Een bijzondere vriendschap

Hanneke van den Berg

Van Rebecca Stead verscheen drie jaar geleden een van de mooiste jeugdromans in lange tijd: ’Als je terugkomt’.

De opvolger, ’De spionnenclub’ is een fractie minder overdonderend, maar nog steeds heel erg goed. Ze weet opnieuw te ontroeren en te overtuigen.

In jeugdboeken die zich in New York afspelen, lijkt wel ieder kind een sleutelkind te zijn. Ook Georges, met een ’s’, want vernoemd naar de schilder Georges Seurat, moet overdags vaak zelf zijn boontjes doppen. Als zijn vader zijn baan verliest, moeten ze verhuizen naar een ander appartement. In dat gebouw ontmoet hij Kitser, een jongen die niet naar school gaat en zijn dagen lijkt te vullen met het uitlaten van honden en het bespioneren van Mr. X, een geheimzinnig figuur die volgens Kitser niets goeds in de zin heeft. Hij leert Georges hoe hij op details moet letten.

Lange tijd doet Georges het voorkomen alsof zijn moeder gewoon hard aan het werk is. De verbazing is dan ook groot als er iets heel anders aan de hand blijkt te zijn. Op het moment dat dit duidelijk wordt, vallen alle losse stukjes op hun plek.

Tot die tijd kan de lezer zich prima optrekken aan de tweede laag in dit boek, die van een bijzondere vriendschap die pieken en dalen kent, maar uiteindelijk heel hecht blijkt.

Rebecca Stead: De spionnenclub. Vert. Jenny de Jonge. Uitg. Querido, €14,95. Vier sterren

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.