’Ich bin ein Berliner’

John F Kennedy zwaait naar mensenmassa, die zich bij het Berlijnse raadhuis Schöneberg heeft verzameld.

John F Kennedy zwaait naar mensenmassa, die zich bij het Berlijnse raadhuis Schöneberg heeft verzameld.

Ad Heesbeen

Met zijn uitspraak (’Ich bin ein Berliner’) wilde Kennedy zijn solidariteit uitdrukken met de inwoners van die democratische enclave in een vijandige, communistische omgeving. Over de vraag of Kennedy nou zei dat hij een inwoner van Berlijn was of een Berlijnse bol (een ’Berliner’), twisten taalkundigen tot op de huidige dag.

Vijf maanden na zijn Berlijnse rede werd Kennedy doodgeschoten. Een schok ging door de gedeelde stad. Concerten en theatervoorstellingen werden afgelast. Burgers van Berlijn zetten kaarsen voor hun ramen; ook in het oostelijke deel van de stad, waar de Stasi, de geheime dienst, nu precies kon zien wie zich verdacht maakte.

Aan de Platz der Luftbrücke – die herinnert aan de luchtbrug waarlangs de geallieerden in 1948/’49 de bevolking van West-Berlijn bevoorraadden – verzamelden zich Berlijners voor een fakkeloptocht. Uiteindelijk stonden er zo’n zestigduizend bij het raadhuis Schöneberg, de plek waar Kennedy eerder dat jaar de harten van de Duitsers had gestolen.

In de Auguststrasse herinnert tegenwoordig het Museum The Kennedy’s aan de laatste dagen van de president. Het Museum beschikt over een van de grootste verzameling Kennedy-memorabilia ter wereld. ’50 Jahre Dallas, Texas: John F. Kennedy’s letzte Reise’ is de titel van de tentoonstelling. Getoond worden behalve Kennedy’s aktentas, die hij op die noodlottige dag in Dallas bij zich droeg, en een hoornen leesbril – waarmee hij uit ijdelheid niet op de foto wilde – vooral veel foto’s.

Op een daarvan is de lange rij mensen te zien voor het Amerikaanse hoofdkwartier aan de Clayallee – genoemd naar de Amerikaanse generaal Clay, de ’vader’ van de Luftbrücke: Berlijners die het condoleanceregister voor de president wilden tekenen. De dood van Kennedy, schreven de kranten, werd door West-Berlijners als een persoonlijk verlies ervaren.

Willy Brandt (SPD), de latere bondskanselier, was destijds burgemeester van West-Berlijn. Hij reisde na de moord op Kennedy onmiddellijk af naar de Verenigde Staten.

Beiden charismatisch en relatief jong, onderhielden Brandt, de arbeidersjongen uit Lübeck, en Kennedy, de rijke Amerikaan, sinds hun eerste ontmoeting op het Witte Huis, in maart 1961, een goede band. Kennedy zag in Brandt de toekomst van Duitsland.

Maar in augustus 1961, tijdens de bouw van de Muur, raakte Brandt teleurgesteld in Kennedy. De Amerikanen ondernamen te weinig tegen de provocatie door de Sovjet-Unie, vond hij. De openbare brief op hoge poten – de ’Brandt Brief’- die de burgemeester van West-Berlijn aan Kennedy stuurde, werd beroemd.

Kennedy reageerde en zond een extra troepenmacht van 1500 man. En met zijn rede in juni 1963, waarin hij de communisten waarschuwde dat hijzelf een ’Berlijner’ was, stelde Kennedy ook Brandt gerust. ’Dat bezoek was een garantie dat ons niets meer kon gebeuren,’ herinnerde Egon Bahr (91), voormalig adviseur van Brandt, zich onlangs in de Berliner Morgenpost.

Daarna kwamen nog Carter, Reagan, Clinton en Obama op bezoek. Maar geen van hen maakte op de Berlijners meer indruk dan de president die werd vermoord: John F. Kennedy.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.