Een leven vol betekenis

Ad Heesbeen

Dochter Gean Ockels schreef er drie jaar geleden nog een lezenswaardig boek over: De Zeven Levens van Wubbo Ockels. Vijf levensbedreigende situaties heeft Wubbo overleefd, zo tellen vader en dochter in de biografie.

De eerste vindt plaats in 1984 tijdens de astronautenopleiding in Texas. Ockels raakt besmet met de zeer gevaarlijke bacterie leptospirose, die de ziekte van Weil kan veroorzaken. De zeven dagen durende vlucht in 1985 met de space shuttle Challenger verloopt weliswaar zonder noemenswaardige ongelukken, het ruimtevaartuig vertoonde al wel technische mankementen. Drie maanden nadat Ockels voet op aarde zet, wordt het ruimteschip opnieuw gelanceerd en gaat het gruwelijk mis: de Challenger spat uit elkaar en de zeven bemanningsleden vinden de dood. Dat is nummer twee. In 1989 wil Ockels met een sportvliegtuigje opstijgen op het vliegveld van Lille, als juist op dat moment een Airbus op hem landt. Lichamelijk ongedeerd stapt hij even later uit de cockpit. In 2005 moet de hoogleraar in de kantine van de TU Delft worden gereanimeerd na een zware hartaanval en in 2008 blijkt hij een tumor in de nieren te hebben.

Verlengen

Alles overleeft hij. Wubbo zit in zijn zesde leven, tekent Gean op, en er komt er nog één. Ze vinden het leuk om er met zijn tweeën over te speculeren. Maar of ze ook hadden bedacht dat het zó zou lopen? Begin dit jaar wordt bij de voormalige ruimtevaarder en professor Duurzame Technologie aan de Technische Universiteit Delft nierkanker geconstateerd, in een vergevorderd stadium. „De bottomline is: het is niet te genezen. Ik krijg medicijnen die mijn leven verlengen tot één of twee jaar”, zegt Ockels, in de voorkamer van zijn huis in Amsterdam. Heel even is zijn toon zacht en terughoudend, bijna kwetsbaar.

De eerste paar maanden wil hij er niet mee in de openbaarheid treden. Lange tijd is Ockels niet bereikbaar. Op zijn twitter-account zwijgt hij enkele weken. Ook op de TU zeggen ze niet te weten waar hij uithangt of wat hij doet. Maar eind mei komt dan toch een officieel persbericht naar buiten. De media storten zich op hem. „Als je te horen krijgt dat je kanker hebt, dan lijkt het alsof je een doodsvonnis hebt gekregen. Dat is de maatschappelijke houding ten aanzien van deze ziekte. We moeten af van het stigma dat kankerpatiënten zielig zijn. Door er openlijk over te praten, hoop ik dat lotgenoten kracht halen uit mijn ervaringen.”

Hard werken

Hij voelt zich dan ook goed, over het algemeen. Klein verschil met voor zijn ziekte: hij heeft er een dagtaak bij. „Want ik wil van die kanker af komen, maar dat is hard werken.” Soms is daar de vermoeidheid door het slikken van de pillen. „Dan ga ik slapen”, zegt hij, nog altijd bezig met zijn ontbijt, een kommetje yoghurt met muesli en fruit. „Ik eet tegen de klippen op om maar niet af te vallen.”

Het zevende leven van Wubbo Ockels moet bij voorkeur veel langer duren dan de dokters voorspellen. Net als in 2008 is de natuurkundige zelf op zoek gegaan naar behandelmethoden. Toen vond hij in België een arts die met behulp van robotchirurgie zijn nier met tumor en al weg kon snijden. Nu zoekt hij zijn heil in het Amerikaanse Houston, waar naar verluidt de beste oncologen ter wereld rondlopen. De medicijnen dragen bij aan zijn gevoel van welbevinden, maar hebben ook bijwerkingen. „Mijn haar wordt wit”, constateert hij. De pil die ik inneem remt de vorming van nieuwe bloedvaatjes, die de kanker nodig heeft om te groeien. Andere processen in mijn lichaam hebben daar ook last van. Maar, ik vind het niet zo erg.”

Deskundigen

Niet dat Ockels louter op de kennis van deze deskundigen leunt, hij is zich ook zelf gaan verdiepen in genezing van kanker. Ockels ontdekte dat met eten van het juiste voedsel veel te bereiken valt. Hij eet meer biologisch en vult zijn dieet aan met broccoli en kurkuma, die volgens diverse wetenschappelijke onderzoeken de aanmaak van kankercellen tegen kunnen gaan. „De oorzaak van 40 procent van alle kanker komt doordat we verkeerde voedsel innemen, meer dan roken. Dat vind ik echt stuitend. Kanker is een soort van epidemie die pas na de Tweede Wereldoorlog is ontstaan door onze levensstijl. We eten zulke troep en hebben vaak niet eens door wat voor troep we eten. Het is het gevolg van de massaproductie. We hebben een apparaat neergezet dat op grote schaal vlees, vis, kip en ook groenten produceert. Overal zitten hormonen of conserveermiddelen in, of andere rare dingen, en er is helemaal niet over nagedacht of dat allemaal wel goed is. Het is best verbazingwekkend om te merken hoe tam mensen zijn.” Nog zo iets stuitends, vindt hij: de stress in de huidige maatschappij. „We vinden het normaal dat we gestresst zijn en zien geestelijk ongezond leven als ons eigen probleem, maar eigenlijk is het een cultureel probleem.”

De wetenschapper Ockels, die graag beweerde: ‘Er is niets dan materie’, die altijd wars was van het spirituele, is sinds enkele maanden aan het mediteren geslagen. Elke morgen werkt hij nu een serie falun dafa-oefeningen af, een oude vorm van qigong.  „Daarmee doe je, zoals ze dat noemen, een verkenningstocht door je eigen lichaam. Daar zijn dan allerlei theorieën over, dat je daarmee je chakra’s of energiestromen zou stimuleren. Daar heb ik moeite mee, maar waar ik geen moeite mee heb is dat ik me er lekker bij voel. Ik heb doorlopend een gloed in mijn lijf.”

Luisteren

Wat het hoofd wil daar moet het lichaam naar luisteren. Het gaat niet makkelijk, maar ik haal er kracht uit. Ik laat me niet uit het veld slaan. Ik voel dat dit mijn lijf is, ben heel erg bezig met lichaam, geest en ziel. Het is moeilijk te vertellen, ik kan het beter uiten in een dans of wat dan ook.” Lachend: „Ik dans ook wel op muziek van de Dire Straits, daar doe ik falun dafa oefeningen op en dan kan ik heel sterk mijn emoties en mijn gevecht laten zien. Want dat is het, het is een gevecht om overeind te blijven en je spirit gezond te houden. Soms heb je een dipje, want het is niet mis, je hebt toch een soort van doodsvonnis boven je hoofd hangen. Het is belangrijk om positief te blijven. Voor je het weet heb je het gevoel dat je er niets aan kan doen, dat het je overvalt.”

Doodgaan

Of het hem helpt van de kanker af te komen? „Ik zeg niet dat ik noodzakelijkerwijs langer leef door wat ik nu doe, maar heb de omstandigheden waarin ik leef gunstiger gemaakt. Mocht ik nu wel doodgaan, dan vind ik niet dat ik het recht heb om te klagen. Ik heb mooie dingen meegemaakt. In het begin toen ik me ging verdiepen in duurzaamheid, concentreerde ik me op energie uit zon en wind. Na 2004 kwamen daar afval, gif en allerlei grondstoffen bij. Nu heb ik een nieuwe sprong gemaakt. Het grote probleem is de oermens, de wereld is zo veranderd, we zijn zo ontspoord. We moeten culturele en maatschappelijke waarden toekennen aan wat de oorspronkelijke natuur is. Daarvoor hoeven we niet met zijn allen zelfvoorzienend te worden. De oplossing zit er niet in dat we het bij ons zelf moeten zoeken, dat is zo Nederlands.”

Proiriteiten

De prioriteiten in Ockels leven zijn verschoven. Duurzaamheid was belangrijk, maar staat op een lager pitje. Beter worden, familie en intieme vrienden staan op een hogere plaats. „Ik denk dat het belangrijk is dat je betekenis voelt in je leven. Ik kan met niet voorstellen als een kluizenaar te leven, daar zou ik moeite mee hebben. Het kringetje met wie ik intieme zaken deel is beperkt, maar de mensen met ik intieme zaken bespreek, zijn belangrijk. Ik ben vitaal, heb zin in dingen. Ik voel me eigenlijk best ontzettend goed. Geestig. Vrienden die ik lang niet heb gezien zeggen: wat zie je er goed uit, je had toch kanker?”

Geen zin meer in feest

Het officiële feest dat eind april is gepland ter ere van het feit dat hij emeritus hoogleraar is geworden, wordt uitgesteld. Of het er ooit nog van komt? „Dat weet ik niet en ik heb er ook geen zin in. Het past niet in hetgeen ik nu aan het doen ben. Daarbij, het zal mij worst zijn."

Wubbo Ockels nog midden in de projecten

Ockels zit midden in allerlei projecten en is geenszins van plan om die te laten dwarsbomen door wat dan ook. Hij droomt van de vervolmaking van Ecolution, het zeiljacht dat zelf zijn energie voort kan brengen. Van de Superbus, die 250 kilometer per uur kan rijden. En van een Afsluitdijk vol met zonnepanelen die net zoveel stroom genereren als de auto’s die er overheen rijden aan energie gebruiken. De laatste maanden gaat veel tijd zitten in de Nuna 7, een aerodynamische zonnewagen van slechts 150 kg die een topsnelheid van 185 kilometer per uur kan halen.

Het zijn de projecten die hij opzette ná zijn avontuur in de ruimte, toen hij de aarde voor het eerst zag als een ruimteschip, dat moet worden beschermd.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.