'Mommy' brengt heftig realisme onder een vergrootglas

Nanska van de Laar

Steve, weggestuurd uit een inrichting voor onhandelbare pubers, heeft zo’n kettinkje met in gouden letters het woord ’Mommy’. Voor zijn moeder gaat hij door het vuur. Maar als iets hem niet bevalt, kan hij haar wel wurgen. Letterlijk bijna. Dan wordt die intense, hartstochtelijke, diep-emotionele moeder-zoonrelatie plotseling een slagveld.

Het in Cannes enthousiast ontvangen ’Mommy’ is al de vijfde film die de jonge Canadese filmmaker Xavier Dolan (1989) in vijf jaar afleverde. Zijn onstuimige werklust en originaliteit leverden hem al het predicaat ’wonderkind’ op. Het rauwe en flamboyante ’Mommy’ kun je zien als een soort revanche op zijn semi-autobiografische debuut ’J’ai tué ma mère’. Daarin speelde hij zelf een egocentrische homoseksuele puber die zijn moeder het leven op alle mogelijke manieren zuur maakt.

Met ’Mommy’ keert hij terug naar een heftig uitpakkende verhouding tussen moeder en zoon, maar nu gezien vanuit het standpunt van de moeder. Dolan gaat opnieuw tot op het bot door om ook de donkere, destructieve kant van die liefde te laten zien. Autobiografisch is het deze keer niet, maar toch wel weer geïnspireerd door het leven in de buitenwijk waar Dolan opgroeide.

Intrigerende toevoeging

Anne Dorval zet die moeder energiek neer als een uitdagende vrouw met een vechtersmentaliteit. Ze trotseert de sceptische houding van welzijnswerkers met een brutale blik. In het begin lijken moeder en zoon elkaar te vinden in hun vrijpostigheid, samen tegen de wereld.

Desondanks dreigt Steve haar in zijn ongeremde uitbarstingen mee te sleuren. Tot ze onverwacht gezelschap krijgen van een bedeesde, vermoedelijk getraumatiseerde buurvrouw die een kalmerende invloed heeft. Een intrigerende toevoeging van Dolan.

Vooral indrukwekkend is de formidabele prestatie van Antoine Olivier Pilon als Steve. Stoer, lief, aandoenlijk en agressief. Griezelig overtuigend hoe hij dat allemaal tegelijk kan zijn. Hoe hij die onvoorspelbare impulsiviteit verstopt achter een kinderlijk clownesk uiterlijk.

Felle contrasten

’Mommy’ is heftig realisme onder een vergrootglas en niet alleen wat de acteurs betreft. De hele film straalt bravoure uit. Om te beginnen al Dolans opvallende keus voor het sterk afwijkende vierkante beeldformaat dat hij vrijwel de hele film volhoudt. Een soort superconcentratie op de personages zelf, maar het geeft ook een beklemmend effect waar Dolan dan weer iets verrassends mee kan doen.

Je kunt dat afdoen als een kunstje, net zoals je kunt opmerken dat het verhaal soms nogal fragmentarisch is. Maar dat is nu juist het punt. ’Mommy’ is meer dan een degelijk, conventioneel drama over een ADHD-er. Dolan is met de hele film als het ware in de huid van zijn personages gekropen. Om langs die weg aangrijpend en tegelijk onthutsend nuchter iets te berde te brengen over de kracht en de onmacht van de liefde.

Hij doet dat met sprekende beelden en felle contrasten. ’Mommy’ zwenkt, net als Steve, heen en weer tussen tragikomisch en tragisch. Ondanks het grimmige karakter kiest Dolan voor de kleur en lyriek die doorgaans voor romantischer vertellingen zijn voorbehouden. Geluk zou mogelijk moeten zijn, houdt hij ons voor. Maar de realiteit is een formidabele tegenstander. Daar zit de pijn.

’Mommy’

Regie: Xavier Dolan Met: Anne Dorval, Antoine Olivier Pilon, Suzanne Clément Vijf sterren

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.