Kunsthart als heilige graal

Ad Heesbeen

De Nederlandse hartchirurg prof. Jaap Lahpor is heel voorzichtig. De hartslag van de aandeelhouders schoot vorige maand omhoog toen het grote nieuws bekend werd: Carmat, een Frans bedrijf, had in vier landen het groene licht gekregen om zijn kunsthart te laten implanteren.

Voor prof. Alain Carpentier, hartchirurg en mede-eigenaar van het bedrijf, was de toestemming om tot klinisch testen over te gaan een doorbraak. Hij had vijftien jaar aan zijn kunsthart gewerkt, en stond te popelen de prothese op de markt te brengen. Zijn droom: hoop bieden aan patiënten voor wie geen hoop meer gloort. „Een kunsthart is de heilige graal voor hartchirurgen”, zegt zijn woordvoerder, Christian Berg. „Het is erg moeilijk patiënten te zien sterven door gebrek aan donorharten, vooral als ze jong zijn.” Carpentier, die 79 is, speelt al veertig jaar in de eredivisie van de hartchirurgie. „Hij is een grootheid,” zegt prof. Jaap Lahpor, een Nederlandse hartchirurg,die sinds 1 juli met emeritaat is. „Carpentier heeft technieken ontwikkeld die nu wereldwijs worden toegepast.” Sceptisch In Europa alleen hebben vijftien miljoen mensen hartklachten; dat zijn evenzoveel potentiële klanten. Maar Lahpor, eerder werkzaam in het Universitair Medisch Centrum Utrecht, is sceptisch. Hij vindt het ‘verdacht’ dat het eerste Carmat-hart in België, Polen, Slovenië of Saoedi-Arabië wordt geïmplanteerd. „Waarom wordt een kunsthart waar de Franse industrie enorm in heeft geïnvesteerd niet eerst in Frankrijk geïmplanteerd? Je ziet altijd dat voor dit soort testen landen worden gekozen waar de regels minder streng zijn. Ik word daar onrustig van.”

De Franse autoriteiten stonden erop dat het kunsthart eerst op een dier getest zou worden. Onzin, vindt prof. Marian Zembala, een Poolse hartchirurg. „De Carmat-prothese is ontwikkeld met een oog op de menselijke anatomie en fysiologie”, zegt Zembala. „Vorm en omvang ervan bootsen het menselijk hart na. Implantatie vereist een ronde borstholte. Bij zoogdieren hebben alleen grote apen zo’n borstholte, maar die komen niet in aanmerking voor testen.”

Volgens Carmat onderscheidt zijn kunsthart zich van eerdere pogingen in drie opzichten: het materiaal waarvan het gemaakt is, de toegepaste elektronica en de omvang. Het Carmat-hart bestaat deels uit het weefsel van een rund, dat biologisch inert is gemaakt. Daarmee is het risico van afstoting geëlimineerd, en dat van een hersenbloeding gereduceerd. De elektronica maakt dat het hart zich aanpast aan de fysiologische behoeftes van de drager. Sensoren registreren die behoeftes. Als de drager een trap op rent, gaat het hart sneller pompen. Ligt hij, dan daalt het ritme.  En, zegt Carmat, het hart is zo klein gemaakt dat het in 86 procent van de mannen past en 14 procent van de vrouwen.

Zembala denkt dat daarmee de gebreken van eerdere kunstharten zijn verholpen, en suggereert dat het kunsthart in sommige opzichten beter is dan een natuurlijk hart dat van een donor afkomstig is. ”

Goudstandaard

Voor Lahpor, die sinds 1985 harttransplantaties verricht, blijft een donorhart de ‘goudstandaard’. En voor wie geen donorhart beschikbaar is, een grote groep, is er een beter alternatief: het steunhart, een apparaatje dat in het hart wordt gemonteerd ter ondersteuning daarvan. „De levensduur van negen jaar die Carmat claimt, is een enorme verbetering ten opzichte van eerdere kunstharten,” zegt hij. „Maar het is een verslechtering in vergelijking met een steunhart.” En Lahpor moet nog maar zien of die negen jaar realistisch is. „Ik geloof best dat het mechanische deel van het kunsthart negen jaar mee kan. Maar als je een heel hart gaat vervangen door een kunsthart, krijg je te maken met het agressieve interne milieu van de mens. Dat kan enorm tegenvallen.” Bovendien, meent hij, is het Carmat-hart nog steeds te groot als het slechts in 14 procent van de vrouwen past. En dan is er nog iets: de psychologische last van een kunsthart. „Maar als een steunhart faalt, weet de patiënt dat hij in elk geval nog het ziekenhuis kan bereiken. Als je kunsthart ophoudt te pompen, ben je in een paar seconden dood.” Ziet hij helemaal geen toepassing voor het Carmat-hart? „Er is een kleine groep mensen voor wie het kunsthart een uitkomst kan zijn. Het steunhart is voor patiënten wier rechterhartkamer in elk geval nog gedeeltelijk functioneert. Is dat niet het geval, kan het Carmat-hart een oplossing vormen.” Maar die groep is klein.

En dat is maar goed ook, want een Carmat-hart implanteren, is duur: 160.000 euro. „Als we bij elke patiënt met hartproblemen een kunsthart inplanteren, gaat ons hele budget voor gezondheidszorg daar aan op”, zegt Lahpor. Daar zullen de aandeelhouders van Carmat geen bezwaar tegen hebben. Maar, zo zegt Lahpor, „dat staat de overheid nooit toe.”

Geschiedenis van het kunsthart

De jacht op een kunsthart begon in 1967, in Amerika. Zes jaar later werd de eerste prothese bij een kalf geïmplanteerd. Het dier stierf dertig dagen later. Dat was slechts het begin. In 1969, kreeg een patiënt in Amerika een kunsthart geïmplanteerd. De patiënt overleefde de transplantatie niet. In de jaren tachtig leefde een andere Amerikaan bijna twee jaar met een kunsthart van het type Jarvik, en aan het begin van deze eeuw kwam de AbioCor op de markt. Beide Amerikaanse kunstharten waren te groot en gingen maar twee jaar mee.

Carmat komt met een kunsthart dat nauwelijks groter is dan de natuurlijke pendant, dat van biologisch weefsel is gemaakt maar niet afgestoten kan worden, dat sneller gaat kloppen bij inspanning, en dat bijna tien jaar meegaat.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.