Eten leeft, de mens bevriest

Kok Arjan Smit.

John de Vreede en Wichert Steller.

1 / 5
Peter Lodewijks

Kijk goed naar de foto’s van Marie Cécile Thijs. Zijn het wel afdrukken? Haar portretten van koks lijken ’goudeneeuwse’ stillevens, haar stillevens van voedsel zijn meer portretten. Erwten gaan springen, kaas gaat vliegen, een mes gaat dansen. En de mensen? Die zet de fotografe stil.

Drama. Theater. De eerste werken van Marie Cécile Thijs doen denken aan de Italiaanse barokschilder Michelangelo Merisi da Caravaggio (1671-1610). Thijs penseelt met licht. Ze begon ooit à la Caravaggio en Rembrandt en schoof langzaam op naar nog zo’n oude meester: Vermeer. Net als haar roemruchte voorganger Caravaggio beeldt Thijs gewone mensen uit als engelen. Dat begon vijftien jaar terug toen ze zich losweekte van haar bestaan als advocaat en zich bekeerde tot haar eerste grote liefde, de fotografie. Ze fotografeerde, voor haar boek ’Roomse rituelen’ communicantjes in de Sint Servaasbasiliek, processies, meisjes uitgedost als engeltjes. Er zit een foto bij van de bisschop toentertijd met de monstrans. Dat plaatje, dat is toch echt Fellini. Prachtig vindt Thijs dit soort gebruiken. Net als Fellini. ,,Het mooie is dat de deelnemers helemaal opgaan in hun bezigheden.’’

De wat latere vrouwenportretten van de Rotterdamse zijn ronduit, open, woest. De gezichten spatten van het doek, de haren wapperen. Wat wil je ook? Ze komt uit de landsheerlijkheden uit de Habsburgse Nederlanden, het zuiden van ons land dus. De Spanjaarden hebben er ooit gezeten. En daarvoor de Romeinen. In het zuiden heb je op iedere straathoek Maria. Thijs, gemakkelijk lachend, open, en uitbundig in haar atelier aanwezig met een mutsje op haar hoofd en een korte zwartglanzende poncho over haar schouders, voelt zich niet verwant aan de Vikingen. No way! Zij hoort ’daar’ - richting Méditerranée.

Baarde de grote Caravaggio rond 1600 nog grote opschudding met zijn ’echte mensen’ in verf en zijn uitgesproken voorliefde voor ’helldunkel’ (sterk licht- donkercontrast), zij oogst ’enkel’ bewondering. ’Iedereen’ roept ach en oh: ’het zijn net schilderijen van oude meesters’. Thijs mag dat compliment mooi in haar zak steken. Dat andere genie uit de barokke schilderkunst, Rembrandt (1606-1669), is ook een inspiratiebron voor haar. Uit het noorden, dat wel. Maar, het moet gezegd worden, geïnspireerd door Caravaggio’s schilderstijl. Net als de Italiaan uiteindelijk vermaard om zijn dramatisch licht, zijn krachtige verbeelding van sterke emoties, zijn realisme. Zeven jaar geleden alweer hingen de werken van de onbetwiste meesters uit Noord- en Zuid-Europa naast elkaar in het Van Goghmuseum. Ben je er geweest dan herken je, bij wijze van spreken, hun hand in Thijs’ foto’s. Alsof ze een cursus bij die twee gevolgd heeft.

De fotografe doet zelfs haar best om de Gouden Eeuw op te roepen. Met haar voorliefde voor bruinen, donkergroenen, okergelen. Lastig, dat wel. Want wat wij nu zien zijn misschien niet de kleuren zoals de schilder ze ooit heeft geschilderd. Maar goed. Thijs reist duidelijk met de camera een paar eeuwen terug. Kanten kleding, een molensteenkraag doen de rest.

Daarmee herinnert ze anderen eraan dat ze, als jong meisje, een blauwe maandag op de afdeling mode van de kunstacademie rond heeft gelopen. Voordat ze aan haar studie rechten in Leiden begon. De fotografe dost er een jongen mee uit, een meisje. Zoals ook vaak te zien op de schilderijen van Frans Hals. Zie de verschillen. Wie is er een kleine vierhonderd jaar geleden geschilderd en wie is er nu gekiekt? Jawel, niet moeilijk! Van Frans Hals kennen we bij voorbeeld Cornelia en Nicolaes, volwassenen, Thijs beeldt kinderen zo af. Misschien wel omdat kinderen door de hedendaagse volwassenen beschouwd worden als kleine regenten. ,,Je mag in mijn foto’s zien wat je wilt zien, dat vind ik juist leuk’’, zegt Thijs zodra je iets over haar werk zegt.

Eerst had de fotografe zo’n molensteenkraag nieuw laten vervaardigen maar ze keurde hem af: ’niet mooi’. Ze wilde een echte. Zoals de (vermoedelijk) laatste die in het Rijksmuseum ligt. De fotografe mocht hem echter niet even lenen. Stel je voor, het antieke linnenbatist (veertien meter maar liefst) kan vergelen als het in aanraking komt met huidvet, aangetast worden door ’onze’ lichtzure huid. Er kan natuurlijk ook nog eens ’gewoon’ een ongelukje mee gebeuren. Thijs mocht wel, onder toeziend oog van een conservator, de kraag fotograferen. Ze is niet voor één gat gevangen; ze fotoshopt hem later om de halzen van haar geportretteerden. Dat zijn niet alleen mensen, ook katten. Alsof de fotografe hun sociale status wil benadrukken, net als de regenten in die glorieuze rijke zeventiende eeuw. En zie, het Rijksmuseum nam de foto ’Cat with white collar’ (2009) op in de collectie. Thijs ’zit’ nota bene nog twee keer in de collectie van het Rijksmuseum. Ook met een meisje met kraag en met haar portret van Salinero, het paard van Anky van Grunsven. De laatste foto is maar liefst ’paardbreed’: 2.20 meter.

Op een dag kwam FD Persoonlijk, het wekelijks verschijnend magazine van het Financieele Dagblad, bij Marie Cécile Thijs met de vraag of ze plaatjes wilde maken bij een serie over koken en eten. Wat doe je dan als je Thijs bent? Je pakt niet de voor de hand liggende zaken. Geen rijst dus. De eetstokjes blijven in de keukenla. Iemand als Thijs komt met schijfjes Lotusbloem en de geopende scharen van een krab. En fotografeert ze zo dat het net lijkt of de groente neerdaalt op het geleedpotige waterdier. Voedertijd! De Italiaanse schilder Giorgio Morandi (1890-1964), bekend van zijn stillevens van kruiken, vazen en flessen in een beperkt aantal kleuren, toon op toon, was de inspiratiebron voor een foto van gestapelde witte chocoladebrokken. Zoals hij ziel legt in levenloze voorwerpen, zo doet Thijs dat met ’haar dingen’. Al fotograferend gooit ze grof keukenzout naar een vis op een keukenweegschaal. Het lijkt net of het zout wegspat. ,,Alsof de vis er net op gesprongen is.’’ Kikkererwten kaatsen op en rond een tinnen schaal. Al kijkend hoor je bij wijze van spreken tikkende geluiden. Moleculen? Planeten? Knikkers? Zeg het maar. ,,Eten is zo mooi, als ik ermee aan het werk ben, behandel ik het eten alsof ik het voor het eerst zie.’’

Met de door haar gefotografeerde mensen keert Thijs de zaken om. Neem het portret van Adriaan van Raab van Canstein en zijn dochter Johanna van restaurant Le Hollandais. Hij is bij een gedekte tafel in de weer met een vergiet. Zijn vierjarige dochter staat op een stoel, servet over de onderarm. Ze zou iets kunnen gaan opdienen. Maar dat gebeurt niet. Het beeld van vader en dochter is gestold in hun gezamenlijke passie: het bereiden van eten. ,,Ik leg graag humor in mijn werk’’, zegt Thijs. Ze beaamt dat het portret tegelijkertijd ontroerend is. Deze foto roept minder emotie op dan die van Arjan Smit van restaurant De Pronckheer. Bij die laatste vraag je je af wie er beter af is: het gevilde speenvarken op zijn schouder of de viller. Vragen krijg je ook bij de foto van de twee werknemers van Schmidt Vishandel, een winkel in Rotterdam. Wie heeft de grootste vast? Als je vissers hoort praten lijkt het daar vaak om te gaan. Maar de koks? Het lijkt of die nog niet weten of ze daar blij mee zouden moeten zijn.

Thijs laat alle door haar gefotografeerde koks naar de studio komen. Soms nemen ze zelf wat mee. Een kip bij voorbeeld die zo nerveus is dat hij gevaarlijk kan worden en daarom maar in zijn hok blijft. Moet er wat anders gekozen worden. Of een wild zwijn. Yt van der Ploeg van Herberg het volle leven, een van de weinige vrouwelijke koks op de 36 foto’s en gespecialiseerd in vegetarisch, is gehuld in romaine sla en andere groene groente en kruiden. De kok is op de foto in het groen geworteld.

De enscenering van een deel van de portretten doet denken aan Johannes Vermeer (1632-1675). Diezelfde verstilling vind je bij hem. En net als Vermeers portretten zijn deze foto’s tijdloos en ingetogen. Raadselachtig ook. Maar het blijft het handschrift van Thijs. En ook haar kleurenpalet en het spel met licht is gebleven.

Thijs’ werk hangt op de Kunstbeurs PAN Amsterdam (24/11-1/12) en op Masters of LXRY (12-16/12), beide in de Rai. In het najaar verschijnt er een boek met werk van Marie Cécile Thijs, getiteld ’Characters’.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.