Sportverdwazing

Jos van Bemmel

Ad Heesbeen

Een aantal jaar geleden fietste ik op woensdagmiddag geregeld mee met een groep wielrenners. Goedgetrainde amateurs en soms zelfs een echte prof.

Als bijna-vijftiger was ik er trots op nog een beetje mee te kunnen komen met deze jonge garde en aangenaam verrast dat mijn aanwezigheid gedoogd werd. Ze vroegen zich af hoe zo’n oude huisarts relatief nog zo hard kon fietsen. Ze vroegen me welke middelen ik gebruikte en of ik niet wat voor hun had. Ik zat tenslotte zo dicht bij het vuur. Pindakaas en spaghetti, antwoordde ik. Ze keken me vol ongeloof aan. En jullie, wat snoepen jullie zoal, vroeg ik hen meer dan eens. Ze zwegen collectief.

Fanatieke sporters hebben veel over voor hun sport. Velen zijn bereid tientallen jaren van hun leven in te leveren in ruil voor een olympische titel, las ik ooit in een artikel. Gisteren zag ik twee jonge mannen op mijn spreekuur. Broers van 19 en 21 jaar. Brede knullen, sportschoollijven. En nu hadden ze op het internet wat dingen gelezen, zei de oudste. Of ik wist of dat normaal was.

Na veel cryptische omschrijvingen stonden ze even later – eerst de oudste, daarna zijn broer – in de onderzoekskamer. Broek omlaag en hemd omhoog. Kleine borsten als van een pubermeisje en ondermaatse testikels. Overduidelijk bijwerkingen van anabole steroiden. We zijn er vorige week al mee gestopt hoor, zei de jongste schuchter. ’Maar, kunnen we later nog wel kinderen krijgen’, vroeg de oudste en bloosde.  Tja, wat hebben mensen over voor hun sport?

Onlangs stuitte ik al zappend op het praatprogramma van Ivo Niehe. Hij sprak met miljardair Marcel Boekhoorn op diens ooguitstekende jacht. De rode draad van het verhaal was Boekhoorns liefde voor de autosport. Een liefde die mede werd aangewakkerd door zijn schoonzoon Giedo van der Garde. Door de sponsorgelden van zijn schoonvader is zijn jeugddroom werkelijkheid geworden: racen op het hoogste niveau. Als Formule 1-coureur mag je echter niet te groot zijn, legde Van der Garde uit. Anders pas je niet in een Formule 1-wagen. Daarom had hij in zijn jeugd proactief medicijnen geslikt om wat kleiner te blijven dan zijn verwachte lengte van 1 meter en 88 centimeter. Welke dokter schrijft die in godsnaam voor? Met zijn 1 meter en 82 centimeter past hij nu precies in een Formule 1-bolide... Kan het nog gekker? Het zal me niets verbazen als we ooit nietsvermoedend de paralympische vlag hijsen voor een blade runner, die pas jaren nadien onthult dat hij als mislukte subtopper zijn beide benen heeft laten amputeren om zijn droom te verwezenlijken.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.