Lantings vonk sloeg in Haarlem over

John Lanting en schouwburgdirecteur Jaap Lampe met het schilderij van Lanting.

John Lanting en schouwburgdirecteur Jaap Lampe met het schilderij van Lanting.© UNITED PHOTOS

Frans van den Berg
Haarlem

De liefde van John Lanting voor het toneel en dan specifiek de klucht, is overgesprongen in Haarlem. Daarom werd op zijn 80ste verjaardag nog een portret van hem in de Stadsschouwburg van Haarlem opgehangen.

„Als scholier werkte hij een seizoen als toneelknecht in de Stadsschouwburg. Vanuit de coulissen zag hij Johan Kaart en Johan Boskamp met de voorstelling ’Potasch en Perlemour’. Kluchten waren in de tijd na de oorlog nog bijzonder. Bij Lanting sloeg toen meteen de vonk over. Dat was het genre dat hij ook wilde brengen. Daarom ging hij later naar de Toneelschool in Amsterdam”, weet de Jaap Lampe nog.

Lees ook: Klucht-acteur John Lanting overleden

Lampe was er in 2010 als schouwburgdirecteur bij toen Lanting een portret in de eregalerij van de Haarlemse schouwburg onthulde. Want Lanting mocht dan de laatste jaren in Breda wonen, hij bleef zich Haarlemmer voelen (overigens geboren in Overveen). In zijn jeugd speelde hij amateurtoneel, onder andere bij de Haarlemsche Toneel Club. Op de hbs ging het minder, zeker toen hij werd gepest vanwege zijn gestotter. „Ik liep weg van school en daarna van huis, naar Frankrijk. Ik heb vier jaar rondgezworven”, vertelde Lanting indertijd. Terug in Nederland werd hij als vrijwilliger toneelknecht en ging op zijn 23ste naar de Toneelschool.

Daarna kon hij aan de slag bij het Rotterdams Toneel. Hij speelde rollen in nagenoeg elk genre maar viel met name op bij het lichte werk en helemaal in de kluchten. Vervolgens was hij zes jaar freelancer en nam alles aan wat maar op zijn pad kwam, zoals een rol in ’Wie kan me de weg naar Hamelen vertellen’.

Kluchten

De doorbraak kwam in 1970. De klucht ’Nee schat, nu niet’ werd een, voor die tijd, ongekend succes waarop hij besloot een eigen gezelschap te formeren: Theater van de Lach. „Lanting bewees dat je met een herkenbaar genre een vast publiek kon trekken en wist met zijn aanpak een groep naar de schouwburgen te halen die speciaal voor hem kwam”, constateert recensent Jan Pieterse, die er in 1996 bij was toen Lanting zijn laatste voorstellingen neerzette. Overigens waren de kluchten ook veelvuldig op televisie te zien, met de eveneens veelvuldig dichtslaande en openende deuren.

Nadat Lanting zich uit de theaters terugtrok, hebben opvolgers zich op ’zijn’ genre gestort. Zo brengt Jon van Eerd met zijn theaterbedrijf ’Het Pretpakhuis’ bijna jaarlijks zelf geschreven of vertaalde komedies in de schouwburgen. Ook Arjan van Bavel - bekend als ’Adje’ - is de laatste jaren op tournee met een eigen gezelschap dat voorstellingen brengt om het publiek te laten lachen. De naam van zijn productiemaatschappij lijkt een knipoog naar het roemruchte ’Theater van de lach’-verleden van John Lanting: het theaterbedrijf van Van Bavel heet ’Theater van de klucht’.

Meer nieuws uit Regio

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.