Seks op de middenstip

Yuki Kempees. Foto DPD

1 / 2
Nanska van de Laar

Yuki Kempees (27) praat gemakkelijk over seks. Zoals onlangs in het BNN-programma ’Spuiten en slikken’ en in de Linda, waar hij op de cover stond. Niet zo gek: Kempees, voormalig fotomodel en volgens magazine Jackie een van de meest begeerde mannen van Nederland - heeft er nogal wat ervaring mee, zoals hij ook beschrijft in zijn deels autobiografische debuutroman ’Cirkels zijn alleen mooi als ze rond zijn’.

De gekste plek waar hij ooit seks heeft gehad? De middenstip van zijn voetbalclub TSC Oosterhout. „Sorry nog, van toen”, grinnikt de schrijver nu.

De hedonistische hoofdpersoon in ’Cirkels zijn alleen mooi als ze rond zijn’ is Yuki zelf. „Tenminste, ik kan zo zijn.” Hij situeert zijn boek in zijn huidige woonplaats Amsterdam (Oost), maar eigenlijk is het in werkelijkheid vaker Oosterhout, waar hij tot zijn 20ste woonde. „Ik wilde één lijn trekken.”

Onstilbaar verlangen

De hoofdpersoon, een vrouwenmagneet, leidt een leven vol drank, feesten en seks. Een supertof leven, zo lijkt het, maar ondertussen voelt hij zich vooral eenzaam en ongelukkig. „Ik wilde onze generatie vangen in een boek. De generatie met een onstilbaar verlangen en die denkt dat het leven maakbaar is. Door social media lijkt het alsof iedereen op een roze wolk leeft. We hebben allemaal een ge-wel-dig leven. Maar ondertussen zijn we stiekem vaak ontevreden, door een studie of baan die niet loopt, de keuzestress. Al worden die mindere geluksmomenten ontkend en niet geaccepteerd. Die ontevredenheid botst met ons beeld van geluk, waardoor we weer meer gaan feesten om te ontsnappen.”

Bij hoofdpersoon Yuki komt de onrust en ontevredenheid ook voort uit het verlies van een vriend die zelfmoord pleegt. De echte Yuki maakte in Oosterhout hetzelfde mee, maar dan met een neef. „Ik was 19, hij 18, heel ongrijpbaar.”

Semi-prof

Hij wordt als Yukio Kempees geboren in Oosterhout, en woont tot zijn 20ste in het centrum. Zijn vader - met Indonesisch bloed - is muzikant. Kempees zit op de Ten Strijen-Mavo, het Frencken College en doorloopt de CIOS-opleiding in Tilburg. Voetbal is zijn leven. Hij speelt als keeper bij TSC Oosterhout en volgt vanaf zijn dertiende bij de jeugdopleiding van RKC Waalwijk. Op zijn 18e staat hij een jaar lang als semi-prof onder de lat bij het eerste van TOP Oss. Toch wordt hij geen voetballer, maar schrijver. „Ik wilde niet alles opgeven en ik weet niet of ik wel goed genoeg was.”

Bukowski

Op zijn 20ste vertrekt hij voor een bachelor Media en cultuur aan de UvA naar Amsterdam, waar hij nu in de Javastraat woont, in de Indische buurt. In Amsterdam ontdekt hij het schrijven - en dat hij daar pas echt gelukkig van wordt - als hij met een vriend een (succesvol) blog begint. Een van zijn korte verhalen komt onder de aandacht van uitgeverij Prometheus. Zijn debuut kwam vorige maand uit en kreeg al na een week een tweede druk. „Ver boven verwachting. Als debutant mag je blij zijn als je bij de kleine winkeltjes ligt, ik lag meteen bij de Bruna.”

Kempees wordt soms vergeleken met de rauwe Amerikaanse ’rock-’n-roll’-schrijver Bukowski. Maar Kempees heeft - eerlijk gezegd - nog nooit iets van hem gelezen. „Ik ben geen echte lezer. Vind het ook lastig. Toen ik veel Brusselmans las, leek het alsof ik zelf steeds Vlaamser ging schrijven. Na het lezen van Giphart stopte ik er steeds meer zijn droge humor in. Ik begin binnenkort wel aan Bukowski. Heb zowat het hele oeuvre gekregen van iemand van de uitgeverij en blijkbaar kan ik door hem toch niet meer beïnvloed worden, ha ha.”

De hel

De hoofdpersoon in Kempees’ boek slikt, drinkt en snuift zich behoorlijk naar de klote. Bijvoorbeeld als hij naar popfestival Lowlands gaat. „Dat gebéurt daar gewoon, ik ben soms verbaasd hoe ver mensen gaan, zeker jonge kids.” De echte Kempees doet er graag aan mee. Tot bepaalde hoogte. „Ik heb me er nooit echt helemáál in verloren. Ik weet wel wat een ’terrible tuesday’ is. Dat je het weekend ervoor zoveel drugs hebt gebruikt dat je al je endorfine hebt opgebruikt en depressief thuiszit. De hel. Op zo’n moment besef ik echt wel dat ik er misschien even mee op moet houden. Maar het blijft gevaarlijk, al die verleidingen van onze generatie.”

Gek genoeg, zo vertelt hij, werd hij al schrijvende steeds meer de hoofdpersoon. De lijn tussen fictie en non-fictie werd dunner. „Ik ging de feesten, de vrouwen en de drugs opzoeken, maar ook het verdriet, het verlies en de eenzaamheid. Ik moest weten hoe het met de hoofdpersoon verder moest.”

Zijn ouders, zus, familie, vrienden; ze wonen allemaal nog in Oosterhout. Kempees komt er nog graag. „Hier kan ik de drukte achter me laten. In Amsterdam zit je thuis en weet je dat er altijd iets te doen is. Je hebt altijd het gevoel dat je iets leuks mist.”

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.