Woordjes leren in het babylab

Ad Heesbeen

Al vanaf hun zesde maand zijn baby’s in staat woordjes te herkennen. Maar hoe ze hun woordenschat vergroten, dat is een vraag waar onderzoekers zich al jarenlang over buigen. Ook bij het babylab van de Universiteit van Amsterdam.

Auto, boekje, koe. Het zijn drie woorden die de meeste baby’s al vanaf hun eerste jaar begrijpen. Uitspreken is dan nog wat teveel gevraagd, maar intussen snappen ze al zo’n 50 tot 75 verschillende woorden. ,,Ik vind het heel knap dat kinderen al zo snel een taal leren. Vooral het leren van woorden is lastig, omdat je ze ook moet herkennen als ze door iemand anders worden uitgesproken. Die persoon heeft soms een ander accent, praat heel vlug of is bijvoorbeeld boos”, zegt Caroline Junge die postdoctoraal onderzoek doet bij de afdeling ontwikkelingspsychologie. Ze toverde haar kantoor aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) om tot babylab. ,,Ik ben geïnteresseerd in hoe baby’s de wereld leren begrijpen en hoe ze een taal ontwikkelen”, zo vat ze haar fascinatie samen.

Vandaag ontvangt Junge samen met haar collega Carola Werner een meisje van anderhalf jaar: Isis. Als de kleine blonde proefpersoon binnengedragen wordt in haar kantoor, duikt ze snel weg in de schouder van haar moeder. Haar grote broer Casper (3,5 jaar) is ook mee. Hij duikt meteen op een vliegtuigje dat in een hoekje van de ruimte ligt en gaat ermee spelen. Zodra Werner bellen gaat blazen, valt alle verlegenheid van de twee kinderen af. Casper rent achter de zeepbellen aan en probeert ze met zijn rechter wijsvinger door te prikken, terwijl Isis met twee handjes naar boven reikt om ze aan te raken.

Isis is een van de honderd kinderen die meedoen aan een test om te kijken hoe kinderen van anderhalf jaar woordjes leren. Uit eerder onderzoek blijkt dat kinderen goed woorden leren wanneer ze één nieuw woord horen en daarbij één nieuw voorwerp zien. Ook in moeilijker situaties, waarin kinderen tegelijkertijd twee nieuwe voorwerpen zien en de twee nieuwe woordjes horen, blijkt dat kinderen snel leren welk woordje bij welk voorwerp hoort. Vandaag herhaalt Werner, die stage loopt bij Junge, dat laatste onderzoek, maar dan door de woorden in een ondersteunende zin te plaatsen. In plaats van bijvoorbeeld alleen de woorden banaan en appel te horen, horen kinderen nu : kijk, daar is een appel en daar is een banaan. De vraag voor Werner is of kinderen het moeilijker of makkelijker vinden om zo woordjes te leren.

Nederland kent vijf verschillende plekken waar vergelijkbaar onderzoek naar baby’s wordt gedaan. Het babylab van de UvA werkt samen met de universiteiten in Leiden, Utrecht, Nijmegen en Tilburg. Vanwaar die fascinatie voor woordjes leren? ,,Als je meer inzicht hebt in hoe kinderen woordjes leren, kun je uiteindelijk betere therapieën ontwikkelen voor kinderen die daar moeite mee hebben. Zo lopen dyslectische of autistische kinderen al heel snel achter met hun woordenschat”, licht Junge toe. Intussen kijkt Isis steeds naar twee knuffels die allerlei fantasierijke vormen en kleuren hebben, ik heb ze nog nooit in de winkel gezien. Uit de boxen klinkt een opgewekte vrouwenstem die de knuffels onvermoeibaar presenteert: ,,Dit is de Buiming en dit de Gemer.” Na drie seconden verschijnen twee andere knuffels. ,,Kijk, daar is de Foeni. Samen met de Pola!.” In totaal zijn er zes beestjes, Kaven en Miekel horen er ook nog bij. ,,De namen van de knuffels zijn gebaseerd op veelvoorkomende combinaties van Nederlandse klanken”, zegt Junge. Ik kijk naar Isis en zie dat haar gezicht geen enkele emotie verraadt. ,,Als we vragen: kijk naar de Pola, dan meten we of ze inderdaad het langst naar de Pola kijkt. Als ze naar de andere knuffel kijkt of steeds wisselt tussen beide voorwerpen, dan heeft ze de naam hoogstwaarschijnlijk niet geleerd”, zegt Werner.?

Ook naar het babylab?

Iedereen met een kindje jonger dan 18 maanden is van harte welkom eens langs te komen bij het babylab. Meld je aan via www.hoelerenbabies.nl.

Stimuleer de taalontwikkeling van je kind

0-6 maanden: als je met je baby om de beurt geluid maakt, dan oefen je al in het voeren van gesprekjes. Ook het benoemen van dingen en het vertellen wat je aan het doen bent, helpt.

6-12 maanden: zing liedjes met je kind en maak er spannende geluiden en bewegingen bij. Ook kiekeboe-spelletjes zijn geweldig.

1-1,5 jaar: varieer met je stem, trek vaak gekke bekken, bekijk samen de plaatjes in een boekje.

1,5-2 jaar: herhaal de woorden die je kind niet goed uitspreekt op de juiste manier, dan leert je kind het woord vanzelf goed

2-3 jaar: vertel wat je aan het doen bent en leg de woorden die je kind niet begrijpt uit door iets te laten zien, ruiken, voelen of proeven

3-4 jaar: lees samen een boekje en vertel om de beurt hoe het verhaaltje ging, kinderen vinden het fijn om steeds hetzelfde verhaal te horen. Stimuleer het denken door vragen te stellen.

Meer weten? Kijk op de site van de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie: http://kindentaal.logopedie.nl/ of op www.boekstart.nl

Meer nieuws uit frontpage

Net binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.