Een geestelijk verzorger luistert

Nanska van de Laar

Opeens beland je in het ziekenhuis met een diagnose die ofwel hoopvol is, ofwel de grond onder je voeten wegslaat.

Je perspectief op het leven kan 180 graden gedraaid zijn. Geen mens zal hier onbewogen door blijven. Wellicht voelt iemand zich kwetsbaar, onzeker, weet niet of-ie een behandeling nog moet doen, of juist afbreken.

Opeens zijn er vragen waarop niet direct een antwoord te vinden is. Het is op dit vlak dat geestelijke verzorgers in een ziekenhuis hun werk doen. Iedere Nederlander heeft naast medische verzorging ook recht op geestelijke verzorging. „Dat staat in artikel 3 van de Kwaliteitswet Zorginstellingen”, vertelt Koen Jordens, geestelijk verzorger in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. „Hierin wordt beschreven dat de gewenste geestelijke verzorging beschikbaar en toegankelijk moet zijn voor patiënten en bewoners in zorginstellingen. Deze wet vindt weer haar grondslag in artikel 6 van de grondwet, die vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing centraal stelt.”

Kapel

Vrijwel elk ziekenhuis beschikt daarom over een kapel of stilteruimte, waar patiënten vanuit hun eigen geloofsovertuiging kunnen bidden of rituelen kunnen uitvoeren. Maar het werkveld van geestelijk verzorgers is breder. „Wij gaan individueel met patiënten in gesprek”, vertelt Frank van de Poel, collega van Jordens. „We profileren ons op het vlak van ethiek, leveren een bijdrage aan onderwijs en werken, waar dat wenselijk is, interdisciplinair.”

Als iemand het Catharina Ziekenhuis binnenkomt, is het bij de intake een standaardvraag of iemand religieus is en of die persoon contact wil met een geestelijk verzorger. Deze informatie wordt opgeslagen in het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD). Van de Poel: „Als mensen hier iets langer blijven, zie je soms dat iemand bij opname heeft aangegeven dat hij geen contact wil met een geestelijk verzorger, maar daar naderhand anders over denkt. Dan hebben we alsnog een gesprek. Of de verpleging tipt ons: misschien moeten jullie toch eens met patiënt X gaan praten. Dan blijkt dat vaak een waardevol contact op te leveren. Religie is allang niet meer het enige criterium. Om een voorbeeld te geven: Ik heb vandaag met drie mensen gesproken en geen enkele keer is het woord ‘God’ aan de orde geweest. Niettemin: aan een sterfbed is het rijk samen te kunnen bidden.”

Defensie

Geestelijk verzorgers zijn niet alleen werkzaam in ziekenhuizen en zorginstellingen, maar ook bij defensie en justitie. Bij deze laatste twee worden ze nog wel aangesteld in samenspraak met organisaties als de kerk of het Humanistisch Verbond. In de zorg is dat vaak niet meer zo. Een geestelijk verzorger is geen maatschappelijk werker en geen psycholoog. De een weet alles over regelgeving en instanties die iemand verder kunnen helpen, bij de ander kom je terecht met behandelbare problemen.

Geestelijk verzorgers richten zich op zingeving en beleving en op rituele ondersteuning bij belangrijke momenten. In de praktijk komt dat erop neer dat het mensen zijn die heel goed kunnen luisteren, analyseren en mee- en vooruitdenken. „Het is niet zomaar luisteren, maar heel actief luisteren”, zegt Van de Poel. „Een geestelijk verzorger luistert, met op de achtergrond een bepaalde kennis. Hij kan concrete situaties ergens op terugvoeren, abstraheren. Hiervoor is het niet nodig dat een geestelijk verzorger ook veel weet van de concrete situatie van de patiënt. Je hoeft niet veel van iemand te weten om hem of haar toch te ‘zien’.”

Kwetsbare positie

Door het gesprek aan te gaan, komt vaak een proces op gang dat ‘de patiënt teruggeeft aan zichzelf’. Van de Poel: „In de kwetsbare positie waarin mensen zich bevinden, kun je ze aanzetten hun eigen krachten weer aan te spreken, zodat ze de regie kunnen houden in hun ziekteproces. Een prachtig aspect van onze functie.”

Alice van Gent, een dertiger, is al enige maanden opgenomen in het Catharina met psychiatrische problemen. Dat liet ook haar omgeving niet onberoerd. Haar moeder ging naar een ‘familiegesprek’, dat om de vier weken wordt georganiseerd voor de naasten van patiënten. „Zij had daar veel aan”, vertelt Van Gent. „Daarnaast leefden er bij mij ook allerlei levensbeschouwelijke vragen. Toen hebben zowel mijn moeder als ik enkele gesprekken gehad met een geestelijk verzorger, in dit geval Ingrid Neijnens. Dat was fijn. Het kon over van alles gaan. Een keer heeft Ingrid een verhaal uit de Bijbel als vertrekpunt genomen en hebben we samen gekeken hoe dat verhaal betrekking op mijn situatie had. Maar het kan ook zijn dat bepaalde dingen op de afdeling niet lekker lopen en we het daarover hebben. Of hoe ik het heb gehad tijdens mijn verlof.”

24-uursdiensten

De geestelijk verzorgers van het Catharina Ziekenhuis werken in 24-uursdiensten. De dienstdoende verzorger is oproepbaar voor opvang van patiënten of familie en voor eigen personeel bij traumatische gebeurtenissen en rampen.

Binnen het team heeft iedereen, naaste eigen afdelingen, ook specialisaties. Ingrid Neijnens, degene die Alice van Gent begeleidt, kan bijvoorbeeld ook patiënten helpen met mindfulness. „Patiënten komen dan weer dichter bij zichzelf te staan. Hun ziel wordt aangeraakt en hieruit putten ze kracht. Troost, kracht en perspectief; daar gaat het in ons werk om en dat probeer je aan elkaar door te geven.”

Eric van de Laar, klinisch-ethicus, is er bij uitstek voor de patiënten als die moeilijke keuzes moeten maken. Hieronder bijvoorbeeld: doorbehandelen of niet? Twijfelt iemand hierover, dan kan Van de Laar helpen de voors en tegens in kaart te brengen, zodat uiteindelijk de patiënt de beslissing kan nemen waar hij echt achterstaat. „Omdat hij een enorme kennis van zaken heeft, lukt het hem vaak snel om een patiënt weer perspectief te bieden”, zeggen zijn collega’s.

Zijn werk is ook sterk gericht op de zorgverleners zelf, vertelt hij. Zo organiseert hij zogenoemde ‘moreel beraden’. In zo’n beraad staat de ethiek op de werkvloer centraal en praten artsen en verplegend personeel over vragen als: waarom starten of doorgaan met een behandeling? Gaat emotionele betrokkenheid ten koste van professionaliteit? Ook hij kijkt of wetenschappelijk onderzoek dat in het ziekenhuis gebeurt, deugdelijk is en of het niet te belastend is voor patiënten die eraan meedoen.

Niet-kerkgebonden patiënten

Het vijfde teamlid, Laurien Schrijver werkt aan een promotie-onderzoek naar spirituele behoeften van patiënten, waaronder ook niet-kerkgebonden patiënten.„Gelovig of niet, voor sommige mensen komt het leven in het ziekenhuis letterlijk tot stilstand. Bijvoorbeeld als ze te horen krijgen dat ze niet meer te behandelen zijn. Hoe moet iemand dan verder? Dan kan het ondersteunend zijn als je naar patiënten luistert, hun verdriet deelt, met ze meedenkt. Het lucht op en werkt soms relativerend.” Patiënte Van Gent: „Het is fijn te praten met ie

mand die onafhankelijk is van de afdeling en die op een afstand naar mijn proces kan kijken. Het komt niet in de plaats van gesprekken met een arts, maar vult elkaar wel aan. Als ik voor een belangrijke beslissing sta, denk ik daarover na. Soms worstel ik ergens mee en heb er niet gelijk de woorden voor. Het helpt me als ik van gedachten kan wisselen met een betrokken buitenstaander, iemand die niet privé, maar wel persoonlijk betrokken is bij mij. Ik zou sommige dingen ook met mijn moeder kunnen bespreken, maar dat kan heel belastend zijn. Dan hou je je in en kom je er nog niet uit.”

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.