Fraaie film van een charmante drammer

Hanneke van den Berg

Ken Loach maakte in 2006 veel indruk met ’The wind that shakes the barley’. De in 1936 geboren cineast sleepte in Cannes zelfs de Gouden Palm in de wacht met zijn meeslepende relaas over de vroege geschiedenis van de IRA. Door de ogen van twee broers liet Loach zien hoe het Ierse Republikeinse Leger tussen 1919 en 1922 met succes de strijd aanbond met de Engelse overheerser.

In ’Jimmy’s Hall’ keert Loach terug naar Ierland, maar dan een decennium later. Van de hooggestemde verwachtingen die de vrijheidsstrijders vroeger koesterden, lijkt weinig over. Samen met rijke landeigenaren heeft de katholieke kerk met verve de onderdrukkersrol overgenomen van de verdreven Engelsen.

Loach en zijn vaste scenarist Paul Laverty illustreren de kleinzieligheid van de Ierse clerus aan de hand van de waargebeurde geschiedenis van James Gralton. Hij is geboren in 1886 op het armoedige Ierse platteland, in 1909 naar Amerika geëmigreerd, en tien jaar later teruggekeerd naar zijn vaderland om mee te vechten in de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog.

In ’Jimmy’s Hall’ zien we hoe Gralton in de jaren dertig voor een tweede keer terugkeert uit Amerika. De verklaarde communist verfoeit het kapitalisme in de Verenigde Staten. De Amerikaanse muziek - en dan met name de jazzmuziek - omarmt hij echter. De charismatische Gralton opent een dorpshuis en organiseert daar dansavondjes met de nieuwe muziek. Dat brengt hem in aanvaring met een priester die deze ’negermuziek’ beschouwt als iets duivels. Erger nog wel misschien dan Graltons socialistische denkbeelden.

Zoals wel vaker in de vertellingen van Loach en Laverty zijn de tegenstellingen tussen de wrede onderdrukker en de volkse onderdrukten tamelijk schematisch uitgewerkt. Gelukkig is Loach al sinds zijn doorbraakfilm ’Kes’ (1969) ook een regisseur die het beste uit zijn acteurs weet te halen.

Dat betaalt zich vooral uit in de scherpe confrontaties tussen de door Barry Ward vertolkte Gralton en de door veteraan Jim Norton gespeelde Father Sheridan. In een intens gesprek in de biechtstoel verwijt Gralton de priester dat hij meer haat in zijn hart heeft dan liefde. Zijn gelijk wordt op wrange wijze bewezen: korte tijd later wordt hij uit Ierland verbannen. En dat alleen omdat hij zijn streekgenoten wil verheffen met muziek en dans.

’Jimmy’s Hall’ zou wel eens Loach’s laatste film kunnen zijn. In dat geval verliest de filmwereld een charmante drammer. Zelden gaf Loach zijn onwrikbare geloof in de socialistische heilsleer optimistischer en aanstekelijker vorm dan in ’Jimmy’s Hall’.

Jimmy’s Hall

Regie: Ken Loach

Met: Barry Ward, Jim Norton, Simone Kirby

Vier sterren

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.