Nachtbraken

Marja van Spaandonk

Tweede dag Pieterpad en geen goede benen. En dat terwijl eerste dag als nazomerzonnetje zo aangenaam loopt!

Zwijgzaam sjokken we achter elkaar door heuvelachtig landschap, waar we niets van zien. Voelen wel knieholtes aan voorkant van benen. Knieën wijzen naar achteren. Spierpijn in schenen. Kan dat? Nee, daarom willen spieren ook door schenen heen scheuren. Wanneer een van ons oppert dat we route ook kunnen inkorten, komen we langzaam gelijk een diesel op gang. Wat nou opgeven? Negeren die spieren! Is bijna donker als we besproken trekkershut op wenkbrauwen, tandvlees en achterste benen bereiken. Hut staat schurkend tussen acht houten soortgenoten.

Wanneer we backpacks droppen, stoere wandelschoenen wisselen voor frivole slippertjes, vallen groepjes mannen die voor sommige hutten samenscholen ons pas op. Zijn dat ook Pieterpadters? Onderweg niet gezien. Lang stilstaan doen we niet (zitten nog in cadans van voort, voort, voort!). Enige dat we willen is koud biertje op terras op kruipafstand van trekkershut.

Ik lieg: enige dat we willen is tweede biertje daarna. Van de tap. Gevolgd door stevige maaltijd en dan rondom voldaan terugrollen naar ons hol. Dat doen we ook. Mannen (veel!) zitten nu samen voor één hut: schuin tegenover die van ons. Ze spreken geen Nederlands. Hoeven we ook niet te luisteren, zeggen we nog optimistisch. Ploffen op ons plaatsje en nemen dag door. Tot spieren schreeuwen om slaap en oogleden zwaar naar beneden wijzen.

Morgen weer lange wandeldag, dus waar zijn die stapelbedden en hoe stoppen we daar stramme lijven in?

Mannen buiten gaan nog lang niet slapen. Integendeel. Worden steeds luidruchtiger. Overstemmen met gemak krijsend klagende bosuilen. Ze zitten weliswaar binnen, maar weet je hoe gehorig die takkentrekkershutten zijn? Rond middernacht ben ik nog tolerant. Ach, die gaan zo wel slapen. Om 2 uur denk ik dat ergste wel voorbij is.

Maar om 4 uur, wanneer kachele kerels keihard zingen, fluiten, hoesten en proesten, geloof ik daar niet meer in. Besluiteloos sta ik onder heldere sterrenhemel. Wat te doen? Netjes vragen om stilte? In welke taal dan? Kan best boos kijken, zo’n blik is universeel. Aan hoeveelheid fust te zien en aantal mannen dat gestapeld in hut moet zitten, zinkt moed in schoenen. Die ik niet eens aan heb.

Die rusten wél lekker uit. Dan maar weer proberen te slapen. Oordopjes in, kussen op hoofd. Om zes uur sta ik oververhit buiten. Paar schreeuwende mannen gaan net weer naar binnen. Die hebben geluk dat ze mij niet treffen. Of mijn schoen dat wel zou doen, vraag ik mij eerlijk gezegd af. Durf ik toch niet.

Om acht uur geef ik slaap op. Mannen geven het nu ook op en duiken in kooi. Chagrijnig zitten we als twee zombies buiten, wanneer vrouw (lippen fel gestipt, flamboyante sjaal om hals gedrapeerd) op hoge poten langs loopt. Of wij oog dicht deden? Nee, knikkenbollen we met dikke ogen die nu wel dicht willen. Zij gaat klagen en geld terugvragen, is toch ongehoord? Ongehoord zijn kerels niet en wij gaan ook op hoge poten. Krijgen geld terug, koffie, bitterballen en honderdduizend excuses. V

ijf hutten zijn gehuurd voor werknemers. Er volgen represailles. Baas van nachtbrakers wordt ingelicht. ’Er raken zeker mensen hun baan kwijt.’ Koude hand grijpt om mijn houten hart. Zo voelt een verrader zich dus. Zo’n drama was het nou ook weer niet hoor, probeer ik nog piepend te redden wat te redden valt. Maar daar is het nu te laat voor…

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.