Haarlem nog vol verborgen schatten

Sem Peters op wat er over is van de trap naar de eerste verdieping van het voorhuis. In de wand rechts van hem sporen van een haard.© Foto’s Richard Stekelenburg

Richard Stekelenburg
Haarlem

Op het oog zomaar een gevel van een winkelpand in de Haarlemse Gierstraat. Wat daarachter aan eeuwenoude geschiedenis van Haarlem schuil gaat, weet eigenlijk niemand. Het pandje staat inmiddels op punt van goeddeels gesloopt te worden. Daarmee zou ook de nooit opgetekende geschiedenis voor altijd verloren zijn gegaan, ware het niet dat erfgoedspecialisten van de gemeente de unieke kans kregen die historie nog net voor de sloophamer weg te slepen. Maar zo zijn er dus nog veel meer onbeschermde panden in de oude binnenstad van Haarlem.

De stad zit nog vol verborgen schatten uit het verleden, zowel onder de grond als daarboven. „We weten best veel, maar toch vooral ook veel niet”, zoals Maartje Taverne, adviseur erfgoed van de gemeente Haarlem, het verwoordt.

„We weten bijvoorbeeld eigenlijk helemaal niet eens hoe de Grote Markt er nou precies uitzag in 1245, toen Haarlem stadsrechten kreeg. Zo weten we in veel gevallen ook niet wat er zich aan historisch waardevol materiaal achter veel van die op het oog soms erg eenvoudige gevels in de binnenstad verstopt houdt. En dat zou je toch op z’n minst in kaart willen brengen. Want wat vaststaat: daar gaat hier en daar een wereld van prachtige verhalen over de stad achter schuil.”

Waar steden als Den Bosch, Utrecht en Groningen al grote sprongen hebben gemaakt in het beter in kaart brengen van de eigen stedelijke bouwhistorie, staat dat in Haarlem nog in de kinderschoenen. Sinds kort ligt er bij de gemeente een voorlopige bouwhistorische kaart, die in elk geval enig houvast geeft.

Taverne: „Het basisprincipe daarvan is eenvoudig. We hebben de oudste kadastrale kaart van Haarlem uit 1820 genomen en daar de huidige overheen gelegd. Daar waar de bouwcontouren nog precies dezelfde zijn, kun je verwachten dat je daar mogelijk bouwhistorische waarden van vóór 1820 aantreft. En dan wordt het interessant.”

’Veel is weg’

„Heel veel is weg, zo veel is duidelijk. Zeker sinds het laatste kwart van de 19e eeuw is veel verdwenen, vanwege de groeiende economische druk op de binnenstad. De gevel staat er dan nog wel, maar daarachter is alles nieuw. Kijk maar op de satellietfoto’s op Google Maps, dan zie je aan weerszijden van de Grote Houtstraat rijen moderne blokkendozen.”

Opmeten en intekenen.

„Ondertussen zit er ongetwijfeld nog veel eeuwenoud materiaal, alleen hebben we dat niet goed in beeld. De kaart die we hebben gemaakt vertelde ons bijvoorbeeld over het leeggekomen winkelpandje in de Gierstraat dat binnenkort gesloopt gaat worden. De contouren hiervan zijn nog exact als die op die oudste kaart uit 1820. Maar wat was er aan de binnenkant nog te vinden?, dat was de vraag. Dus wilde we daar om te beginnen maar eens gaan kijken.”

Die bouwhistorische kaart is vergelijkbaar met de archeologische waardenkaart die Haarlem sinds 2007 heeft. Niet voor niets trekken de bouwkundige erfgoedspecialisten in hun jongste zoektocht nadrukkelijk op met hun collega’s van Bureau Archeologie, vanwege de know-how die daar op gebied van erfgoedbewaking al ligt.

Archeologie

Stadsarcheoloog Anja van Zalinge: „Het gaat er daarbij niet om dat alles bewaard moet blijven. Dat kan nou eenmaal niet, vanwege economische en maatschappelijke belangen. Het gaat erom, dat bij een nieuwbouwproject de historie niet zomaar weg geschept kan worden, zonder dat we eerst nauwkeurig in kaart hebben gebracht wat er ooit zat. Voor de geschiedschrijving. Dát maakt het verhaal Haarlem. Het is belangrijk dat de archeologie en de bouwhistorici daarin samen optrekken. Gecombineerd met wat er in archieven is te vinden, bouw je het verhaal op.”

Waar de archeologische waardenkaart echter wettelijk bescherming biedt, doet de bouwhistorische kaart in Haarlem dat nog allerminst; hij is immers nog niet officieel vastgesteld in de gemeenteraad. Taverne: „Dat kost tijd. Politiek hebben we in Haarlem natuurlijk nu juist afgesproken te gaan dereguleren: ’minder regeltje’ is het motto. Het vaststellen van zo’n bouwhistorische kaart lijkt daar haaks op te staan. In mijn ogen is dat trouwens niet zo. Immers: als je weet waar de bijzondere dingen zitten, kun je veel gerichter beleid maken, en juist op de plekken waar niets te verwachten valt, veel soepeler te werk gaan. Dat maakt het de burger juist makkelijker. Gelukkig onderkent wethouder Jeroen van Spijk (Ruimtelijke Ontwikkeling - red.) het belang van erfgoed.”

Wat Taverne betreft zou een uitbreiding van de monumentenlijst, met oog voor het kwetsbare historische verhaal achter de gevel, op zijn plaats zijn. „Meer aandacht voor het nog niet vertelde deel van het verhaal Haarlem lijkt me van belang. Het kost tijd, het kost ook inzet, maar het verhaal is dat waard.”

Margreet Temme inspecteert de oude balken. De wandtegels zijn 17e eeuws.

’Frans Hals liep hier langs’

Een vrijgekomen winkelpandje in de Gierstraat is exemplarisch voor de verborgen, kwetsbare geschiedenis van de stad. De gevel is 19e-eeuws en dusdanig onopvallend dat je er al driehonderd keer voorbijgefietst kan zijn zonder dat je ooit iets opviel. Daarachter ligt - ondanks de dramatisch slechte staat - een historisch schatkamer.

„We kwamen zó veel tegen”, zegt Sem Peters die als lid van Bureau Archeologie Haarlem deel uitmaakte van het team. De kelder is vermoedelijk laat middeleeuws - misschien 14e, misschien 15e eeuw. De muren zijn gepleisterd, dus een precieze datering is lastig omdat we de bakstenen niet zien, maar een kaarsennisje duidt erop dat het echt zó oud is. Je zit dan dus vóór de grote stadsbrand van 1576.’’ Architectuurhistoricus Maartje Taverne: „Je mag er vanuit gaan dat dit pand verder is opgetrokken na die brand. Wat niet wil niet zeggen dat hier geen oudere bouwsporen zijn.”

Brandsporen

Het houtskelet dat van begane grond tot aan de nok terug te vinden is, is 16e-eeuws. Nader onderzoek zal nog een nauwkeurig datering geven. Bijzonder is dat in dit hout brandsporen te vinden zijn. Wat er is gebeurd? Wie het weet weet mag het zeggen.

Terwijl de wandtegels in de ruimte vóór duidelijk 19e-eeuws zijn, is de betegeling achter zeker tweehonderd jaar ouder. In het pand zijn verder onder meer fraaie ’consoles’ te vinden - dragende elementen voor een balk. Naast wat er over is van de trap verraadt zwartgeblakerd metselwerk de plek van een haard.

Peters: „Je vindt hier elementen uit verschillende periodes. Wat we zien duidt op een klassiek patroon van een stadshuis: in de 14e eeuw wordt achter het ’oude’ houten huis een stenen gebouwd. Het voorhuis wordt dan bijvoorbeeld winkel, met in het achterste deel een keuken. Gaandeweg wordt dat houten gedeelte ook weer vervangen door steen.”

Taverne: „Je moet je voorstellen dat Frans Hals hier langs gelopen kan zijn. We hebben het over zíjn tijd. Wat voor winkel was dit? Kocht hij hier ook wat? Als je je dat soort vragen stelt, gaat het vanzelf leven.’’

De nok van het pand laat ook 16e-eeuwse elementen zien.

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.