Romke van de Kaa over de moestuin

Romke van de Kaa

Romke van de Kaa

Nanska van de Laar

Is er iets lekkerder dan groente uit eigen tuin? Jazeker: gekregen groente uit andermans tuin - je profiteert mee van de oogst en inspanningen van een ander zonder daarvoor bloed, zweet of tranen gelaten te hebben. Want de moestuin vraagt een hoge investering aan energie en tijd. Het is zonder meer het meest arbeidsintensieve deel van de tuin.

Daarnaast is de moestuin de ideale cadeautuin, want moestuiniers hebben altijd van alles te veel. Kroppen sla moeten snel worden weggegeven voordat ze doorschieten. Maar wie zijn doorgeschoten sla laat staan wordt ruim beloond. Want wat is er mooier dan de torentjes van doorgeschoten sla?

Overtollige producten hoef je nooit weg te gooien. Je hangt ze eenvoudigweg bij vrienden en kennissen aan de deurknop. De courgette zorgt zelfs voor zo’n overvloed aan weggevertjes dat het soms gebeurt dat vrienden zich snel achter de gordijnen verschuilen als ze je alweer met een zak vol courgettes zien aankomen. Courgettes telen is voornamelijk weggeven, of invriezen natuurlijk, maar wie eenmaal een courgette heeft ingevroren doet dat geen tweede keer. Niet iedere groente leent zich ertoe te worden ingevroren.

Over het aanleggen van de moestuin betaan veel boeken, maar de meeste van die boeken concentreren zich op de geneugten van die tuin zonder er op te wijzen dat er aan het zelf telen van goente nogal wat haken en ogen zitten. Om te beginnen is er een behoorlijke oppervlakte nodig, vooral omdat veel groenten niet jaar in, jaar uit op dezelfde plaats kunnen staan; gebeurt dat wel, dan bouwen zich in de grond allerlei schimmelziekten op. Ten tweede zijn er groentegewassen, zoals wortelen en bieten, die niet van vers bemeste grond houden, terwijl bijvoorbeeld spinazie daar juist weer wel welig op tiert. De moestuin bestaat daardoor uit een stuk bemeste en een stuk onbemeste grond. En tenslotte nemen groenten veel ruimte in; aan één krop sla, of aan twee schorseneren heb je niet veel.

Om ervoor te zorgen dat de verschillende soorten groente steeds in verse grond komen te staan, is het rotatiesysteem bedacht. De moestuin wordt in vier stukken verdeeld en de groente roteert op die stukken volgens de wijzers van de klok. Of er tegenin, dat maakt niet uit. Eén kwart blijft ieder jaar onbemest en daarop komen dan dat jaar de gewassen te staan die niet van verse mest houden. Dat houdt ook in dat er een boekhouding moet worden bijgehouden, want als er in het voorjaar opnieuw moet worden gemest en gespit bent u geheid vergeten in welk kwartier nu ook alweer de sla en de spinazie stonden en in welk kwart de bieten.

En wat betreft die mest: er zijn grofweg twee categorieën mest: kunstmest en dierlijke mest. De een is niet beter dan de ander; uw andijvie heeft heus niet in de gaten of de kalium en de stikstof uit een fabriek komen of uit het achterste van een koe. Wel is het zo dat de organische mest - de dierlijke mest - vaak nog stoffen bevat als stro of houtmot en die verbeteren de structuur van de grond (behalve als die houtmot afkomstig is van tropisch hardhout wat bij paardenmest nog weleens het geval wil zijn). Wat dat betreft is dierlijke mest dus beter, maar u kunt ook compost, bladaarde of een groenbemester als structuurverbeteraar gebruiken.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.