Miep Gies (1909 - 2010): 'Hulp aan achterhuisbewoners was menselijke plicht'

amsterdam

Het dagboek van Anne Frank, vertaald in ruim zestig talen, is na de Bijbel het meest gelezen boek ter wereld. Dat is niet in de eerste plaats te danken aan Anne Frank zelf, maar aan Miep Gies. Zij overleed maandagnacht in Amsterdam op 100-jarige leeftijd.

Miep Gies was degene die het dagboek in augustus 1944 na de razzia in het Achterhuis vond, het zorgvuldig bewaarde en na de publicatie ervan de wereld rond reisde om erover te vertellen. Tot afgelopen maandag was zij de laatste nog levende persoon die in Annes dagboek wordt genoemd. Miep Gies was van oorsprong een Oostenrijkse. Zij kwam op 15 februari 1909 in Wenen ter wereld als Hermine Santrouschitz. Verzwakt door de honger tijdens de nadagen van de Eerste Wereldoorlog werd ze op tienjarige leeftijd met een paar duizend andere Oostenrijkse kinderen naar Nederland gebracht om daar bij een gastoudergezin aan te sterken. Ze kwam terecht bij de familie Nieuwenburg in Leiden, die haar uiteindelijk adopteerde en met haar naar Amsterdam verhuisde.

In 1935 leerde ze Jan Gies kennen, met wie zij in 1941 trouwde. Miep kreeg een baantje bij Opekta, een groothandel in specerijen en geleisuiker, eigendom van Otto Frank. Toen in het voorjaar van 1942 de Jodenvervolging door de Duitse bezetters verhevigde, besloten Otto en zijn vrouw Edith om met hun gezin onder te duiken in het bedrijfspand van Opekta aan de Prinsengracht 263, in het ’onzichtbaar’ gemaakte achterste deel van het huis. Vanaf juli 1942 verbleven daar het gezin van Otto Frank en dat van diens compagnon Hermann van Pels. In het najaar voegde zich nog de tandarts Fritz Pfeffer bij hen.

Op 4 augustus 1944 deden de Duitsers een inval in het pand en arresteerden alle onderduikers. Nooit is duidelijk geworden wie de schuilplaats heeft verraden. Enkele uren na de wegvoering van de onderduikers doorzocht Miep de ravage die in het achterhuis was achtergebleven en vond daar Annes dagboek (een cadeau dat ze op haar dertiende verjaardag in juni 1942 had gekregen) en de kasboekjes en losse vellen papier die Anne had gebruikt om verder te schrijven toen het dagboek vol was. Ze las er uit piëteit niet in en borg alles goed op met de bedoeling het na de oorlog aan Anne terug te geven.

Otto Frank was de enige van de weggevoerden uit het achterhuis die de concentratiekampen overleefde. Nadat hij in juni 1945 in Amsterdam was teruggekeerd, gaf Miep hem de erfenis van zijn jongste dochter.

Mede op aandringen van Miep Gies werd het dagboek van Anne in 1947 in boekvorm uitgegeven.

,,Ik vond het vanzelfsprekend hen te helpen’’, verkondigde Miep overal waar ze over haar onderduikers sprak. ,,Zij waren machteloos en wisten niet meer waar ze heen konden. Wij waren geen helden. We deden onze menselijke plicht: mensen helpen die in nood zijn.’’

Om zelf eens te ervaren hoe het was om onderduiker te zijn, bracht Miep tijdens de oorlog een dag en nacht in het achterhuis door.

Voor hun werk in de oorlogsjaren ontvingen Miep Gies en haar echtgenoot (die in 1993 overleed) de Israëlische Yad Vashem-onderscheiding. Zelf kreeg Miep ook de Amerikaanse Raoul Wallenberg Award en het Duitse Bundesverdienstkreuz. In Nederland werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Hoewel Miep in 1997 werd getroffen door een beroerte, vierde ze op 15 februari 2009 naar eigen zeggen ’in redelijke gezondheid’ haar honderdste verjaardag.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.