Eigenaar hoopt afgebrand Kleine Houtstraat 33 te herbouwen

Jos Westerdaal: ,,Ik ben bang dat het vocht van bluswater nu nog meer schade aanricht.’’ Foto United Photos/Paul Vreeker

Richard Stekelenburg
Haarlem

Achteraf, ja, achteraf... Achteraf denkt hij wel: voor die as uit de houtkachel had hij misschien toch beter een metalen bak kunnen nemen in plaats van een plastic zak.. ,,Noem het de ’onmacht’ der gewoonte’’, zegt Jos Westerdaal, eigenaar van de zaterdag uitgebrande monumentale woning aan de Kleine Houtstraat. ,,Ik doe het al zo’n beetje dertig jaar zo.’’

Sinds zaterdag verblijft Westerdaal op kosten van zijn verzekeringsmaatschappij in het Van der Valk Hotel Haarlem. Voor een weekje of zo, veel langer zal dat niet vergoed worden, schat hij. Hoe het daarna verder moet? ,,Ik ben nog niet in mijn huis terug geweest. Ik mag er niet in. Ik ben heel benieuwd. Ik ben bang dat het vocht van bluswater nu nog meer schade aanricht. En in de verdere toekomst? Ik hoop dat ik het huis weer kan opbouwen, liefst zo veel mogelijk in de oude staat. Maar dat hangt allemaal af van geld.’’

Buren

Westerdaal is elke dag wel in zijn straat te vinden sinds de brand. Hij weet dat hij daarbij door sommige buren met scheve ogen wordt aangekeken, en dat is zacht uitgedrukt. Sommigen hebben verhalen over hem verteld die volgens hem niet waar zijn.

,,Dat het zo brandgevaarlijk bij mij was, en dat daar vaak voor is gewaarschuwd? Niemand heeft mij daar ooit voor gewaarschuwd. Dat was ook niet nodig. Ik heb al jaren een houtkachel en er is nooit wat gebeurd. Ik had jaren geleden een keer een akkefietje met een elektrische deken, maar dat heeft niet tot brand geleid. Trouwens: buren zetten zelf af en toe houten pallets voor mijn deur, omdat ze weten dat ik die opstook. Dat doe je toch niet als je dat gevaarlijk vindt. Toch?’’

Westerdaal wil met de krant praten, maar wel onder voorwaarde, liet hij daags voor het gesprek weten. Hij wil praten in aanwezigheid van buren of ’andere slachtoffers’. Zodat ook zij zíjn kant het verhaal horen. De buren blijken daar trouwens niet veel behoefte aan te hebben. Het gesprek heeft uiteindelijk plaats in de winkel van Annette Vierbergen op nummer 45.

Verhalen

Er zijn nogal wat verhalen over Westerdaal de rondte gaan doen de afgelopen dagen. Dat hij stadsorganist was bijvoorbeeld. Maar dat was hij niet. Hij was tot een jaar of vijftien geleden cantororganist in de Grote Kerk. Dat hij geen elektriciteit- of gasaansluiting in zijn huis had, is ook niet waar. Hij gebruikte het weinig, dat wel.

Je kunt zeggen dat Westerdaal een huishouden leidde, zoals je dat niet vaak tegenkomt. Die houtkachel is er ooit gekomen omdat zijn gaskachel het niet goed deed en de boiler ook al jaren stuk is. Centrale verwarming in een huis dat aan alle kanten kiert, is een nogal begrotelijke zaak, vond Westerdaal. Voor het doorspoelen van de wc gebruikt hij water uit een bron die hij ooit onder zijn huis ontdekte. En ja, je kon hem ’s avonds wel eens met een mijnwerkershelm-lampje op zijn hoofd door het huis zien lopen.

En de orgelmuziek die hij graag draait, was ook buiten te horen.Dat het nogal ’vol’ was op de bovenverdieping? ,,Ja, dat klopt wel’’, zegt hij. ,,Ik ben niet zo zeer een verzamelaar, ik beschouw mij meer als conserveerder. Er lagen veel geluids- en videobanden bijvoorbeeld. En ruim honderd kinderjeans in wit en blauw. Die heb ik ooit gekocht toen ik plannen had voor het opzetten van kinderkoren, in de stijl van Les Poppys, maar dat is er nooit van gekomen. Ik bedacht me pas nog, dat ik die broeken eigenlijk wel kon weggeven aan kinderen in India.’’

Zaterdag

Terug naar zaterdagochtend. Westerdaal: ,,Ik had de vorige avond mijn kachel laten uitbranden terwijl ik zelf naar de dienst in de Lutherse Kerk was, op Goede Vrijdag. Toen ik thuis kwam, was de kachel uit. Ik was ’s ochtends al om vier uur weer op. Dat ben ik wel vaker, omdat het dan nog overal lekker rustig is. Zo’n beetje anderhalf uur voordat de brand uitbrak, om ongeveer zes uur, heb ik gevoeld of de as al voldoende was afgekoeld om weg te scheppen; die was toen koud tot lauw.’’

Westerdaal schept de as, zoals altijd, in een plastic tas die hij bewaart op een stuk houten vloer.

,,Ik ben daarna beneden geweest, en toen ik weer boven kwam, rook ik een brandlucht; het was alsof de kachel weer brandde. Toen zag ik dat er rook uit de plastic zak met as kwam. Ik ben weer naar beneden gegaan, omdat ik daar altijd twee volle emmers met water heb staan om de wc door te spoelen. Maar toen was het al te laat.’’

Op dat moment breekt buurvrouw Vierbergen in: ,,Maar heb je dan niet gehoord dat er om half 8 al op je ramen werd gebonkt en er werd geschreeuwd?’’ Westerdaal: ,,Huh, nee! Wie was dat dan? Dat moet geweest zijn toen ik achter was.’’ Vierbergen: ,,Geen idee wie het was. Ik werd er wakker van. Even later stond de brandweer in de straat.’’

Brandweer

Bij buren gaat het verhaal dat Westerdaal niet eens de moeite heeft genomen de brandweer te bellen. ,,Ik heb geprobeerd te bellen, maar mijn vaste telefoon was dood en op mijn mobiel kreeg ik geen verbinding...’’

En aanvankelijk leek het ook allemaal nog wel mee te vallen, vertelt hij. ,,Ik kreeg een kopje koffie aangeboden van overburen. Toen ik daar weer buiten kwam en de vlammen uit de bovenverdieping zag slaan, wist ik dat het echt mis was. Ik vind het heel erg wat er is gebeurd. Erg voor de buren, erg voor het pand en, ja, ook erg voor mijzelf.’’

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.