Premium

Uit de Tijd: De eerste autorace in Zandvoort

Uit de Tijd: De eerste autorace in Zandvoort
Een race in 1968 in Zandvoort.

Op 3 juni 1939 werd de eerste Nederlandse autorace georganiseerd. Het initiatief kwam van Zandvoorts burgemeester Henri van Alphen die, nu de crisis ten einde liep, Zandvoorts positie als toeristenoord wilde versterken. De kustplaats leefde van toerisme. Op zondagen kwamen er op de fiets, met de trein en de tram, en steeds vaker met de auto tienduizenden, op mooie dagen zelfs honderdduizend bezoekers uit Haarlem of Amsterdam naar Zandvoort.

Behalve met het strand – het breedste van Nederland, zo stond in elke VVV-folder – trok Zandvoort bezoekers met dansgelegenheden, cabarets en restaurants. Overal speelden dansorkesten, in Cabaret Modern trad Fien de la Mar op.

Bioscoop Monopole richtte zich met sentimentele films op een breed publiek, Cabaret Imperial deed hetzelfde met slapsticks, schlagers en goedkope consumpties. VVV en gemeente bevorderden het toerisme door verbetering van de verbindingen met Haarlem en Amsterdam na te streven.

De Zandvoortschelaan werd geasfalteerd, de parallelle fietspaden betegeld en naar Amsterdam doorgetrokken, en de tram- en treinverbindingen geïntensifieerd. Bovendien gaven de spoorwegen in het badseizoen op het traject Amsterdam-Zandvoort goedkope, tot maandag geldige, weekendretours uit.

Kritiek

Om het toerisme nieuw leven in te blazen, werd aan het begin van het zomerseizoen 1939 de eerste autorace gehouden. Een circuit was er niet, maar snel werden enige door de crisis onbebouwd gebleven straten geasfalteerd en van tribunes voorzien.

Stiekem hoopte de badplaats op zo’n tachtigduizend bezoekers, maar, zo luidde de kritiek, dan had het evenement op zondag, niet op zaterdag moeten plaatsvinden.

Velen moesten op zaterdag werken. Met negenendertigduizend bezoekers, waarvan er zevenenhalfduizend met de auto kwamen, was de race niettemin een succes. Alles verliep zonder ongelukken.

De jonge prins Bernhard, bekend om zijn roekeloze rijgedrag, deelde de prijzen uit. De enige klacht was dat enkele auto’s zoveel sneller waren dan de rest, dat er weinig competitie was.

Doordat er met eigen wagens werd gereden, ging de race tussen welvarende heren die zich zoiets konden permitteren. Een flink aantal deelnemers droeg een adellijke titel. In de sportwagenklasse won Piet Nortier in een BMW. Ook zette hij, met een adembenemend gemiddelde van 86 km per uur, de snelste rondetijd op zijn naam.

Oorlog

In deze krant werd de race verslagen als een aardig sportevenement, net als de zeilwedstrijden op de Mooie Nel, of de toer van de Politiewielerbond. Voor Zandvoort was het een succes dat om herhaling vroeg. De oorlog wierp roet in het eten. Ook in deze voor Zandvoort dramatische tijd bleef burgemeester Van Alphen echter hopen op een echt circuit.

Volgens de overlevering wist hij de bezetter ertoe te bewegen het puin dat overbleef toen zijn dorp goeddeels was gesloopt in verband met de Duitse kustverdediging, te gebruiken voor de aanleg van een paradeboulevard.

Het Duitse leger zou daar zijn overwinning kunnen vieren. In feite dacht Van Alphen bij die aanleg aan zijn circuit. Dientengevolge vinden de races in Zandvoort tot op de dag van vandaag plaats op een circuit grotendeels aangelegd op het puin van het vooroorlogse dorp.

Uit de Tijd is een historische rubriek van de Haarlemmer Hein Klemann, hoogleraar economische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit.

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.