Haags museum eert Margaret Bourke-White

Mensen op een reddingsboot in 1943. Foto Margaret Bourke White/Fotomuseum Den Haag

Een Russische arbeider, ca. 1930. Foto Margaret Bourke-White/Fotomuseum Den Haag

1 / 2
Nanska van de Laar

In de categorie primeurs is Margaret Bourke-White (1904-1971) de ongekroonde koningin. Ze was de eerste vrouwelijke fotograaf bij de bladen Life en Fortune. Ze was de eerste vrouw in dienst van de Amerikaanse luchtmacht - zelfs het uniform moest speciaal voor haar gemaakt worden. Ze was de eerste en enige journalist die het Duitse bombardement op Moskou in 1941 meemaakte. Ook voor het eerst nu: een grote overzichtstentoonstelling van deze pionier in Nederland.

De presentatie in het Fotomuseum Den Haag bevat bijna louter originele prints. Dat betekent: bescheiden formaten, afdrukken op het gele papier dat Bourke-Whites opdrachtgevers bij de tijdschriften toen prefereerden, en gedempt licht in de zaal.

Tikje excentriek

Maar wat er te zien is, is ongelooflijk. Bourke-White stond met haar neus bovenop de historische feiten: de geboorte van de VS als industriereus, de vroege jaren van de Sovjet-Unie, de Tweede Wereldoorlog en de afrekening met de nazi’s. Ze was onafhankelijk, eigengereid en een tikje excentriek - ze woonde een tijdje op de 61e verdieping van het Chrysler-gebouw met alligators als huisdieren. In een tijd dat de meeste vrouwen veroordeeld waren tot kraambed en keuken, reisde zij de wereld af, van brandhaard naar brandhaard.

In 1953 werd ziekte van Parkinson geconstateerd en doofde Bourke-Whites reislust. Wel had ze vlak daarvoor nog de Korea-oorlog en de onafhankelijkheidsstrijd in India verslagen. Dat late werk ontbreekt in de Haagse tentoonstelling. Hier begint haar verhaal met staalfabrieken in Cleveland en slingert het, via de Sovjet-Unie tijdens het eerste vijfjarenplan en de Duitse inval in Tsjecho-Slowakije in 1948, naar de bevrijding van concentratiekamp Buchenwald.

Roosevelt, Churchill, Ghandi, generaal Patton, de Ethiopische keizer Haile Selassie, Stalin - ze had ze allemaal voor de camera. Als getuige van haar tijd was Bourke-White zelf ook een beroemdheid. In een vitrine ligt een kaartje van Hitler uit 1941, waarmee hij haar een pak koffie aanbiedt bij wijze van kerstcadeau. Of de führer wist dat de fotograaf Pools-joodse wortels had, is de vraag.

Maar meer dan op Grote Mannen richtte Bourke-White haar lens op het gewone volk. Een in lompen gehuld jochie met een hamer, een accordeonist, een arbeider die in de kantine waterige soep naar binnen slobbert.

Neurenberg

In haar vroegste foto’s, van Amerikaanse staalfabrieken, zijn die figuren nog ondergeschikt aan de machtige machines. Dat werk doet denken aan de Russische constructivisten uit de jaren dertig: gestileerd en heroïsch, vol contrast en met artistieke perspectieven - gekanteld of van boven. Maar al snel stapte Bourke-White hier vanaf. Ze wilde geen kunstenaar zijn maar journalist, met oog voor het menselijke. Ze was er dan ook het meest trots op dat haar werk na de Tweede Wereldoorlog als bewijsmateriaal werd gebruikt bij de strafprocessen van Neurenberg.

Expositie

’Margaret Bourke-White: Beslissende momenten 1930-1945’; t/m 29 juni in Fotomuseum Den Haag. www.fotomuseumdenhaag.nl

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.