Over de vloer bij Britse adel

Blenheim Palace gemaakt om te intimideren. (Foto: Hollandse Hoogte)

Het doolhof van Longleat House. (Foto: Hollandse Hoogte)

Blenheim Palace is omgeven door fraaie tuinen. (Foto: Visit Britain)

Longleat House. (Foto: Visit Britain

1 / 4
Mirjam van Twisk

De lifestyle van de Engelse adel in vervlogen tijden, haar macht en enorme landgoederen spreken nog immer tot de verbeelding. Gelukkig zijn honderden Britse landgoederen gered en gerestaureerd, door de National Trust. We bezochten vlakbij Londen drie van deze mooiste en grootste, zogenoemde stately homes.

Zelfs op een warme lentedag is het binnen koud en donker. De monumentale open haarden branden niet. De meeste luiken en gordijnen zijn gesloten, zodat het daglicht de schilderijen en stoffen in het 400 jaar oude Longleat House in Warminster (Wiltshire) niet aantast. Longleat House opende als eerste adellijke landgoed in 1966 zijn deuren en tuinen – aangelegd door de beroemde Capabilty Brown – voor het publiek. Als extra trekpleister is in het park een groot safaripark gebouwd.

Toen de glorietijd van de stately homes – de landhuizen – na de Eerste Wereldoorlog voorbij was, zoals Evelyn Waugh beschrijft in Brideshead Revisited, konden veel erfgenamen de hoge onderhoudskosten en successierechten niet langer betalen. Met pijn in hun hart kozen ze voor openstelling, waarbij de eigenaar vaak een gedeelte blijft bewonen.

Toch is het niet meer zoals vroeger, toen de markies van Bath en zijn lady in hun prachtige gewaden door de grote hal schreden. Nu zijn daar middeleeuwse harnassen te zien en het jasje dat koning Charles I droeg bij zijn executie in 1649. Maar in de eetzaal staat nog alles klaar alsof de markies zo kan aanschuiven aan de enorme tafel. ,,Vroeger woonde niet alleen de markies, maar zijn hele familie – broers, zusters, ouders, kinderen – op het landgoed’’, vertelt onze gids.

Verkleden

Op Longleat werkte toen vijftig man personeel. Zoals de meeste stately homes, was ’het huis’ zelfvoorzienend. Tuinmannen en keukenpersoneel zorgden voor voedsel uit moestuinen en landerijen, vee, wild en eenden waren er in overvloed. Huispersoneel stak in de vroege morgen de haarden aan en zorgde voor warm water. De valet en ladies maid hielpen de familie met aankleden. En met verkleden, want vooral de dames dienden zich vijf of zes keer per dag te verkleden om in het juiste, vele kilo’s wegende, ochtendtoilet, dinergown of avondtoilet te kunnen verschijnen.

Zo was het leven ooit ook op Knole House in het heuvelachtige Kent, waar schrijfster Vita Sackville-West werd geboren. Knole werd in 1456 gebouwd voor de aartsbisschop van Canterbury en in 1566 door koningin Elizabeth geschonken aan Thomas Sackville. Tot haar grote verdriet mocht Vita Sackville-West (1892-1962) het landgoed als vrouw niet erven.

Dwalend door de vele zalen met donkerhouten lambriseringen, wandtapijten en schilderijen – honderden portretten van de hertogen en baronnen van Dorset en Sackville – begrijpen we haar spijt. Het valt niet mee de prachtige, ommuurde tuin en het hertenkamp achter te laten. Om nog maar te zwijgen van het sprookjesachtige huis zelf, met de vele wandtapijten, serviezen en unieke collectie zeventiende-eeuwse koninklijke meubels (Stuart).

Als er een nieuwe koning kwam – en dat gebeurde toen nogal eens – verving hij de meubels en nam de hoge adel de ’oude’ mee. Pronkstuk is het koninklijke bed van James II, waarin het zoontje van Vita Sackville-West zich als kind ooit verborg. Zij verhuisde na haar huwelijk met Nigel Nicholson naar Sissinghurst, waar ze onder meer ’Knole and the Sackvilles’ (1922) schreef.

Churchill

Ons laatste stately home is Blenheim Palace, het geboortehuis van Winston Churchill (1874-1965), vlakbij Oxford. Zijn voorvader John Churchill, 1st Duke of Marlborough, kreeg het paleis cadeau van Queen Anne na zijn overwinning in de Battle of Blenheim in 1704. Blenheim is, met 187 kamers en ruim 18.000 vierkante meter, een van de grootste Engelse paleizen. Het wordt nog deels bewoond door John George Vanderbilt Henry Spencer-Churchill, 11th Duke of Marlborough. ,,Yes, we see him quite regularly’’, zegt de gids met chique Engelse tongval. ,,That’s his car over there.’’

Blenheim Palace ademt een heel andere sfeer. Met zijn statige zuilen en Versailles-achtige tuinen straalt het macht uit. Natuurlijk staat hier veel in het teken van de beroemdste bewoner, Sir Winston. We zien de kamer waar hij geboren is, en het verschoten donkerrode huispak waarin hij later rondliep. Maar ook de indrukwekkende staatsiezalen. En de familieportretten die het verhaal vertellen van de Churchill-erfgenamen die met rijke vrouwen trouwden om hun paleis en levensstijl te kunnen behouden.

Hier geen safaripark, maar wel regelmatig Shakespeare-opvoeringen, Churchilltentoonstellingen, riddertoernooien, concerten en classic car-evenementen. Want ook hier moet his lordship’s schoorsteen roken.

We hadden graag ook Highclere bezocht, waar televisieserie Downton Abbey wordt opgenomen. Maar wegens overweldigende belangstelling zijn de kaartjes lang van tevoren uitverkocht. Misschien volgend voorjaar. Want nu we de smaak te pakken hebben, staan ook nog Sissinghurst Castle, Waddesdon Manor (van de Rothschilds) en Castle Howard op het wensenlijstje.

Wat & Waar

Vlieg naar Gatwick of Heathrow, op een uur vliegen van Schiphol. Huur vervolgens een auto, landgoederen zijn nauwelijks bereikbaar per openbaar vervoer.

National Trust Touring Pass (à 24 Britse pond per week) geeft gratis toegang tot ruim 300 locaties: www.nationaltrust.org.uk.

Voor een overzicht van stately homes, zie www.stately-homes.com. De meeste stately homes hebben museumwinkels voor souvenirs, van homemade lemon curd tot Churchill's speeches.

Overnachten in gerestaureerde historische gebouwen kan via Landmark Trust: www.landmarktrust.org.uk.

Tip: Oxford bezoeken, desgewenst met Inspector Morse-rondleiding.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.