’Niets mooier dan lachend publiek’

Jon van Eerd als John Hogendoorn in 'Moeder, ik wil bij de revue'. Foto Piek

Hans Visser
Utrecht

Een jongen uit de provincie droomt van een carrière als revuester. Moet daarom de komiek, zijn gevierde voorbeeld plaatsmaken? Dat vertelt de nieuwe spectaculaire musical ’Moeder, ik wil bij de revue’. In de hoofdrol: Jon van Eerd.

De show die vanaf 9 september is te zien in het Utrechtse Beatrixtheater, steunt op de gelijknamige televisieserie, die met een knipoog ’en passant’ een treffend beeld gaf van Nederland in de jaren vijftig, toen cabaretier Wim Sonneveld een nationale ster was. Elke aflevering trok zowat twee miljoen kijkers. Het verschil tussen musical en televisieserie? E

r zitten niet louter liedjes in uit het repertoire van de cabaretier Wim Sonneveld, maar juist ander werk uit die dagen. Verder worden de diverse personages anders uitgediept. Ook de ouder wordende komiek John Hogendoorn. De acteur die hem speelt is dezelfde: Jon van Eerd.

,,De musical is anders. Een show van tweeënhalf uur vraagt om een andere spanningsboog dan acht uur televisie. Verder blijft het verhaal universeel: iedereen droomt ervan bijvoorbeeld dokter, piloot of artiest te worden en altijd kunnen je ouders willen dat je iets anders kiest. Soms zie je dat het bloed dan kruipt waar het niet gaan kan. Zoals bij Wim Sonneveld. Hij had de revue in zich. Had wat vroeger een Fred Astaire had: iets bijzonders. Dat was een echte ster. Tegenwoordig is alles zo gewoon, iedereen is zo bereikbaar, de mythe van het vak is weg.’’

Amusement

Gek eigenlijk dat het genre revue tot voor kort als oubollig werd ervaren, tot het door de televisieserie weer zoveel aandacht krijgt.

,,Amusement doet het goed in een tijd van crisis. Dat zag je ook in het Amerika van de jaren dertig. Ook merkte ik dat jonge mensen na mijn voorstellingen in het land vaak verrast naar me toe kwamen: van Sonneveld hadden ze nog nooit gehoord, maar ze waren verast door zijn mooie liedjes.’’

,,Daarnaast speelde nostalgie een grote rol. Jonge kijkers verbaasden zich over de jaren vijftig, de wereld van hun ouders, terwijl juist die oudere groep veel uit die jaren herkende. Het was de tijd van de naoorlogse opbouw. Dat was mooi, maar er was ook nog armoede. Zelfs in mijn jeugd moest ik nog zuinig zijn met de verwarming en het licht.’’

Aznavour

Voor de musical werden de liedjes van toen gearrangeerd door Michael Reed. ,,Met zijn Engelse musicalervaring bracht hij ze muzikaal naar deze tijd. Ondanks hun stijlverschillen vormen ze nu toch een eenheid met de show. Neem zo’n prachtig liedje van Jules de Corte: ’Romeo en Julio’. Hij vertelde verhaaltjes aan de piano. Binnen de voorstelling hebben die sterke teksten nu een veel breder bereik. Er zit ook een stuk van Aznavour in, dat Corry Brokken hier bekend maakte als ’Mijn ideaal’. Ach, ze haalden toen zo veel uit het buitenland: liedjes, sketches. In de voorstelling gaat Riet, de zuster van John en ook zijn theaterpartner en tekstschrijfster, naar Parijs. Ze zegt: ’Ik ga even inspiratie opdoen in het Lido’. Eigenlijk gaat ze daar gewoon ideeën jatten. Dat zou nu niet meer kunnen, want je ziet alles terug op YouTube.’’

Van Eerd is in deze voorstelling geen komiek, hij spéélt er een. Een gecompliceerd mens, zoals veel komieken. ,,Vaak hebben ze in hun jeugd een probleem met andere kinderen. Tot ze ontdekken dat ze iets bijzonders kunnen: anderen laten lachen. Daarmee bouwen ze afweermechanisme op, dat zich later ook tégen hen kan keren. In de buitenwereld kunnen ze niet meer zichzelf zijn. Ook John Hogendoorn zit daarmee, want in die tijd moest hij zijn homoseksualiteit verbergen.’’

Ballerina

Geen komiek, Van Eerd put uit zijn ervaring als schrijver en acteur van komedies.

,,De acteertechniek bij humor luistert nauw, meer nog dan bij drama. Het is als een choreografie: een danser moet tijdens een voorstelling precies weten wanneer en hoe hij de ballerina moet opvangen, anders valt ze. Het gaat om exacte afspreken. De lach is het doel, dat gaat boven alles. Het zoeken naar de juiste afspraken maakt dit vak zo leuk.’’

Van Eerd speelde zijn eerste rollen bij toneelgroep De Appel, van de regisseur Erik Vos. ,,Inspirerende man, hij volgt me nog steeds. Hij daagde je uit en kreeg me met zijn charme zelfs zover dat ik tijdens een stuk mijn handen in ketel vol ingewanden stak die dan verlekkerd over mijn gezicht smeerde. Vos maakte geen musical, wel spektakel. Hij zette het theater onder water, zijn ’Midzomernachtroom’ was circus.’’

Pril

Terence van der Loo speelt in de show de jonge Bob Somers, die hoopt op een plaats bij het revuegezelschap van broer en zus Hogendoorn. In werkelijkheid is Van der Loo nog bijna net zo ’pril’.

,,Terence springt met deze rol in ’het diepe’. Je probeert hem vertrouwen te geven, het gevoel dat hij niet bang moet zijn voor ons. Ik weet nog hoe ik zelf ooit bij toeval naast Willem Nijholt kwam te zítten. De grote Nijholt!’’

Herkent hij de angst van oudere Hogendoorn?

,,Sommige artiesten zijn bang dat ze worden uitgerangeerd. Natuurlijk denk ik soms: ’Als ik die leeftijd nog had…’. Toch krijg je voor het ouder worden veel terug, als mens groei je nog zoveel verder. Je kunt onzeker worden over je prestaties en spijt hebben van keuzes, maar je zult nooit meer je handen in ketel ingewanden steken. Jaloers op de jeugd? Nutteloos.’’

,,Vandaag ben alleen maar trots, dat we deze musical maken: een mooi verhaal, prachtige rolbezetting, goede liedjes en een decor zoals je dat nooit eerder zag. Dit is ’maximaal’ theater, een musical over de revue met alles wat daarbij hoort. Dus ook de humor, want niets is mooier dan een lachend publiek.’’

Info: www.musicals.nl

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.