar andere muziek.’’

De openingsdraai doet hij op ’De Lekkerkerker’, een van de zes monumentaal beschermde orgels in Nederland. Gebouwd door Carl Frei in 1928 en uit een tijd dat poppen op draaiorgels even uit de mode waren. Poppen overigens die zelden lachen. Waarom dat is, weet Louis Guykens, bestuurslid van het Draaiorgelmuseum even ook niet. ,,Dat was van oudsher zo. Terwijl de kleuren van de draaiorgels wel altijd erg vrolijk waren.’’ Hij weet wel dat het ’hartstikke’ goed gaat met de draaiorgels. Althans, qua het behoud ervan. ,,Want op straat zie je ze helaas nog maar zelden.’’

Adrie Vergeer die ’De Lekkerkerker’ restaureerde, heeft wel een verklaring voor die ’net niet chagrijnige’ blik van de poppen op een draaiorgel. ,,Ze zijn de leden van het orkest, een serieuze zaak dus.’’

Overigens luistert het deuntje dat Plasterk aanzwengelt naar de titel ’Morgen wordt alles beter’. Een liedje uit 1938 zodat het destijds zijn woorden niet lang wist waar te maken. Het zegt wel iets over de intenties van het Draaiorgel museum voor dit jaar. Veel speciale muziekavonden én een eigen website vanaf 1 april.

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.