’Ik denk dat ik fouten blijf maken’

Hanneke van den Berg

Dat er op haar uiterlijk wordt gelet, daar is Sophie Kinsella (44) inmiddels wel aan gewend. Met haar Shopaholic-serie over de koopzieke Becky Bloomwood begeeft ze zich in een wereld waarin alles lijkt te draaien om beauty, peperdure merkkleding en de looks.

Deze vrijdagmiddag in Amsterdam draagt ze het luchtig. Ze heeft stijl, zo veel is duidelijk als ze voor het interview uit haar hotelkamer komt. Straks twee optredens voor televisie, haar jurk is er op uitgezocht. Haar haren nonchalant met een clipje in haar nek opgestoken.

Ze moet straks toch eerst in de schmink. „Gaan we de regen in?” Dan pakt ze nog snel even haar jas. Om ’m tijdens het gesprek niet meer uit te doen. „Koud!” Maar het moet gezegd, hij staat haar prachtig.

Uiterlijk vertoon. Later zal ze zeggen dat haar boeken daar misschien over líjken te gaan, maar alleen voor wie oppervlakkig leest. Wie beter kijkt, ziet meer. En snel is ze een veronderstelde vraag voor. „Of ik er ook zo uit zie als ik schrijf? Nou. Niet, eigenlijk. Ik schrijf nog net niet in pyjama. Maar áls ik dat zou doen, zou het een heel leuke zijn.”

Schaterlach. De toon is gezet. De vooroordelen die ze doorgaans ontmoet in één klap weggevaagd. Hier zit een dame die er haar schouders over ophaalt. Er geen geheim van maakt dat ze met haar meisjesachtig voorkomen wel toevallig moeder is van vijf.

Oxford

Ze studeerde in Oxford economie, filosofie en politiek en begon als financieel journalist. Nu schrijft ze de boeken die ze zelf zou willen lezen. Ze vindt het ook hartstikke leuk om haar lezers te ontmoeten. Dat zijn er veel. Alleen al in de Nederlandse vertaling zijn er meer dan drie miljoen verkocht.

Ze zucht. Het is een behoorlijk schizofreen bestaan, het leven van een schrijver. Ze is al een tijdje van huis, om te vertellen over ’Shopaholic naar de sterren’. In dit deel van haar serie over Becky Bloomwood verhuist Becky met man Luke en dochtertje Minnie naar Hollywood. Daar probeert ze zich tussen de filmsterren en beroemdheden te wringen om een bestaan als stilist of personal shopper op te bouwen. En natuurlijk zelf beroemd te worden.

Levensles

Het is alweer haar zevende boek in de Shopaholic-serie. In ieder deel krijgt Becky een levensles. Zal ze ooit een verstandige dame worden? „Ze heeft al zo veel geleerd”, zegt Sophie Kinsella. „Maar als je ooit kunt spreken van ouder en wijzer, dan is het hier. Ze ziet echt een paar waarheden aan het einde van dit boek. Maar weet je?”, ze veert op.

„Ik verwacht zelf ook niet dat ik wijs zal zijn als ik oud ben. Ik denk dat ik fouten blijf maken, steeds opnieuw. Becky moet een reis in het leven maken. Het is onmogelijk niet te falen. Mens zijn, betekent fouten maken.”

Een reis maken. Sophie Kinsella voelt zich nu alsof ze deel uitmaakt van een rondreizend circus. Gisteren Antwerpen, morgen Kopenhagen. Maar de steden ziet ze nauwelijks. Door naar Italië, dan terug naar Engeland, waar ze woont. Oh ja, ze was ook in de VS en Canada. Tussendoor is ze nog even thuis geweest. Zwaait. „Hallo, ik ben jullie moeder!” Ze mochten haar eens vergeten, lacht ze.

Moeilijke tijd

In Antwerpen, zondag, heeft ze veel met lezers gesproken. „Er was iemand die mijn boeken bij zich had in het ziekenhuis. Ze hielpen haar door een moeilijke tijd, vertelde zij. Dat soort dingen betekenen veel voor mij. Mijn boeken kunnen entertainen, maar als ze echt iemand laten ontsnappen aan de nare werkelijkheid, is dat ultiem.”

Ze zal straks, als ze thuis is en weer gaat schrijven, eerst even in de decompressiekamer moeten, schetst ze. Alsof ze van Mars komt en op aarde landt. „Alle adrenaline moet ik kwijt. Me aanpassen aan de rust en me weer naar binnen richten.”

Becky voelt inmiddels alsof ze echt bestaat. Het leven van haar hoofdpersoon gaat door als ze niet over haar schrijft. „Ik hoef er alleen maar in te stappen, de volgende bedreiging zien en aan de slag.”

Toen Sophie Kinsella haar eerste ’Shopaholic’ schreef, had ze geen idee of het zou aanslaan. „Ik kan me nog goed herinneren dat mijn verhaal uit de printer kwam. Het was een biecht vanuit het ongebruikelijke perspectief van iemand die veel te veel geld uitgeeft aan uiterlijkheden. Ik dacht echt dat ik gek geworden was.”

Overdonderd

Ze was overdonderd door de reacties uit de hele wereld. „Je hebt mijn gedachten gelezen. Dit gaat over mij!” En niet alleen in Europa, zegt Sophie Kinsella. „Maar ook in de Verenigde Staten, het Verre Oosten, Zuid-Amerika. In de basis zijn we kennelijk allemaal hetzelfde.”

Het idee was iets te doen met de ironie dat banken en financiële instituten hun klanten aansporen om schulden aan te gaan en hen het mes op de keel te zetten als ze niet kunnen aflossen. „Creditcards, winkelpasjes; ze voelen als gratis geld. Je geeft te veel uit en daarmee komen de problemen. Dat wilde ik vertellen met het verhaal over Becky.”

Dat was nog vóór de crisis aanbrak. „Toen het economisch slecht ging, was dit ineens een belangrijk gespreksonderwerp. Bezuinigen of investeren. Politici ruziën er vandaag de dag nog steeds over.” Het zat allemaal, zegt ze, al in haar boeken. „Becky maakt dezelfde ontwikkeling door. Ja, er zit een boodschap in mijn boeken. Maar in de vorm van een grappig verhaal. Dat werkt beter, denk ik.”

Holbewoners

Becky ziet shoppen als een investering in de toekomst. Sophie Kinsella heeft in de loop der jaren een theorie opgebouwd waarom veel mensen meer uitgeven dan ze zich kunnen veroorloven. Met een knipoog: „Ik denk veel na over shoppen, namelijk.”

De meeste dingen die wij doen in het leven, denkt ze, stammen uit de tijd van de holbewoners. „Hoe leefden mensen in de prehistorie? Ze gingen naar buiten, zochten spullen en brachten die terug naar hun grot. Dat kon voedsel zijn, maar ook huiden of gereedschap. Het was overleven. Ook al is tegenwoordig alles in een nanoseconde geregeld, die impulsen zitten nog steeds in ons. Dus kopen we nu dingen die het leven aangenaam maken. De noodzaak is vervangen door: stel je voor dat er geen jeans meer is. Inslaan! Twintig potten gezichtscrème. Kopen!” Natuurlijk is dat belachelijk, vindt ze. „Maar ik begrijp het wel. Het is het diepe verlangen in ons om veilig te zijn.”

Snobisme

Het is makkelijk om mensen als Becky te veroordelen. „Maar iedereen heeft iets waarvan hij houdt. Laatst was ik in het huis van een gerespecteerd verzamelaar van antiek. Toen dacht ik: wat als hij Becky was, en zijn schilderijen haar schoenen?”

Mensen hebben een dubbele moraal. „Dit is goed, dat is slecht, dit is waardevol en dat niet. De een is een verzamelaar en de ander een shopper. Nou, zo simpel ligt het niet.”

Het is snobisme, denkt ze. Het snobisme dat Becky in haar boeken niet heeft. Het snobisme ook waarmee ze soms moet aanhoren dat ze ’dit soort boeken’ beter niet kan schrijven. „Jij hebt aan Oxford gestudeerd. Je kunt beter, toch?” Nou, voor dit soort gesprekken heeft ze geen tijd meer. „Absoluut niet. Ik ga mijn tijd niet verspillen aan het veranderen van mensen met vastgeroeste waarden. Ik schrijf liever.”

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.