'War Horse': ’Om te janken, zo mooi'

'War Horse', de cavalerie valt aan. Foto's Brinkhoff Mögenburg

Joey tegenover een tank.

De paarden met vracht naar het front.

1 / 3
Hans Visser
Amsterdam

Nederlanders weten weinig van de Eerste Wereldoorlog, maar dat wordt anders. Vanaf 30 mei is het Amsterdamse Theater Carré de voorstelling ’War Horse’ te zien. Een verhaal over deze helse oorlog die in 1914 begon, met het paard Joey in de hoofdrol als de geboren onschuld in een wereld van menselijke waanzin.

Zet een dier op het toneel en de acteurs kunnen wel inpakken. Het publiek kijkt alleen nog naar het dier. Zo ook in ’War Horse’. Paarden spelen hier met verve de hoofdrol. Acteurs tonen slechts diep respect.

Sinds de wereldpremière in 2007 overrompelde dit Britse theaterstuk het publiek in tal van landen. Ook Nederland gaat beslist plat voor dit indringende spektakel.

De paarden zijn weliswaar poppen, maar na een paar minuten lijken het levende wezens te zijn. Kijk hoe ze hun oren spitsen, hoe ze hun staarten zwaaien en vooral hoe ze ademen. Ze leven. Of zoals acteur Bas Keijzer tussen de repetities door zegt: ,,Dit zijn geen Disney-paarden, die doen alsof ze mensen zijn. Ze gedragen zich als dieren en daarom moet je als acteur altijd blijven kijken naar wat ze doen. Net als echte paarden reageren ze ook in de voorstelling onvoorspelbaar.’’

’War Horse’ vertelt over het Engelse paard Joey dat tijdens de Eerste Wereldoorlog naar het front in Frankrijk wordt verscheept en hoe de plattelandsjongen Albert hem daar als frontsoldaat hoopt terug te vinden. Zal dat lukken?

Groots

De Nederlandse versie staat vanaf 30 mei in Carré. De acteurs zijn onder indruk. Bewonderend noemen ze ’War Horse’ een ’ode aan de verbeelding, groots door het minimum aan middelen, de kracht van de suggestie'. Annick Boer: ,,Sta ik op het toneel met alleen een stok in mijn handen, dan weet je: die vrouw staat in een stal.’’

Jochum ten Haaf: ,,Als ik even vanuit de zaal kan gaan kijken overkomt me soms iets wat ik nooit eerder meemaakte: dan moet ik janken, zo mooi is het.’’

’War Horse’ is ontleend aan een jeugdboek van de Brit Michael Morpurgo uit 1982. Het flopte, maar de door het Engelse National Theatre ontwikkelde theaterversie is een hit en maakte het boek tot een internationale bestseller.

Tussen de repetities drentelen de paarden Joey en Topthorn afwachtend rond, net als de andere acteurs. Er wordt gewerkt aan de lichtinstellingen en op een projectiescherm in de vorm van een reusachtige snipper papier wordt een videoprojectie getest: het regent in Frankrijk. Opeens verandert het licht: de zon beschijnt het Engelse platteland. De ouders van Albert lezen een brief van hun zoon. Hij is aan het front in Frankrijk, maar ze hoeven zich geen zorgen te maken. Echt niet?

Handgemaakt

Elk paard wordt gespeeld door drie poppenspelers, anoniem en vrijwel onzichtbaar. Ze zijn opgeleid door de Zuid-Afrikaanse Handspring Puppet Company, die volgens oude Afrikaanse poppenspeltradities ook deze handgemaakte poppen ontwikkelde. Eén speler bedient het hoofd, één doet het ’achterste’ en de man in het midden, maakt dat het paard een hart heeft. Zoals Dennis de Groot. Hij was leraar, ruiter in de Efteling en acteur in ’Zorro’. Nu is hij de adem van het officierspaard Topthorn.

,,Adem is de basis. Zo neem je het publiek mee in iets wat niet bestaat. Daarom analyseer je hoe zo’n paard beweegt, hoe het eet. Wij hebben samen echt een mooie rol, want door de ogen van de paarden zie je hier de oorlog: eerst in het Engelse leger, daarna bij de Duitsers en dan is er weer een Frans meisje dat voor de paarden zorgt. Paarden zijn voor zo’n verhaal over mensen in een oorlog ideaal: dieren maken geen onderscheid, ze oordelen niet.’’

Magisch

Willem-Jan Stouthart bespeelt Topthorns hoofd. ,,Je stelt je als team dienstbaar op. Als dat lukt en de pop gaat ademen en de belichting doet de huid glanzen, ziet het publiek iets magisch.’’

,,Ik ben van origine poppenspeler. Toen ik in Londen deze voorstelling zag, dacht ik: ’O, als ik alleen al de gans in het stuk zou mogen spelen. Nu we bezig zijn, zie je dat ieder team zijn eigen manier van bewegen heeft. Zo krijgt elk paar zijn eigen karakter.’’

,,Belangrijk’’, vindt Vincent Pelupessy, van huis uit danser, nu het ’achterste’. ,,Joey is een boerenpaard. Topthorn is van een officier. Dat moet je ook kunnen zien in hun ontwikkeling. Zodra Joey aan het front komt gaat hij van schrik ’uit zijn dak’. Later raakt Joey gewend, maar dan is juist Topthorn na al die jaren oorlogsmoe geworden. Zijn hoofd is dan gaan hangen. Anders dan Joey. Dan zie je ook dat Joey zich niet meer zijn mindere voelt en zich zelfs zorgzaam tegenover Topthorn opstelt. Als mensen zich eens een beetje als paarden konden gedragen.’’

Niet alleen Joey schrok aan het front. Willem-Jan: ,,Toen we voor het eerst als paard op het toneel stonden, begonnen opeens de ontploffingen. We schrokken ons de tering. We hebben nu oordoppen.’’

Het lichaam van zo’n paard weegt 43 kilo en het hoofd nog eens 7 kilo. Bij een lange repetitie leggen de spelers Topthorn dus wel eens even weg. Jochum ten Haaf zit dan te genieten: ,,Dan zie je hoe ze zonder dat paard, samen als eenheid, bewegen. Schitterend.’’

Granaatscherf

Op het toneel luistert Albert intussen naar zijn vriend David. In een loopgraaf zegt de jongen te hopen op een granaatscherf in een van zijn benen. Net erg genoeg om naar huis te mogen: hij is bang een volgende aanval niet te overleven. Albert blijft liever hopen op het terugvinden van zijn Joey.

Te romantisch? Kay Greidanus, speelt Albert. Hij legt uit: ,,In 'War Horse' staan romantiek en heroïek tegenover de smerigheid van die oorlog. Zo kan het publiek zich moeiteloos identificeren. Die tegenstelling zet je aan het denken.’’

De zoon van acteur Aus Greidanus heeft de toneelschool net achter de rug en staat nu meteen al met zo’n grote hoofdrol in zo’n complexe productie. ,,Een droom.’’ Hij vertelt hoe Albert uit een dorp komt dat zoals zoveel andere een legioen soldaten levert en daarmee later bijna zoveel mannen blijkt te verliezen. ,,Een uitdaging om te spelen. Ik moet laten zien dat Albert een ontwikkeling doormaakt van boerenzoon tot overlever in die oorlog. Hij moet alles doorstaan, ook het doden. Zulke mannen dragen de rest van hun leven een litteken.’’

Zijn vader is Aus Greidanus, leider van toneelgroep de Appel. ,,Mijn vader noemt mij een zondagskind. Misschien omdat hij met De Appel zelf vaak opnieuw moest beginnen.’’ Hoe deze zoon de last van zo’n zware klus aankan? ,,De belangrijkste les van mijn docent Erik Vos is dat je moet spelen vanuit je ontspanning, je rust. Vergeet voor je opgaat alles om je heen en wees ook niet bang dat je de tekst vergeet. Die komt vanzelf als die er moet zijn. Waak voor routine. Verder is acteren voor 90 procent techniek.’’

Terreinwinst

Op het toneel verandert op dat moment opnieuw het licht: de Britten vallen aan. Ten Haaf: ,,Iedereen dacht dat ook deze oorlog een negentiende-eeuwse ’gentlemen’s war’ zou zijn, een paar weken uit en thuis. In tegendeel: het werd de eerste grote vuile oorlog: gifgas, machinegeweren, mitrailleurs, tanks, vliegtuigen. De machines deden hun intrede op het slagveld en niemand kende daar de effecten van. Een aanval leverde soms een paar meter terreinwinst op, of verlies. Dat ging zo vier jaar door.''

,,Laatst las ik over vier soldaten die weigerden mee te doen aan weer zo’n aanval die dachten niet te kunnen overleven. Ze werden gefusilleerd wegens desertie. Toch toont ’War Horse’ dat je zelfs in moeilijke omstandigheden nooit de hoop moet verliezen. Je moet een dromer blijven, jezelf zijn. Daar kun je mee overleven.’’

Steentje

Bas Keijzer: ,,Toch speel je tijdens de voorstelling met in je achterhoofd de vraag: ’Wat is hier in hemelsnaam allemaal gebeurd?’ Die oorlog is echt niet te bevatten. Daarom hoop ik dat de mensen deze voorstelling zo mooi vinden, dat ze na afloop even niet praten. Misschien dat ze hooguit op straat even mijmerend een steentje wegtrappen.’’

’War Horse' in het theater

Te zien: Amsterdam, Koninklijk Theater Carré, 30 mei t/m 28 september. Daarna: Rotterdam, Breda, Groningen, Apeldoorn, Heerlen.

Info: www.warhorse.nl

Eerste Wereldoorlog ook een hel voor paarden

Hoe realistisch is het verhaal van de paarden uit 'War Horse'? Leonardo da Vinci bedacht al oorlogstuig dat lijkt op een moderne tank. Toch verschenen de pantsers pas tijdens de Eerste Wereldoorlog, bij de slag om Cambrai in november 1917 op het strijdtoneel.

Een Britse primeur, maar niet perfect. Ze braken daarmee door de Duitse linies, maar liepen toch snel vast. De tanks waren nog verre van volmaakt. De generaals bleven daarom geloven in de klassieke charges van de cavalerie. Wilden ze niet zien dat ruiters kansloos waren tegen de moderne mitrailleurs?

Al vanaf het begin in 1914 werden ze neer gemaaid. Ook het prikkeldraad was een 'moorddadig wapen0. Verslagen vertellen dat paarden net zo bang waren als de soldaten: ze gilden het vaak uit. Ze begrepen wat ze zagen: de hel. Hun gemiddelde levensduur aan het front was vijf weken.

Driekwart van de legerpaarden werd ingezet voor transport. Ook zij waren niet veilig voor uitputting, honger, ziekte en gifgas: 6 tot 8 miljoen paarden kwamen om. Van de Britse paarden keerden de 65.000 officierspaarden terug. De rest eindigde bij Franse boeren en slagers die vaak niet wisten hoe ze te verzorgen. Een Britse organisatie ontfermde zich over hen. Het aantal dode militairen ligt op 9,5 miljoen.

Pas in de Tweede Wereldoorlog hadden de cavaleriepaarden plaatsgemaakt voor tanks. De voorstelling 'War Horse0 eindigt positief. Michael Morpurgo scheef het boek 'War Horse' voor de jeugd en wilde ze juist iets laten zien van liefde en hoop in zulke bange dagen.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.