Blondeau revancheert zich deels voor flop

Hanneke van den Berg

Met ‘Het West-Vlaams Versierhandboek’ revancheert Thomas Blondeau (1978) zich voor zijn geflopte voorganger ‘Donderhart’.

Alles wat dat eerdere boek miste: scherpte, diepgang, oprecht venijn, is in deze nieuwe roman volop aanwezig. Waarom wil het ‘Versierhandboek’ dan toch niet echt beklijven?

Hoofdpersoon is Raf, een schrijver. Na een mislukte liefde besluit hij terug te keren naar zijn geboortedorp om daar aan een nieuw boek te werken, een boek waarin hij een antwoord zoekt op de vraag waarom zijn liefdesrelaties vroeg of laat altijd ongelukkig eindigen. Het dorp blijkt zich kort tevoren afgescheiden te hebben van de rest van het land, onder leiding van een 300 kilo wegende man die in het plaatselijk café zitting houdt. Wat halfslachtig sluit Raf zich aan bij de onafhankelijken, terwijl hij ondertussen in beslag genomen wordt door zijn groeiende gevoelens voor de mooie Serena.

Blondeau doet zijn verhaal in korte hoofdstukjes en wisselt regelmatig af met filosofisch getinte terzijdes. In voetnoten levert hij in cynische dialoogjes met zichzelf commentaar op hetgeen hij schrijft. Dit alles leidt tot een zekere verbrokkeling.

Als pastiche op sommige hedendaagse Vlaamse romans (door Blondeau zelf gekarakteriseerd als: ‘vettig Vlaams, snufje nostalgie, mespuntje ach-ja-het-leven, afwerken met melancholie, klaar’) is dit boek best geslaagd, maar meer dan dat wil het niet worden.

Thomas Blondeau: Het West-Vlaams Versierhandboek Uitg. De Bezige Bij, 18,90 euro

3 sterren

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.