Geen Snoek maar wel een Citroën

1 / 2
Peter Lodewijks

Grote Franse luxe auto’s bereiken zelden de verkoopaantallen die Duitse concurrenten weten te halen. Maar omdat er aan dure modellen meer valt te verdienen, blijft PSA, het moederbedrijf van Peugeot en Citroën, het proberen. Met als tweede poging de DS 4.

Officieel mag je dit model geen Citroën meer noemen, want de merknaam luidt sinds kort DS. Zoals een Lexus geen Toyota is, zeg maar. Om de luxe modellen extra cachet te geven heeft PSA ervoor gekozen om ze onder een nieuwe merknaam uit te brengen. DS grijpt vanzelfsprekend terug op de Snoek, de iconische en ook commercieel erg succesvolle luxe Citroën die tussen 1955 en 1975 werd gebouwd.

Wat uitstraling betreft kijken de Fransen nadrukkelijk naar de oorspronkelijke DS. Dat zie je bijvoorbeeld terug in het interieur waar de optioneel leverbare leren stoelbekleding een bijzonder vlechtmotief heeft. Ook het dashboard kan van een laagje leer worden voorzien.

Volgens DS kost het een Franse bekleder een volle werkdag om dit te voor elkaar te krijgen. Met handwerk als dit wil de nieuwkomer een uniek nieuw soort comfort creëren: ’hypercomfort’, waarbij je rijdt alsof je in een weldadige cocon zit.

Minder ideaal

Tot zover de theorie. De praktijk is minder ideaal. DS moet bij de nieuwe poging verwende klanten voor zich te winnen de strijd aangaan met een bestaand model: de DS 4. Die heette tot dit jaar gewoon nog Citroën. De auto kreeg een nieuwe neus met meer chroom, koplampen met ledtechniek en xenon en chromen lijsten op de flanken.

Binnen in de auto is er naast het leer een nieuw infotainmentsysteem waarop zowel iPhones als Android-toestellen kunnen worden aangesloten. Allemaal mooie goodies, maar winnen of verliezen in het luxesegment doe je niet alleen met zoveel mogelijk spiegels en kralen. Het gaat om het creëren van het gevoel dat je echt met iets bijzonders op pad bent. Een auto die uitstijgt boven het gewone wat betreft afwerking, prestaties of comfort.

Geen zwevend tapijt

En daar loopt het verhaal van de DS 4 spaak. Ondanks alle mooie extraatjes voelt een DS 4 nog steeds vooral aan als de Citroën die hij een paar maanden geleden nog was. Zonder het optionele leer ogen het interieur en het dashboard in de basis vooral gewoon. Ook rijdend is de DS 4 niet anders. Hij levert prima prestaties, zeker met de nieuwe, 210 pk sterke, 4-cilinder benzinemotor. Maar het onderstel is voor een auto die volgens zijn maker vooral heel comfortabel moet zijn behoorlijk hard. Richels en andere oneffenheden zijn duidelijk voelbaar.

DS biedt de DS 4 ook aan als Crossback. Dat is een iets ruiger ogende variant met dikkere wielen, kunststof spatbordverbreders en een drie centimeter hoger gezette koets met gemodificeerd onderstel. Dankzij die laatste aanpassing komt de Crossback dichter in de buurt van het beloofde comfort. Hoewel het nog steeds geen ouderwets zwevend DS-tapijt is, waar Citroën-liefhebbers nog altijd lyrisch over kunnen worden.

In het segment waar DS opereert, concurreert het met grote namen als BMW, Mercedes en Audi. Die merken hebben de lat hoog gelegd. Tegen die achtergrond moet je zeggen dat de DS 4 nog niet het niveau haalt dat hij moet hebben om te slagen in het topsegment.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.