Zaden als ’supplementje’

Zaden

Ad Heesbeen

Zaden en pitten vormen een natuurlijk voedingssupplement, maar zijn geen compensatie voor een ongezonde leefstijl.

Bij de warme bakker liggen ze ineens tussen de verse croissantjes en krentenbollen op de toonbank. Zakken met chiazaadjes, kleine donkerbruine korreltjes, iets groter dan de maanzaadjes.  „Dit is echt het nieuwe supervoedsel”,  zegt de bakker, „Mijn klanten vragen erom en het is niet aan te slepen.” De ene klant hoort het aan, besluit tot de aankoop van 2 x 250 gram. Een andere klant gooit er nog een schepje bovenop: „Lekker hoor, door de yoghurt. Ik doe het iedere dag.”

Voorheen waren de zaden het domein van de macrobiotische, veganistische dan wel rawfood-garde. Die zagen allang de merites en ondervonden de voedingwaarde van lijnzaad, hennepzaad, chiazaad en wat dies meer zij. In navolging van de Maya’s en Azteken die duizenden jaren geleden al aan de chia waren. Inmiddels zijn de zaadjes een rage.

Volstrekte onzin, zeggen de meer traditionele diëtisten en voedingsdeskundigen. Wie een gebalanceerd en gematigd voedingspatroon heeft, hoeft echt niet elke ochtend een handje lijnzaad te breken. Er is echt een tweedeling, zegt voedingstherapeut Irene Lelieveld, bekend van haar boeken over ’gezonde eters’. „Bij de natuurvoeding vallen zaden en pitten onder de ’superfoods’. Maar in de traditionele schijf van vijf spelen ze geen rol. Regulier opgeleide gewichtsconsulenten staan daardoor tegenover de voedingsspecialisten die zich met natuurvoeding bezighouden.”

Lelieveld zelf valt nadrukkelijk onder die laatste groep. „De schijf van vijf is achterhaald, die is al die jaren nooit bijgeschaafd. Ik geloof best dat vroeger 200 gram groenten voldoende was. Maar dat waren toen nog groenten die zo van de akker kwamen. Nu speelt vervuiling een grote rol, groenten komen uit de kas, de voedingswaarde is afgenomen.”

Als je goed oplet en verantwoord eet, zegt Lelieveld, krijg je misschien ook zonder zaden en pitten alles binnen wat je lichaam nodig heeft. En je hebt ook mensen die honderd worden terwijl ze hun hele leven slecht hebben gegeten. Maar zij ziet in haar praktijk als voedingstherapeute werkelijk niemand zonder zinktekort. En ook vitamine C-tekorten zijn aan de orde van de dag, tekorten aan B-vitaminen bij mensen die veel suiker en witte bloem consumeren en selenium- en magnesium-tekorten. „Dan adviseer ik: veel zaden, pitten en noten eten. En nóg is het moeilijk. Wat zink betreft, zet ik de meeste mensen toch nog op een supplementje.”

Lelieveld merkt in haar praktijk dat het bewustzijn over voeding bij veel mensen is toegenomen. Wat vroeger eigenlijk alleen bij sporters speelde, beaamt fitness-specialist en personal trainer Angelique Heijligers, wordt nu steeds meer gemeengoed.Vandaar de opkomst van de zaden. „Zaden zijn een goede bron van proteïne, daarom zijn ze bij sporters zo populair.’’

Heijligers plaatst wel een kanttekening: „De basis moet goed zijn. Als mensen superfoods eten maar daarnaast roken, helemaal niet bewegen of de snackbar leegtrekken, dan gaan zaden dat echt niet goed maken. Het gaat om het totaal, om de bigger picture.”

Met goed opletten en verantwoord eten krijg je alles binnen wat je lichaam nodig heeft.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.