Straatkinderen in niemandsland

 Foto: Michel Boeijen

Ad Heesbeen
Chisinau

Op het platteland van de voormalige Sovjetrepubliek Moldavië dolen kinderen over straat; verslaafd en vaak Hiv-geïnfecteerd. Renate Gerschtanowitz reisde er namens Unicef heen. ,,Ik geef jongeren een hand die normaal wordt weggeslagen.’’

Ergens ten noorden van de hoofdstad Chisinau, in Moldavië, verdwijnt de kleur uit het landschap. Langs de weg houden herders met halflege flessen drank in de hand broodmagere schapen in de gaten. In het provinciestadje Balti trekt groenpaarse schimmel vanuit de grond omhoog tot op de negende verdieping van oude Sovjetflats. Glas ligt uit ramen. Verbleekt wasgoed hangt dag en nacht uit. Zelfs de taal versombert. Het zangerige Roemeens van Chisinau maakt plaats voor hard klinkend Russisch.

Welkom in het straatarme noordwesten van Moldavië. Waar wie weg kan, weg ís. Unicef spreekt over ’parent drain’: meer dan een kwart van de ouders uit Balti leeft en werkt in het buitenland, vaak in Rusland. Kinderen blijven achter. Soms bij een oom. Of bij opa en oma. Maar omdat ze nogal eens genegeerd of mishandeld worden, zwerven ze vaak op straat. ,,Ik vroeg ze: waarom ben je hier? Omdat ik op straat veiliger ben dan thuis, was het antwoord’’, aldus Renate Gerschtanowitz.

Problemen

De tv-presentatrice en Unicef-ambassadeur is weer in het oosten van Europa. Twee jaar geleden bezocht ze zwerfkinderen in Oekraïne en daalde letterlijk met ze af in de krochten van Odessa (,,In een gat van de pijler van een viaduct.’’). Eigenlijk wilde Gerschtanowitz daar terug – om te zien hoe het nu gaat. Maar de burgeroorlog maakt dat onveilig.

Vandaar dat ze nu belendend Moldavië bezoekt, waar de problemen, helaas, vergelijkbaar zijn. ,,In een land zo dichtbij – drie uur vliegen van huis – is een hele jonge generatie in de problemen. Maar die is wél de toekomst van een land’’, benadrukt de presentatrice.

Intussen loopt haar cameraploeg over de begraafplaats van Balti. Hekken hangen los. Groen en afval overwoekeren grafstenen. Vuile injectiespuiten lichten op in het licht van de camera’s. Het is pure horror. Straatkinderen gebruiken hun drugs overal.

Drugs

’Drugs’ kan van alles betekenen in Balti. Veel kids kiezen als alternatief voor het ’dure’ opium en xtc voor het spuiten van VINT: een gekookte combinatie van wc-ontstopper, schoonmaakmiddel en aceton. Kosten: 55 eurocent per shot. Ook populair: rechtstreeks inspuiten van oogdruppels. ’One year people’, omschrijft één van de kids de groep waar hij bij hoort. ’Mensen die nog één jaar te leven hebben’.

Sergej (22) komt even bij in een buurtcentrum. Zijn gespierde sportschoolfiguur contrasteert met zijn ingevallen gezicht. Zijn ogen staan geen moment stil. ,,Op m’n 10e begon ik te roken. Drie jaar later kwam daar cannabis bij. En drank; bier, wodka. Toen ik zestien was, nam ik voor het eerst opium. Ik kookte pillen en dronk het daarna op. Anderhalve maand later voelde ik dat ik verslaafd was. In het begin haalde ik de drugs uit de dorpen.’’

Dealers

Het bijna geheel ontvolkte platteland van Moldavië is letterlijk een niemandsland. Politie en autoriteiten hebben er niets te zeggen of worden omgekocht. ,,Maar”, vervolgt Sergej, ,,ook hier in de stad is er heel makkelijk aan te komen – de dealer loopt gewoon rond de flat. Het is er. Iedereen doet het. Ik ken geen ander leven. Eigenlijk zijn er maar twee fases in mijn leven: ik gebruik. Of ik voel me slecht omdat ik geld bij elkaar moet halen om drugs te kopen.”

„Ik hoop dat ik ze een stem heb gegeven”, zegt Renate Gerschtanowitz even later, als ze de opnames afrondt „Ik geef jongeren een hand die normaal wordt weggeslagen. Het is heel heftig om te zien dat zulke jonge kinderen alleen op zichzelf moeten vertrouwen. Dat is géén waardeoordeel over hun ouders – die kunnen vaak niet anders. Als ze in het buitenland zitten, sturen ze nog geld op, ook. Maar als hun kinderen dan op hun 12e of 13e voor de eerste keer drugs gebruiken… Ze zijn nog zó jong.’’

85 procent van de kinderen die drugs gebruiken, wisselt - al dan niet indirect - naalden uit, zegt Angela Capcelea van Unicef Moldavië. „Vieze naalden worden hergebruikt, soms meer dan één keer.” Bovendien gebruiken de kinderen – omdat ze high of onvoorzichtig zijn – bij seks lang niet altijd condooms, aldus Gerschtanowitz. ,,Ze zijn op een heleboel vlakken door de wol geverfd. Maar soms ook héél naïef.’’ Het gevolg: in Balti zijn 764 op de 100.000 inwoners besmet met hiv. (ter vergelijking: in Nederland zijn dat er 7,3).

Ontwricht

Zelfs in een Afrikaans land als Malawi, dat compleet is ontwricht door hiv en aids, is het niet zo erg als in Balti. De cijfers zijn zo alarmerend dat Unicef, mede met geld van de Nederlandse Postcodeloterij en de Europese Unie, hulpproject op hulpproject stapelt. Zelfs de Moldavische overheid doet mee. Naast het tijdelijk ’opbergen’ van de kinderen in gevangenisachtige internaten, stelt de gemeente Balti nu ook panden beschikbaar. Unicef werkt hier met een unieke aanpak: hulpverleners zoeken de zwerfjongeren op en geven warme kleren, medicijnen, schone naalden, een luisterend oor. Als er eenmaal een band is met de jongeren kunnen zij hen soms ook verder begeleiden naar een opvangplek, of helpen weer bij familie te aarden.

Centraal staat voorlichting. Veel voorlichting. Gerschtanowitz volgt Sergey en Denis. Twee hoekige mannen, allebei ex-verslaafd, een jaar of 30, die de tieners ’s avonds en ’s nachts aanspreken. Op straat in het winderige stadscentrum. Maar ook in donkere parken of op spookachtige bouwplaatsen. Ze vertellen vaak eerst hun eigen verhaal. Denis bijvoorbeeld over die keer dat hij, onder invloed van drugs en straalbezopen, voor de ogen van zijn ouders uit een raam donderde. En hoe hij even later in het ziekenhuis besloot dat het zo niet langer ging. Hij kickte af.

Als ze het vertrouwen hebben gewonnen van de kinderen die dreigen af te glijden, benadrukken ze de risico’s van drugs. Ze leggen uit hoe snel je hiv oploopt. Ze hebben schone naalden bij zich. Condooms. En kids die geen thuis hebben, sturen ze door naar een opvangplek.

Seks

Die opvangplekken zijn opmerkelijk schone gebouwen in de naargeestige provinciestad. Altijd een tuintje met daarin een dik ingepakte oude, tandeloze vrouw die met een bezem in de weer is. Binnen zit een goed georganiseerd team. De dokter die een hiv-test afneemt. De psycholoog die naar je verhaal luistert. Aan de muren hangen cartoons waarop wordt uitgelegd dat je van kletsen met je vrienden geen aids krijgt. Maar van vieze naalden of onbeschermde seks wél. In de opvanghuizen zijn medicijnen, óók anti-aids-cocktails, beschikbaar.

De 15-jarige Mikaela woont in zo’n pand. Over het verleden geen woord. Of ze besmet is met hiv krijgen we niet te horen. Wel legt ze uit dat ze beroepsfotograaf wil worden. Zo kan ze de tijd achter zich laten dat zij, samen met haar twee jaar oudere zus Kristina, onder een stuk karton op straat leefde terwijl moeder naar Rusland vertrok. Ze leeft in feite in een weeshuis, ook al is ze geen wees. Ze is opmerkelijk klein voor haar leeftijd. Beleefd vertelt ze aan het bezoek uit Nederland dat ze gewoon naar school gaat. Dat ze nu even een dagje geen huiswerk hoeft te doen ’omdat het vrijdag is’. Haar ogen verraden niets over wat ze heeft gezien heeft in die koude jaren op straat. Maar ze lichten op, als ze even, heel even, een camera mag vasthouden. Dan breekt haar lach door.

Renate Gerschtanowitz en de onzichtbare kinderen van Oost-Europa. National Geographic Channel, 1 december 20.30 uur

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.