'In Nederland moet een schrijver nederig zijn'

Haarlem

,,Harry Mulisch was een ouderwetse heer, net als Beets, Lodewijk Van Deyssel en Godfried Bomans. In zekere zin heeft hij een traditie voortgezet’’, zegt schrijver P.F. Thomése. Lodewijk H. Wiener bekent in een eerste reactie op de dood van Mulisch dat hij ,,toch wel zijn hele leven last van die man heeft gehad’’, maar nuanceert dat later.

Thomése reageert nogal laconiek op de dood van Mulisch. ,,Voor een schrijver maakt het niet uit of hij leeft of dood is. De lezers hebben immers zijn boeken. Je kunt dan zeggen: nu komen er geen nieuwe boeken meer bij, maar Mulisch was na ‘Siegfried’ toch al niet meer zo productief. Maar hij is - dat valt niet te ontkennen - een schrijver van museale proporties. Zijn schrijverschap is echt een modelschrijverschap, dat behoorlijk veel invloed heeft gehad op de generatie van zijn tijd. Ik heb veel van hem gelezen; ‘Voer voor psychologen’ is mijn favoriete boek. Zijn oeuvre is erg afwisselend, veel afwisselender dan dat van Reve en Hermans. Hij vernieuwde zich toch telkens, iets dat ikzelf ook erg belangrijk vind.’’

,,Ik ben nog ‘n keer op een bijeenkomst voor zijn vijftigste verjaardag geweest. Daar kon je toen kaartjes voor kopen. Er waren niet echt veel mensen op afgekomen, maar er liepen wel enige vazallen van hem rond en mensen als Carel Willink en Freek de Jonge. Hij zat daar op een brede rotanstoel die aangekleed was als een troon. Hij liet het zich glimlachend welgevallen dat ze de grote schrijver kwamen eren. Maar het was een beetje een toneelstukje van hem, hij had het zelf allemaal wel door, hij bezag die eerbewijzen met ironie. Ja, een echt ouderwets tribuut was het. Het had iets komisch, was toch een beetje genialiteit op huiskamerformaat. Net een voorstelling van Wim T. Schippers. Ik vond het erg geestig. Hij nam de boel in de maling. Net zoals Bomans dat kon en nu Arnon Grunberg, die zijn publiek ook graag bedondert.’’

,,Mulisch had iets ijdels. Dat werd hem telkens voor de voeten geworpen. In Nederland moet een schrijver nederig zijn en mag hij volstrekt geen kapsones hebben. Jan Wolkers ging er hier in als koek, met zijn vaalgewassen T-short en zijn baseball-jack. Maar Mulisch vond men maar een dandy. Een ander ding is dat Mulisch’ persoonlijkheid altijd door zijn werk heen schemerde. Zelf heb ik dat helemaal niet. Ik vind een boek pas geslaagd als ikzelf achter mijn tekst ben verdwenen.’’

Lodewijk H. Wiener heeft Mulisch’ werk een tijd lang niet meer gelezen omdat de arrogantie van de schrijver hem dwars zat. Maar dat hij een groot schrijver was, staat ook voor Wiener buiten kijf.

Wiener: ,,Als je vader een collaborateur was en je moeder een Jodin en je blijkt zelf over een groot schrijftalent te beschikken, dan is het niet verwonderlijk (dan is het geen toeval zou Mulisch zeggen, omdat toeval volgens hem niet bestaat) dat je een aantal indringende boeken schrijft, waarin de oorlog een hoofdrol vervult. De roman ‘Het stenen bruidsbed’ (1959) en de autobiografie ‘Voer voor psychologen’ (1961), alsmede de reportage ‘De zaak 40-61’ (1962) omtrent het Eichmann-proces, getuigen daarvan. Ik heb die boeken destijds verslonden.’’

,,Later is de ijdelheid en de arrogantie in Mulisch’ persoonlijkheid me steeds meer gaan tegenstaan, waardoor ik opgehouden ben zijn werk te volgen. Ook zijn modieuze dwepen met het communisme en de revolutie op Cuba droegen daartoe bij. Maar wat deze auteur uiteindelijk als oeuvre heeft nagelaten is onmiskenbaar van een monumentaal gehalte en kan nu voor altijd losgezien worden van zijn persoon.’’

,,En als postuum eerbewijs aan de schrijver Harry Mulisch zal ik op korte termijn, alsnog, ‘De aanslag’ lezen en zonder storende invloeden op waarde schatten.’’

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.