Uit de Tijd: Het Tempeliersklooster heeft nooit bestaan

Tempeliersstraat, vroeger Heerenhek geheten.© Foto NHA

Hein Klemann

In 1310 schonk Gerard van Tetterode zijn Haarlemse bezit aan de Johannieterorde. In de naar hem vernoemde Jansstraat ontstond een kloostercomplex, waarvan onder andere de thans door het Noord-Hollands Archief gebruikte kerk (1310-1318) deel uitmaakte.

De oorsprong van de Johannieters, een aristocratische orde die in de kruistochten een belangrijke rol speelde, ligt in Jeruzalem. Daar runden kloosterlingen al in de elfde eeuw een ziekenhuis voor pelgrims, vernoemd naar Johannes de Doper. In 1099 vormden zij een eigen orde, de Johannieters. Omdat de pelgrims, naast verzorging, bescherming behoefden, kreeg de orde ook een militaire tak. Het werd een religieuze ridderorde.

Rond 1100 werd het Byzantijnse Rijk bedreigd door aanvallen van moslims. Ook werd het bezoeken van de christelijke heilige plaatsen in en rond Jeruzalem steeds moeilijker. Daarom vroeg de keizer van Constantinopel paus Urbanus II om steun. Onder de leus ‘God wil het,’ riep de paus op om tegen de moslims ten strijde te trekken. In die periode groeide de Europese bevolking snel, waardoor er gebrek aan voedsel kwam. Daarom zochten Duitse ridders expansie in Poolse gebieden, trokken Scandinaviërs naar de Britse eilanden en zochten mensen uit heel Europa een toekomst in het Midden-Oosten.

In 1096 ging een Frans ridderleger op pad, gevolgd door als soldaat vermomde boeren, vrouwen en kinderen. Drie jaar later veroverden zij Jeruzalem en richtten daar een slachtpartij aan. De Johannieters verzorgden de gewonden, waarop velen hun bezit, meestal land, aan de orde schonken. Dat moest worden beheerd. Daartoe ontstonden in Europa commanderijen waarvan de opbrengst bestemd was voor de taken in het Heilig Land.

In 1129 ontstond ook de Tempeliersorde, een religieuze ridderorde van adellijke kruisridders. Twee eeuwen later waren de Tempeliers in Europa zo rijk en machtig dat de Franse koning de orde verbood en hun bezit naar zich toe graaide. Onder Franse druk verbood in 1312 ook de paus de orde van de Tempeliers. Hun bezit buiten Frankrijk ging naar de Johannieters. Volgens sommigen verklaart dit de snelle groei van de Haarlemse Johannieters.

Haarlem heeft een Tempeliersstraat. In de 18e eeuw ontstond het idee dat er westelijk van het (Hout)Plein een Tempeliersklooster had gestaan. Toen die orde in 1312 werd opgeheven, zouden de Tempeliers zich hebben aangesloten bij de Johannieters die daardoor rijk en machtig werden. Feitelijk zijn er nooit Haarlemse Tempeliers geweest. Wel werd in dezelfde tijd als de Johannietercommanderij een Lazaristenklooster gesticht, een orde die zich eveneens bezig hield met de verzorging van pelgrims en kruisvaarders.

Dit Lazaristenklooster was gesticht zonder toestemming van de Lazaristenorde en moest weer worden opgeheven. Toevallig gebeurde dat eveneens in 1312. Bovendien gingen de Haarlemse Lazaristen op in het Johannieterklooster. Ergens in de 18e eeuw is het verhaal over het opheffen van de Tempeliers en dat over de Lazaristen vermengd geraakt. Hieraan heeft Haarlem zijn Tempeliersstraat te danken. Tot 1740 heette deze straat Heerenhek, een naam die het koffiehuis op de hoek met het Houtplein, het latere Café Storing, nog tot de jaren ’90 heeft gedragen.

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.